Rubriek

Werken in de gezondheidszorg

Rubriek

Zorgrobot Tessa heeft zich het afgelopen jaar bewezen binnen Groene Kruis Thuiszorg (GKT) van De Zorggroep. Dit innovatieproject is zodanig succesvol dat het management akkoord heeft gegeven voor het voortzetten en vergroten van de inzet van Tessa. Hiermee is een eerste projectperiode afgesloten waarin in totaal 65 plug-and-play Tessa’s zijn ingezet bij cliënten in de thuiszorg.

Volgende stap

De Zorggroep gaat nu de implementatiefase van Tessa in. Het doel is om dit jaar in elk thuiszorgteam (ca. 80) minimaal 2 Tessa’s in te zetten. De verwachting is dat de implementatie voor 1 juli 2021 is afgerond en dat Tessa dan een standaardonderdeel is van de dienstverlening binnen de wijkverpleging van De Zorggroep. Zo draagt de zorgorganisatie bij aan de positieve gezondheid van haar cliënten en zorgt ze dat de zorg toegankelijk blijft voor iedereen.

Tessa is als hulpmiddel ingezet om cliënten te ondersteunen bij een zorgvraag. Binnen 5 maanden zijn 65 Tessa’s ingezet. De zorgmedewerkers van GKT zijn met behulp van een aantal webinars geïnformeerd over de inzet van Tessa, ondersteund door filmpjes met uitleg over de zorgrobot.

Evaluatie pilot

Uit de evaluatie blijkt dat zorgmedewerkers positief zijn over het gebruik van Tessa. Onder de 40 zorgmedewerkers die meewerkten aan de evaluatie kwam een Net Promotor Score (NPS) van maar liefst 41%. Zij zien dat de zorgrobot de cliënt zelfredzamer maakt, de kwaliteit van zorg verbetert en tegelijkertijd doelmatig maakt. Dit werd bevestigd in het onderzoek van De Zorggroep. 89% van de cliënten hadden aantoonbaar minder last van hun zorgvraag en hierdoor hadden cliënten gemiddeld 101 minuten minder thuiszorg per cliënt per week nodig. Een groot gedeelte van de zorgverleners geeft daarbij ook aan dat volgens hen de kwaliteit van leven van de cliënt zeer sterk wordt verhoogd. Het geeft zelfregie. Het bieden van deze zorg op afstand helpt de cliënt en helpt tegen eenzaamheid.

In deze periode werken er veel mensen in de zorg en is hier ook veel hulp bij nodig. Het werken met corona patiënten kan dan ook erg gevaarlijk zijn. Er zijn echter genoeg maatregelen waardoor het werk toch goed uitgevoerd kan worden. Hoe kunnen we het werken in de zorg weer veilig maken?

Zorgen voor een veilige werkplek

Een werkgever moet natuurlijk zorgen voor een veilige werkplek, dat is in deze periode extra belangrijk. Werkt u op een plek waar corona patiënten zijn of waar u dit virus op kunt lopen dan moet er gezorgd worden voor beschermingsmateriaal zoals mondkapjes, handschoenen en andere noodzakelijke beschermingsmiddelen. Nu er zo veel beschermingsmiddelen nodig zijn is het bij sommige locaties schaars en kan het zelfs op raken. De werkgever kan extra beschermingsmiddelen opvragen bij het Regionale Overleg Acute Zorgketen. De FFP2 maskers die gebruikt worden kunnen ook gesteriliseerd worden en zouden op deze manier nog een keer gebruikt kunnen worden en zal dan nog steeds de gevaarlijke deeltjes tegen houden.

Extra voorzichtig

Als u net terug komt van een hele dag werken in de zorg is het natuurlijk ook belangrijk dat u zich dan ook aan veiligheidsregels houdt. Voor de mensen waar u mee samenwoont moet het ook veilig zijn. Was daarom direct uw handen als u thuis komt. Er is een kleine kans dat u het virus mee naar huis neemt als u alle beschermingsmiddelen heeft gebruikt, maar voorzichtigheid voor alles. Er wordt voor zorgmedewerkers wel aangeraden om zo min mogelijk met andere mensen in contact te komen. U kunt het misschien overdragen of u neemt het misschien wel mee naar uw werk waar veel mensen in de risicogroep zijn.

Helpen in de zorg

Heeft u in de zorg gewerkt of bent u van plan om de zorg een handje te helpen? U kunt zo andere zorgmedewerkers ontlasten en zorgen dat ook zij aan hun rust toe komen. Op de site van de Rijksoverheid vindt u verschillende mogelijkheden waar u zich aan kunt melden om ook wat bij te dragen aan de zorg en de gezondheid van Nederland.

Blijf voor elkaar zorgen

Het is natuurlijk belangrijk om voor elkaar te blijven zorgen. Niet alleen zorgbehoevende maar ook uw collega’s en andere mensen in uw omgeving. Zit één van de beschermingsmiddelen niet helemaal goed, ziet u dat iemand zijn handen niet wast, geef het even aan want zulke dingen kunnen dus een groot verschil maken. Het is voor u een kleine moeite maar de ander kan hiermee gered zijn. Het werk kan nu een stuk zwaarder zijn dan normaal en vermoeiender maar blijf voor u zelf zorgen en ook voor andere.

De digitalisering gaat in de wereld met rasse schreden vooruit. Ook in een gevoelig gebied als de gezondheidszorg wordt tegenwoordig volop digitaal gewerkt. Het is niet verwonderlijk dat dit veel onrust heeft veroorzaakt onder patiënten vanwege de angst voor het verlies van hun privacy. Aan de andere kant kent het digitaal werken in de gezondheidszorg ook veel voordelen. Die zijn zo groot dat de opmars van het zogenaamde eHealth niet te stoppen is.

Het digitale dossier. Is dit veilig?
Met de komst van het digitaal patiëntendossier ontstond er veel protest vanwege de mogelijkheid dat meerdere gezondheidsmedewerkers toegang kunnen krijgen tot dit document. Een angst die wel te verklaren is door alle berichten over datalekken en cybercrime. Wat men alleen vaak vergeet is hoe de fysieke beveiliging geregeld is. Het is vaak eenvoudig om een archiefruimte in een ziekenhuis of zorginstelling in te lopen. Maar ook het rondslingeren van dossiers is geen onbekend fenomeen.  Zolang er bij digitalisering met juiste veiligheidsvoorschriften, met partners die gecertificeerd zijn gewerkt wordt, is het digitaal veel aantrekkelijker dan in fysieke vorm.

De kracht van digitaal werken in de gezondheidszorg

Nieuwe informatie wordt tegenwoordig allemaal geregistreerd in het Elektronisch Patiëntendossier. Wanneer de historische papieren dossiers vervolgens digitaal gemaakt worden en gekoppeld worden aan het EPD, ontstaat er één complete informatievoorziening. Veiliger en completer kan niet! Door de digitalisering kan een medisch dossier vanaf verschillende zorglocaties toegankelijk worden gemaakt. Hierdoor kunnen verschillende artsen tegelijkertijd aan een dossier werken en elkaar op de hoogte houden. Dit verhoogt de efficiëntie waarvan ook de patiënt profiteert. Digitaal werken gaat namelijk een stuk sneller dan met papier. Er hoeft bijvoorbeeld geen tijd verspild worden met kopieën maken of het bijhouden van een papieren archief. Dit werkt bovendien kostenbesparend en heeft een positieve uitwerking op de betaalbaarheid van de gezondheidszorg. Verder hebben niet alleen artsen en specialisten toegang tot het patiëntendossier, maar ook de patiënt zelf. Hierdoor hoeft deze niet meer vanzelfsprekend voor iedere medische uitslag naar de arts, maar kan hiervoor zelf zijn of haar digitale medische dossier raadplegen.

De mogelijkheden op digitaal vlak zijn in de gezondheidszorg nog volop in ontwikkeling. Dat geldt niet alleen voor de patiënten informatie, maar bijvoorbeeld ook voor medische consulten. Zo kunnen patiënten via een videochat met de arts spreken of zelf bepaalde gezondheidsmetingen doen via speciale apps. Het is voor gezondheidsorganisaties dus belangrijk om zo snel mogelijk op de nieuwe ontwikkelingen te springen en digitaal te gaan werken.

I-FourC kan helpen met het digitaliseren van uw medische archief tot een efficiënte en veilige database.

Al eens nagedacht over het gebruik van naambadges in de zorg? Deze kunnen bijzonder handig zijn. Niet alleen voor collega’s onder elkaar of als visitekaartje voor de werkgever, maar ook voor de mensen die hulp nodig hebben. Hoewel naambadges in de zorg nog belangrijker zijn als er veel wordt gewerkt met stagiaires, zijn ze ook bijzonder praktisch als dit niet het geval is. Waarom?

Vergeetachtigheid

Mensen die ouder worden, raken vergeetachtig. Echter, dat is voor veel ouderen heel moeilijk te accepteren, zeker bij beginnende dementie. Ze willen helemaal niet van alles vergeten! Vaak is er ook een stukje schaamte: ouderen willen niet toegeven dat ze dingen niet meer weten. Het is voor zo iemand dus heel prettig als er een hulpverlener binnenkomt die een duidelijke naambadge draagt. Zo weet hij direct weer hoe de hulpverlener heet, waardoor wordt voorkomen dat ernaar gevraagd moet worden. Zo kan de oudere rustig camoufleren dat hij de naam was vergeten, wat erg fijn kan zijn en meer rust geeft.

Steunpunt

Wanneer je wordt omgeven door zorgverleners, kun je een beetje de weg kwijtraken. Er zijn zoveel verschillende gezichten, zoveel nieuwe mensen, zoveel stagiaires… Naambadges in de zorg kunnen hier een belangrijk steunpunt in bieden. Zo kunnen degenen die zorg nodig hebben iemand snel identificeren aan de hand van de naambadge. Zeker wanneer verschillende instanties samenwerken is dit prettig, want dankzij een duidelijk logo weet degene die hulp nodig heeft meteen met wie hij te maken heeft. In seniorvriendelijke zorginstellingen zijn naambadges helemaal van groot belang.

Nieuwe collega’s

Is er een hoog verloop van werknemers bij jouw zorginstantie? Ook dan zijn naambadges ideaal. Je kunt niet bezig blijven met van elke nieuwe stagiaire de naam te leren. Ook als je telkens met nieuwe collega’s werkt of als jouw instantie veel samenwerkt met andere instanties is het fijn te weten met wie je eigenlijk samenwerkt. Ook hier is er vaak een stukje schaamte als je moet toegeven dat je alweer de naam van de ander bent vergeten. Naambadges in de zorg hebben dus een dubbele functie: ze helpen niet alleen de ouderen zich de naam te herinneren, maar bevorderen ook collega’s in de onderlinge samenwerking.

Speciale naambadges in de zorg

Natuurlijk kun je gebruik maken van de standaard naambadges, maar je kunt er ook speciale naambadges van maken die geschikt zijn voor de zorg. Kies dan voor een grote naambadge, waarop naam en functie in grote letters kunnen worden afgedrukt. De grote letters maken de badge ook voor ouderen makkelijker te lezen. Een naambadge is voor ouderen natuurlijk niet praktisch als ze hem niet kunnen lezen vanwege de kleine lettertjes.

Goede samenwerking tussen zorgverleners en zorgontvangers is belangrijk. Deze samenwerking moet waar mogelijk zo goed mogelijk verbeterd worden. Naambadges in de zorg kunnen hier een belangrijke bijdrage in leveren. Zo wordt voor iedereen een prettigere situatie bereikt, waarin mensen van elkaar weten hoe ze heten en welke functie ze hebben.

Mensen die langer dan twee dagen op de intensive care hebben gelegen, ondervinden daar jaren later nog veel problemen van. Medisch specialisten in het ziekenhuis, huisartsen en arbo-artsen zijn daarvan onvoldoende op de hoogte, zegt lector Revalidatie acute zorg Marike van der Schaaf van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Academisch Medisch Centrum (AMC). Van der Schaaf pleit daarom voor betere nazorg voor ic-patiënten, te beginnen met meer aandacht hiervoor in de (para)medische opleidingen.

Een verblijf op de intensive care heeft grote gevolgen voor de patiënt: van de patiënten die langer dan twee dagen op een ic zijn behandeld, ondervindt een meerderheid een jaar later nog lichamelijke klachten. Maar ook psychologische klachten, zoals vergeetachtigheid, depressie en post-traumatische stressstoornis. Deze klachten leiden tot grote beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten, zoals lopen, en terugkeer naar werk. Toch is nazorg voor deze groep nu nog lang niet vanzelfsprekend, zegt HvA-lector Marike van der Schaaf, die onderzoek doet naar het herstel en de revalidatie van intensive care-patiënten. Zo past het niet binnen reguliere behandellijnen dat een ic-patiënt na ontslag nog spreekt met een paramedicus, verpleegkundige of arts van de ic. Van der Schaaf: “Veel voormalig ic-patiënten en hun families voelen zich niet herkend en erkend in de problematiek. Het is daarom erg belangrijk dat er meer aandacht en erkenning komt voor deze complexe problemen.”

Post-intensive-care-syndroom
In 2012 is de term post-intensive-care-syndroom geïntroduceerd om de restverschijnselen te omschrijven die vaak voorkomen bij ex-ic-patiënten. Dit was een belangrijke doorbraak, legt Van der Schaaf uit: “Vanaf dat moment is wereldwijd consensus ontstaan dat er meer aandacht moet worden geschonken aan de problemen die kunnen ontstaan ten gevolge van een ic-opname.” Desondanks blijft de kennis over de gevolgen van een ic-opname nog achter bij (para)medici, patiënten en hun families. De fysieke gevolgen van een ic-opname zijn misschien wel bekend. Een ic-patiënt verliest na 2 weken bedliggen al zo’n 20% spiermassa. Maar de levensbedreigende situatie en de noodzakelijke ic-behandeling leiden vaak tot klachten die niet direct zichtbaar zijn. Zo ervaart een groot aantal patiënten geheugen- en concentratieproblemen of heeft last van emotionele instabiliteit, angst, depressie en slapeloosheid. Ook kampt een aanzienlijk deel van de patiënten met de post-traumatische stress-stoornis (PTSS) na een ic-opname.* Ruim de helft van de patiënten die langer dan twee dagen op de ic beademd zijn geweest, werkt een jaar na ontslag uit het ziekenhuis nog niet volledig. Marike van der Schaaf: “De lichamelijke klachten worden over het algemeen wel erkend. Maar als je voortdurend last hebt van nachtmerries, flashbacks, somberheid en prikkelbaarheid, dan denk je dat je gek wordt. Dat is niet het eerste dat mensen dan bespreken. Die factoren blijven veelal nog onderbelicht.”

Meer aandacht voor kwetsbare patiënten
Internationaal gezien is nog weinig aandacht voor de nazorg na een ic-opname. Nederland loopt op dit moment wereldwijd voorop met onderzoek en begeleiding van deze patiënten. Op de afdeling revalidatie van het Academisch Medisch Centrum bestaat een post-ic-poli, waar voormalig intensive care-patiënten gemonitord worden en informatie krijgen over het herstelproces na een ic-opname. “Het voordeel van onze post-ic-poli op de afdeling revalidatie is dat er een multidisciplinair behandelteam van revalidatieartsen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en psychologen beschikbaar is als dat nodig is. De waardering van de patiënten en hun families voor deze nazorg is enorm”, aldus Van der Schaaf. Onder haar begeleiding werken docenten en studenten onder andere mee aan het ontwikkelen van een fysiotherapie-interventie voor ic-patiënten. Van der Schaaf betrekt de studenten van de HvA-opleidingen Fysiotherapie, Ergotherapie en Verpleegkunde bewust bij deze groep patiënten in het ziekenhuis, om de lacune van kennis op te vullen.

Promovendi
Als lector Revalidatie acute zorg houdt Van der Schaaf zich met name bezig met de fysieke revalidatie van ‘complexe’ ziekenhuispatiënten. Dat zijn intensive care-patiënten, maar ook ouderen en patiënten die complexe operaties hebben ondergaan, bijvoorbeeld aan de slokdarm of alvleesklier. Van der Schaaf begeleidt promovendi van de HvA en het AMC, die onderzoek doen naar het functioneren van deze groepen, en die eraan werken om het herstel van deze patiënten te verbeteren.

*Dit blijkt uit onderzoek dat Van der Schaaf eerder met haar collega’s uitvoerde onder 750 ic-patiënten en hun familieleden

Vanaf 1 januari 2015 zijn de nieuwe WMO, de Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet van kracht. Wetten met veel gevolgen voor kwetsbaren die zorg en werk nodig hebben.

Er wordt 3 miljard bezuinigd op de langdurige zorg. Zo’n 600.000 mensen verliezen hun recht op zorg in een instelling. Ruim 100.000 ontslagen worden hierdoor verwacht. Alle verzorgingshuizen sluiten omdat mensen langer thuis moeten blijven wonen en tegelijkertijd wordt een groot deel van de thuiszorg afgebroken. Dit kan niet. Dit moet worden opgelost. Daarom een oproep van de FNV aan staatssecretaris van Rijn: grijp in.

Op zaterdag 7 maart om 15.00 uur organiseert de FNV een zorgbijeenkomst in het Best Western Hotel-restaurant Stadskanaal aan het Raadhuisplein. Tijdens deze bijeenkomst willen we de gevolgen van de bezuinigingen en de massaontslagen in de zorg duidelijk proberen te krijgen. Hiervoor leggen medewerkers uit de zorg en de sociale werkvoorziening en patiënten en cliënten hun verhalen voor aan een panel bestaande uit:

– Ruud Kuin, vice-voorzitter FNV
– Johan Hamster, wethouder zorg gemeente Stadskanaal, Christen Unie
– Emile Roemer, fractievoorzitter 2de kamerfractie SP
– Teja van Geenen, voorzitter en lijsttrekker Groen Links Stadskanaal

Dit gebeurt niet alleen in Groningen. Op 12 maart organiseert de FNV 3 zorgtribunalen in het land om de gevolgen van de bezuinigingen duidelijk te maken. Een commissie van wijzen velt daar een oordeel over en zal een eisenpakket voor het kabinet formuleren. Ook vanuit Groningen zullen medewerkers daar de gevolgen van het kabinet neerleggen.

Veelzijdig en duurzaam

Al wordt dit materiaal in de volksmond vaak nog verwart met plastic, is kunststof allereerst duurzaam in gebruik. Het is een sterk materiaal en laat zich gemakkelijk samenvoegen met andere materialen. Hierdoor worden alle goede eigenschappen van kunststof nog eens extra versterkt.
De veelzijdigheid van medische kunststoffen vindt men terug bij de samenvoeging van natuurlijke materialen zoals latex. Omdat puur natuurlijke latex allergenen bevat, wordt uit voorzorg voor de patiënt een combinatie gecreëerd die minder snel een allergische reactie zal veroorzaken.

Sterk en flexibel

Andere uitstekende eigenschappen van kunststof zijn: kracht en flexibiliteit. Het materiaal gaat lang mee en dat moet ook wel; anders zou het de gezondheidszorg veel teveel geld kosten. Bovendien is het niet praktisch om steeds maar medische apparatuur te moeten vervangen.

Dagelijks wordt er gewerkt met mensen. Van tevoren is vaak niet te zeggen wie er bij welke afdeling komt, denk bijvoorbeeld aan de Eerste Hulp van een ziekenhuis. Er is robuust materiaal nodig, lichtbakken waar niet na een aantal keer te zijn gebruikt alweer een reparateur aan te pas moet komen.

Oneindig

Het mag duidelijk zijn: de medische toepassingen van kunststof zijn oneindig. Kijkt u maar eens rond, wanneer u op bezoek bent in een ziekenhuis. Of wacht u nog even tot de open dag? Deze wordt eens per jaar bij de meeste instellingen gehouden. U zult zien: het toepassen van kunststoffen binnen de gezondheidszorg, dat is allang niet meer dan logisch.

Jaarlijks worden er miljoenen euro’s verdient met de verkoop van computerspellen. Big Business dus. De technologie lijkt steeds meer inzetbaar in de zorg en in het onderwijs. Stichting Toekomstbeeld der Techniek nam een kijkje naar de mogelijkheden en de mogelijke toepassingen.

Serious games

Naast de spellen die puur voor vermaak zijn bedoelt, ontstaat er ook een markt voor ‘Serious Games’. Dit zijn spellen waarbij de nadruk meer ligt op een nuttige toepassing ervan dan op vermaak. Met de komst van de Nintendo Wii zijn de spellen waarbij er bewogen moet worden om het spel te spelen al ingeburgerd. Ook de spellen waarbij de hersenen worden gestimuleerd, zoals Brain Train Academy voor de Nintendo DS, zijn een commerciëel succes.

Veel van deze technologie wordt ontwikkeld voor trainingen en simulaties voor militaire instanties. Het scheelt immers gigantisch in de kosten wanneer bij deze trainingen de materialen achterwege gelaten kunnen worden. Serious games worden ook ingezet in het onderwijs. Hier worden ze ingezet om het leerproces effectiever te maken.

Toepassing in de zorg

Door de vergrijzing en de kosten die deze met zich meebrengt is het niet mogelijk om de manier waarop verzorgings- en verpleegtehuizen nu werken vol te houden. Op dit moment kost de zorg voor de 85+ bevolking 29 duizend euro per inwoner. De zorg voor mensen tussen de 75 en 84 jaar kost 12,9 duizend euro per inwoner. Door deze hoge kosten zal er meer moeten worden gekeken naar innovatieve zorgconcepten. Hier komt de toepassing van gametechnologie om de hoek kijken.

Naast de financiële voordelen die de nieuwe technologie met zich mee kan brengen kan deze ook bijdragen aan de kwaliteit van zorg. Een term die hiermee gepaard gaat is “healthy aging”. Dit staat voor het in goede lichamelijke en geestelijke gezondheid oud worden. Dit kan worden bewerkstelligt door te blijven bewegen en te blijven denken. In sommige verzorgings- en verpleegtehuizen liggen mensen soms 17 uur op bed. In deze tijd wordt er niet bewogen en ook de hersenen worden niet geprikkeld.

Vroeger werd gedacht dat de hersenen na een tijdje volledig ontwikkeld waren. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat de hersenen gedurende ons hele leven in staat zijn nieuwe hersencellen aan te maken. Door beweging komen er neurotrofines vrij die bijdragen aan een gunstig klimaat voor het produceren van nieuwe hersencellen. Door mensen actief te houden kan dit de kans op dementie verkleinen.

Experts over “serious gaming”

Wijnand Ijselsteijn van de Technische Universiteit in Eindhoven zegt dat ouderen veel baat kunnen hebben bij deze nieuwe technologie. Het zou helpen bij het actief houden van mensen. Ook kan dit meer vertrouwen geven in de omgang met nieuwe technologie. Hij ziet mogelijkheden om computerspellen in te zetten om revalidatie leuker te maken. Volgens hem zijn games ook in te zetten als object dat mensen sociaal bindt.

Joris Wiersinga van Silverfit, Een bedrijf dat gametechnologie gebruikt om toepassingen te maken voor fysiotherapie, denkt dat spellen kunnen bijdragen aan de motivatie van ouderen om oefeningen te doen. Wanneer iemand een beroerte heeft gehad en daarna in een verzorgingstehuis terecht komt kan deze in een dip terecht komen. Hiervoor was deze persoon namelijk nog in staat om alles zelf te doen. Nu voelt hij zich oud en heeft moeite met het opbrengen van energie om te revalideren. Terwijl hiermee vaak nog veel te winnen valt. Games kunnen mensen net dat zetje geven dat ze nodig hebben om aan de gang te gaan.
Wiersinga geeft ook aan dat deze aparaten vaak in een oefenruimte staan. Hierdoor wordt het revalideren ook een sociale bezigheid. Mensen willen elkaar graag laten zien hoe het moet en wat ze kunnen.

Bron: Play On, STT, Den Haag 2011

  • Sterke groei uitgaven aan ouderenzorg en gehandicaptenzorg
  • Ook groei uitgaven aan ziekenhuiszorg en tandheelkundige zorg
  • Daling uitgaven aan huisartsenzorg, geneesmiddelen en kinderopvang

In 2012 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 92,7 miljard euro. Dit is 3,7 procent meer dan in 2011. Vooral de uitgaven aan de vanuit de AWBZ gefinancierde langdurige zorg stegen sterk in 2012. In de jaren 2010 en 2011 namen de zorguitgaven met gemiddeld 3,2 procent per jaar toe. Dit blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van het CBS.

De uitgaven aan ouderenzorg en gehandicaptenzorg stegen fors met ruim 10 procent. Voor langdurige zorg zijn in 2012 extra financiële middelen beschikbaar gesteld. Bovendien kregen naar verhouding meer mensen een indicatie voor een zwaardere vorm van zorg. Na jaren van toename bleven de uitgaven aan geestelijke gezondheidszorg in 2012 ongeveer gelijk. Het via de basisverzekering bekostigde geneeskundige deel van de geestelijke gezondheidszorg liet een daling van de uitgaven zien.

De uitgaven aan ziekenhuizen en praktijken van medisch specialisten stegen in 2012 met 5,6 procent. Deze uitgaven vormen ruim een kwart van de totale uitgaven aan zorg. De stijging komt deels doordat met ingang van 2012 een groep dure geneesmiddelen naar het ziekenhuisbudget is overgeheveld. Mede als gevolg hiervan is aan geneesmiddelen die verstrekt worden door openbare apotheken en drogisten bijna 7 procent minder uitgegeven in 2012.

Na een sterke groei in 2011 namen de uitgaven aan huisartsenzorg in 2012 af met ruim 2 procent. Dit komt vooral door een daling van de inschrijftarieven en de tarieven van bijzondere verrichtingen. De uitgaven aan de zogenaamde ketenzorg zijn hier niet bij inbegrepen.

Aan tandheelkundige zorg is in 2012 bijna 5 procent meer uitgegeven. Hier liggen vooral hogere tarieven aan ten grondslag.

De uitgaven aan kinderopvang namen af in 2012. Het gebruik van kinderopvang liep terug, zowel van het aantal kinderen in de opvang als van het aantal uren opvang per kind. De gemiddelde uurprijs van de opvang is licht gestegen.

Het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (bbp) steeg  van 14,8 procent in 2011 tot 15,4 procent in 2012. Per hoofd van de bevolking bedroegen de uitgaven 5 535 euro in 2012, tegen 5 355 euro in 2011.

  • Sterke groei uitgaven aan ouderenzorg en gehandicaptenzorg
  • Ook groei uitgaven aan ziekenhuiszorg en tandheelkundige zorg
  • Daling uitgaven aan huisartsenzorg, geneesmiddelen en kinderopvang

In 2012 bedroegen de uitgaven aan de gezondheids- en welzijnszorg 92,7 miljard euro. Dit is 3,7 procent meer dan in 2011. Vooral de uitgaven aan de vanuit de AWBZ gefinancierde langdurige zorg stegen sterk in 2012. In de jaren 2010 en 2011 namen de zorguitgaven met gemiddeld 3,2 procent per jaar toe. Dit blijkt uit nieuwe voorlopige cijfers van het CBS.

De uitgaven aan ouderenzorg en gehandicaptenzorg stegen fors met ruim 10 procent. Voor langdurige zorg zijn in 2012 extra financiële middelen beschikbaar gesteld. Bovendien kregen naar verhouding meer mensen een indicatie voor een zwaardere vorm van zorg. Na jaren van toename bleven de uitgaven aan geestelijke gezondheidszorg in 2012 ongeveer gelijk. Het via de basisverzekering bekostigde geneeskundige deel van de geestelijke gezondheidszorg liet een daling van de uitgaven zien.

De uitgaven aan ziekenhuizen en praktijken van medisch specialisten stegen in 2012 met 5,6 procent. Deze uitgaven vormen ruim een kwart van de totale uitgaven aan zorg. De stijging komt deels doordat met ingang van 2012 een groep dure geneesmiddelen naar het ziekenhuisbudget is overgeheveld. Mede als gevolg hiervan is aan geneesmiddelen die verstrekt worden door openbare apotheken en drogisten bijna 7 procent minder uitgegeven in 2012.

Na een sterke groei in 2011 namen de uitgaven aan huisartsenzorg in 2012 af met ruim 2 procent. Dit komt vooral door een daling van de inschrijftarieven en de tarieven van bijzondere verrichtingen. De uitgaven aan de zogenaamde ketenzorg zijn hier niet bij inbegrepen.

Aan tandheelkundige zorg is in 2012 bijna 5 procent meer uitgegeven. Hier liggen vooral hogere tarieven aan ten grondslag.

De uitgaven aan kinderopvang namen af in 2012. Het gebruik van kinderopvang liep terug, zowel van het aantal kinderen in de opvang als van het aantal uren opvang per kind. De gemiddelde uurprijs van de opvang is licht gestegen.

Het aandeel van de zorguitgaven in het bruto binnenlands product (bbp) steeg  van 14,8 procent in 2011 tot 15,4 procent in 2012. Per hoofd van de bevolking bedroegen de uitgaven 5 535 euro in 2012, tegen 5 355 euro in 2011.

Pin It