Rubriek

Duurzaam

Rubriek

De verduurzaming die in de Nederlandse supermarkten is te zien, mag ook verwacht worden in de shops van tankstations. Ruim 60% van de bezoekers van tankstations is geïnteresseerd in de aanschaf van duurzame producten. Om van de verkoop daarvan een succes te maken zijn echter wel een integrale aanpak en duidelijke communicatie nodig. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Kansen voor duurzaam eten onderweg‘ van het LEI, onderdeel van Wageningen UR.

Consumenten komen niet alleen voor benzine in het tankstation. Ze nemen er ook allerhande levensmiddelen mee. De kansen voor duurzaam eten en drinken in de shop van het tankstation zijn groot, volgens de onderzoekers van het LEI die meer dan 600 bezoekers van tankstations ondervroegen. Ruim de helft van de ondervraagden ziet de komst van duurzame producten in het assortiment als een goed initiatief, dat aansluit bij huidige ontwikkelingen in de samenleving. De duurzame varianten van verse producten zoals broodjes, koffie en zuivel blijken favoriet.

De mogelijkheden voor verduurzaming zijn er dus wel, maar het onderzoek laat ook zien dat enkel het aanbieden van duurzame producten niet genoeg is. Veel consumenten herkennen nog niet dat tankstations ook nu al duurzame producten in de schappen hebben staan. Zo heeft Shell al een 100% duurzame koffiecategorie, vis met het duurzaamheidscertificaat MSC en scharreleieren in de voorverpakte broodjes. Ook is er een zekere tegenstrijdigheid tussen de hoofdtaak, olieproducten verkopen, en het aanbieden van duurzame producten. Dat vraagt om uitleg. Een integrale aanpak en zichtbare communicatie, bijvoorbeeld in de winkel en bij het schap, zijn nodig om het koopgedrag van de consument te laten veranderen.

Snelle vooruitgang kan vooral worden geboekt bij degenen die al duurzame producten in de supermarkt kopen, bij vrouwen en bij verse producten, zeggen de onderzoekers. Daarbij zijn voedselwaarden als kwaliteit, smaak en prijs randvoorwaarden, terwijl ‘vers en gezond’ het motto moet zijn. Het begrip ‘duurzaamheid’ kan de kracht van dat motto versterken. Shophouders moeten zich volgens het rapport realiseren dat de consument het tankstation toch anders zal blijven zien dan een supermarkt. Ze doen er daarom goed aan juist aandacht te besteden aan de typische kenmerken van een tankstationbezoek, zoals het doen van impulsaankopen en het ter plekke consumeren van producten.

Het onderzoek werd gedaan in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en van de deelnemers aan de convenanten Marktontwikkeling Biologische Landbouw en Marktontwikkeling en Verduurzaming Dierlijke Producten. Daarbij is samengewerkt met Shell, de toeleveranciers van Shell Qizini, Arla Foods en Bakerstreet en onderzoeksbureau Foodstep. Hoewel het hier draaide om shops van tankstations, kunnen de resultaten ook worden betrokken op andere sectoren in het on-the-go-kanaal, zoals foodservice op treinstations.

Met een hittegolf en de zomervakantie voor de deur is het barbecueseizoen aangebroken. Traditiegetrouw roosteren we voornamelijk vleesproducten op de barbecue. De vraag is of dat wel zo goed is voor onze gezondheid. Wetenschappelijk onderzoek van het Wereld Kanker Onderzoek Fonds toont aan dat een voedingspatroon met veel rood en bewerkt vlees sterk samenhangt met de ontwikkeling van dikke darmkanker.

Onder rood vlees verstaan we bijvoorbeeld rund-, varkens- en lamsvlees. De term bewerkt vlees verwijst naar vleesproducten die zijn gerookt, gezouten of anderszins zijn geconserveerd, zoals ham, salami en andere vleeswaren. Het is dus aan te raden om een gezond alternatief te zoeken voor hamburgers, speklappen en worstjes. Wat leggen we dit jaar op de grill?

De expert aan het woord
“We krijgen ieder jaar rond deze tijd vragen over verantwoord barbecuen. Hierbij maken we dankbaar gebruik van de laatste wetenschappelijke inzichten uit het internationale rapport Food, Nutrition, Physical Activity and the Prevention of Cancer: A Global Perspective”, zegt professor Ellen Kampman, hoogleraar Voeding en Kanker bij de Wageningen Universiteit.

“Het belangrijkste is na te denken over wat we op de barbecue leggen. Aan het eten van rood en bewerkt vlees zitten namelijk gezondheidsrisico’s. Er is overtuigend bewijs dat het eten van teveel rood vlees (meer dan 500 gram per week) en het eten van bewerkt vlees dikke darmkanker kan veroorzaken. Iedereen doet er goed aan maatregelen te treffen om dit risico tot een minimum te beperken.

Lekker en gezond op de barbecue?
“Groente en fruit zijn gezonde alternatieven voor rood en bewerkt vlees. Een overwegend plantaardig voedselpatroon helpt bij het op peil houden van een gezond lichaamsgewicht en kan de kans op kanker verlagen. Daarnaast kunt u vlees vervangen door (vette) vis, zoals zalm of makreel. Vis zit vol met belangrijke vitaminen, mineralen en essentiële vetzuren.”

Vervang de hamburger bijvoorbeeld eens door een groentespies. Door voor verschillende kleuren groente te kiezen, krijgt u diverse vitamines binnen. Kijk op onze website www.wereldkankeronderzoekfonds.nl voor meer tips en lekkere, gezonde recepten voor de barbecue.

Het broodje gezond bleek bij een verkiezing van favoriete vegalunch, gehouden door de Vegetariërsbond, het meest populair.

Ruim 30% van de stemmen gingen naar deze klassieker, die daarmee onder andere de champignonomelet en het broodje met houmous ruim achter zich hield. Enkele honderden mensen brachten hun stem uit. De verkiezing stond in het teken van de campagne Eat Green at work. Een campagne die op eenpositieve manier een vegetarische lunch op het werk promoot. De Vegetariërsbondcampagne voert een actie om ten minste één keer per week de vegetarische lunch op werk te promoten. “Het is verrassend dat mensenbij een verkiezing van favoriete vegalunch voor deze all time classic kiezen,want er is namelijk zoveel meer lekkers te doen met vegetarisch eten. Maar waarschijnlijk is het aanbod nog niet heel erg ruim in de bedrijfsrestaurants. We hopen met de campagne EatGreen at work bij te dragen aan een beter aanbod”, aldus Floris de Graad, directeur van de Vegetariërsbond.

De campagne Eat Green werd vorig jaar februari officieel gelanceerd en is sindsdien een groot succes. Er zijn inmiddels al meer dan 220.000 informatiefolders verspreid en vrijwel alle grote bedrijfscateraars hebben zich achter de campagne geschaard.

Gezondheid is voor veel consumenten een belangrijke reden om voor biologisch te kiezen. Daarbij wordt – natuurlijk – meestal eerst gedacht aan de eigen lichamelijke gezondheid en die van gezinsleden of huisgenoten. Je kunt ook breder kijken naar gezondheid: De biologische landbouw streeft naar een systeem dat niet alleen voor mensen gezond is, maar ook voor dieren, planten en de bodem. Een gezond totaalsysteem.

Voor een biologische teler begint het allemaal bij een gezonde bodem. Hij kiest ervoor om géén chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen te spuiten om insecten of onkruiden onder de duim te houden. In tegendeel: hij wil juist dat er veel (bodem)leven is, zodat de structuur van de bodem verbetert en er een gezond evenwicht ontstaat. Een gezonde, levende, evenwichtige bodem is van onschatbare waarde voor een biologische boer. Daar groeien namelijk zijn gewassen op.

Die gewassen krijgen de tijd om te groeien en alle gezonde deeltjes uit de bodem te halen die ze nodig hebben. Het is bekend dat bijvoorbeeld biologische bladgroenten hierdoor meer goede inhoudsstoffen bevatten (vitaminen, mineralen, antioxidanten) én lekkerder smaken. Het gebruik van kunstmest, om op de korte termijn snel meer productie te realiseren, past niet in de denk- en werkwijze van een biologische teler. Hij (of zij) heeft een lange termijn horizon; hij wil investeren in de bodem in plaats van zo snel mogelijk alles eruit halen wat erin zit.

Van een gezonde bodem, via een gezond gewas is het nog maar een kleine stap naar gezond eten op je bord. Of naar een gezond hapje voor de baby. Het is niet voor niks dat producenten van babyvoeding vaak biologische ingrediënten gebruiken. Biologische groente en fruit zijn vrij van restanten van bestrijdingsmiddelen en die kan de baby dus niet binnenkrijgen. Kinderen hebben een lager lichaamsgewicht en zijn daardoor gevoeliger voor resten van bestrijdingsmiddelen in voeding dan volwassenen. Baby’s zijn extra gevoelig, omdat schadelijke stoffen in de eerste levensfase makkelijker in de hersenen kunnen doordringen.

De groenten in deze tas leggen zo ongeveer de kortst denkbare route af van het land naar uw bord. Het is dan vrij eenvoudig om uit te leggen aan een buurvrouw of -man dat dit gezond is. Maar wist u dat bij de verwerking van biologische producten (bijvoorbeeld tot een kant- en klare groentesoep, een pizza of een pak appelsap), géén kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen worden gebruikt? Ook verwerkte biologische producten zijn gezonder vanwege alles wat er niet in zit.

Terug naar de goede voornemens. Stel, u wilt gezonder leven en kiest daarom voor biologisch eten. Kunt u dan tevreden achterover gaan leunen en beweren dat u gezonder bent dan iemand die nooit biologisch eet? Nee. Gezondheid is een complex verhaal en hangt af van je hele leefstijl. Veel onderzoeken spreken elkaar tegen. Wél kun je er zeker van zijn dat biologisch eten bijdraagt aan je eigen gezondheid. Tegelijkertijd biedt u afzetzekerheid aan biologische boeren en tuinders die zich inzetten voor een gezond landbouwsysteem, voor mens, plant en dier, nu en in de toekomst.

De lijst met A-merken die een biologische variant op de markt brengen wordt steeds langer. Na een eerder experiment met biologische appelmoes heeft HAK sinds enkele maanden diverse biologische groenten in het assortiment zitten. Who’s next?

A-merken benutten biologisch vaker als merkversterking, wat laat zien dat de biologische landbouw volwassen is geworden. Op de website van HAK valt te lezen: ” (…) geteeld met respect voor de natuur en met de grootste zorg en aandacht bereid. En dat proeft u! Want de boer heeft zo weinig mogelijk aan deze (…bijvoorbeeld Rode Kool met Appeltjes, red.) toegevoegd, maar de natuur des te meer. Het resultaat is een rijk product met volle smaak. ”

Andere A-merken die in de afgelopen jaren zijn gestart met biologische varianten, zijn bijvoorbeeld:

Almhof (zuivel)
Alpro (sojaproducten)
Arla (zuivel)
Beemster (kaas)
Boerenland (zuivel)
Bonduelle (conserven)
De Koningshoeven (trappistenbier)
Dr. Oetker/Koopmans Professioneel (o.a. poffertjes, pannenkoeken)
Grand Italia (pasta’s)
Gulpener (pilsener)
Haribo (snoep)
Heinz (ketchup)
Hero (sappen en jams)
Hipp (babyvoeding)
Hollandia (matze crackers)
Iglo (diepvriesgroenten)
Knorr (sauzen)
Koopmans (tarwebloem, pannenkoekenmix)
Kwekkeboom (kroketten)
Lassie (quinoa en bulgur)
Maggi (bouillon voor groothandels)
Oerbrood (brood)
Olvarit (babyvoeding)
Penotti (chocopasta)
Remia (sauzen)
Ritter Sport (chocola)
Senseo (koffie)
Spontin (frisdranken)
Struik (vlees)
Tchibo (koffie)
Unox (soepen)
Van der Meulen (beschuit en toast)

Nederlandse consumenten zien bij levensmiddelen de kenmerken ‘duurzaam’ en ‘gezond’ als onderling samenhangend. Toch weegt de mate waarin een product aan de gezondheid bijdraagt zwaarder dan de duurzaamheid ervan. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Samenspel duurzaam en gezond?; Duurzaam eten in consumentenperspectief‘ dat het LEI, onderdeel van Wageningen UR, deed op verzoek van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Consumenten vinden in het algemeen de vraag of een product ‘gezond’ is makkelijker te beantwoorden dan de vraag naar de duurzaamheid. Dat komt ook doordat ze het lastig vinden om het begrip ‘duurzaamheid’ precies te beschrijven. Voor het huishoudelijk energiegebruik blijkt dat makkelijker te zijn dan voor de voedselcategorieën zuivel, vlees, vis en groente die in dit onderzoek zijn betrokken.

Maken de consumenten toch een onderscheid naar duurzaamheid in de winkel, dan gebeurt dat in het algemeen op grond van de verpakking of van de aanwezigheid van een keurmerk dat op scharrel, biologisch of dierenwelzijn duidt.

De begrippen ‘milieuvriendelijk’ en ‘diervriendelijk’ blijken makkelijker te hanteren. Wel zijn er op dit punt verschillen tussen groepen consumenten. Degenen die zich meer betrokken voelen bij het streven naar duurzaamheid, zeggen meer te weten over duurzaamheid en gezondheid en hebben ook minder moeite met het beoordelen van producten op die kenmerken. Zij hebben overigens ook een ander beeld van duurzame en gezonde producten dan de minder betrokken consumenten.

Wil men het gedrag van consumenten beïnvloeden, dan is om die reden een benadering per doelgroep aan te bevelen, zeggen de onderzoekers. Ook zal het in dat geval helpen om te communiceren over meer concrete eigenschappen zoals dier- en milieuvriendelijkheid, in plaats van over het nog wat vage ‘paraplubegrip’ duurzaamheid.

Hoe maak je een lekkere, snelle en ook nog gezonde maaltijd? Je ziet het op de zender 24Kitchen in het tv-programma De Makkelijke Maaltijd. De chefs worden hierbij ondersteund door het Voedingscentrum, dat vanaf 1 april een inhoudelijke bijdrage levert aan een aantal programma’s.

Het partnership is op 30 maart ondertekend door 24Kitchen en het Voedingscentrum. De samenwerking betekent dat het Voedingscentrum plaatsneemt in de Raad van Advies van 24Kitchen en de nodige informatie en kennis zal leveren. Met deze samenwerking wil het Voedingscentrum kijkers van 24Kitchen laten zien wat lekkere en gezonde voeding is en op welke manieren je dit klaar kunt maken. Maar ook hoe je kunt koken op een manier die duurzaam is en weinig belastend voor het milieu.

De Makkelijke Maaltijd

In De Makkelijke Maaltijd wordt aandacht besteed aan gevarieerd, lekker en gezond eten voor het hele gezin. Zo worden gerechten gekookt die geliefd zijn bij kinderen. Behalve voor de Hollandse pot biedt het programma ook inspiratie voor Italiaanse en Marokkaanse gerechten. Al deze recepten staan binnen een half uur op tafel en zijn een verantwoorde basis voor een gevarieerd voedingspatroon. Meesterkok Rudolph van Veen en zijn 4 jonge talenten helpen je met het koken van heerlijke recepten voor de doordeweekse maaltijd.

En dat is drie! Na de biologische kipfilet en de biologische schouderham zijn nu ook de biologische eieren als beste getest door de Consumentenbond (Gezondgids april/mei 2012). Het onderzoek naar 17 veelverkochte soorten eieren had betrekking op vetzuursamenstelling, cholesterolgehalte en dierenwelzijn. Het eindoordeel: biologische eieren scoren goed op dierenwelzijn en de samenstelling van het ei.

In de testuitslag gooien rondeeleieren, biologische eieren en vrije uitloopeieren hoge ogen. Hoe zit het ook alweer? Rondeeleieren zijn afkomstig van kippen in een halfopen stal, met een bodem van o.a. kunstgras. Aangezien ze veel ruimte hebben, is het dierenwelzijn in orde. Biologische kippen en vrije uitloopkippen zijn de enige kippen die écht naar buiten kunnen. Biologische kippen hebben de meeste ruimte, kunnen een stofbad nemen en krijgen biologisch voer. Dat leidt tot een natuurlijker gedrag en minder stress. Genetisch gemodificeerd voer is uit den boze in de biologische dierhouderij.

Op elk ei staat een code. Het eerste cijfer vertelt hoe de kip wordt gehouden. Wie eieren wil van biologische kippen die écht buiten lopen, moet letten op code 0 (biologisch). De 0 betekent kort gezegd: 0 kippenleed. Vrije uitloopeieren hebben code 1, scharreleieren (zoals Rondeel) hebben code 2. Steeds meer mensen weten het biologisch ei te vinden: inmiddels is het marktaandeel van biologische eieren de 10% gepasseerd.

De kleur van de dooier zegt iets over wat de kip te eten krijgt. Oranje dooiers zien er leuk uit, maar zijn niet natuurlijk. Biologische eieren hebben vaak gele dooiers, want biologische boeren gebruiken natuurlijk geen kunstmatige kleurstoffen.

Bionext, ketenorganisatie voor duurzame, biologische landbouw en voeding, beschouwt de beste score voor de biologische eieren als een nieuwe bevestiging voor het biologische landbouwsysteem.

Pin It