Rubriek

Zenuwstelsel

Rubriek

Recent onderzoek van Amsterdam UMC toont aan dat virus nog schadelijker is dan eerder werd gedacht

De Hersenstichting is een crowdfundactie gestart om het urgente onderzoek naar hersenschade door het coronavirus te financieren. Het virus kan tijdens én na de infectie op verschillende manieren ernstige schade toebrengen aan de hersenen. Schade waar de patiënt direct en op langere termijn de negatieve gevolgen van ondervindt. De Hersenstichting roept iedereen op een bijdrage te leveren aan het onderzoek. Tot nog toe is er gezamenlijk al bijna 265.000 euro opgehaald. Er echter nog ruim 60.000 euro nodig.

“Corona is primair een longziekte, maar heeft grote gevolgen voor de hersenen, ”zegt Merel Heimens Visser, directeur van de Hersenstichting. “Afgelopen week bleek uit het onderzoek van het Amsterdam UMC dat het virus ervoor kan zorgen dat het immuunsysteem in de hersenen op hol slaat. En dat is niet het enige. Sommige mensen krijgen zuurstoftekort in het bloed en daarmee ook in de hersenen. Verder kan het virus een hersenontsteking veroorzaken of de bloedstolling ontregelen. Een bloedstolsel kan een herseninfarct veroorzaken. Ook het lange verblijf op de intensive care is erg schadelijk voor de hersenen. Veel patiënten houden er blijvende cognitieve klachten aan over, zoals minder aandacht en concentratie, problemen met herinneren en met plannen.”

Schade behandelen, beperken of zelfs voorkomen

Bij sommigen zijn de gevolgen na het coronavirus blijvend. Waarom en hoe dit precies in de hersenen werkt, is helaas nog onbekend. Prof. Caroline van Heugten, verbonden aan Maastricht University: “Het onderzoek van het Amsterdam UMC werd uitgevoerd bij coronapatiënten die overleden waren. Het is daarom juist nu zo belangrijk om ook de mogelijke hersenschade te onderzoeken bij coronapatiënten die het virus hebben overleefd. Als we weten wie welke klachten krijgt en waarom, kunnen we hersenschade bij coronapatiënten beter behandelen, beperken of zelfs voorkomen. Daarom moet er nu onderzoek naar gedaan worden, zodat nieuwe patiënten de juiste behandeling kunnen krijgen.”

De onderzoekers prof. Caroline van Heugten en dr. Janneke Horn, verbonden aan Amsterdam UMC, zullen het onderzoek leiden zodra het bedrag van 325.000 euro binnen is. Tot nu toe is er al 265.000 euro opgehaald, maar is er nog ruim 60.000 euro nodig. “Hoe meer mensen doneren, hoe sneller de onderzoekers kunnen starten met het onderzoek. Ieders hulp is dus hard nodig”, aldus Heimens Visser.

Meer weten over de crowdfundactie en de gevolgen van het coronavirus op de hersenen? Kijk op steunonderzoek hersenstichting.

Over de Hersenstichting

1 op de 4 mensen heeft een hersenaandoening. Hersenaandoeningen zijn helaas hard op weg de grootste ziekte van Nederland te worden. Dit moet stoppen. Want een hersenaandoening zet je leven op z’n kop. Daarom zet de Hersenstichting alles op alles voor gezonde hersenen voor iedereen. Nu en in de toekomst. We zetten niet in op één aandoening, maar investeren breed in baanbrekende oplossingen die hersenaandoeningen helpen voorkomen, afremmen, of genezen. Om dit te bereiken laten we onderzoek doen, geven we voorlichting en zetten we ons in voor betere patiëntenzorg.

Bron: hersenstichting

In veel gevallen komt dementie voor bij oudere mensen van 70 jaar en ouder. Het komt echter ook voor bij mensen onder de 65 jaar dit zijn er in Nederland ongeveer 12 duizend. In eerste instantie zullen de symptomen lijken op overspannenheid of depressie, wanneer de diagnose vastgesteld wordt kan dit veel rust geven voor de naasten.

Niet alleen geheugen verlies

Het eerste waar we allemaal aan denken bij dementie is geheugen verlies. Dit kan op den duur wel optreden maar bij jongere mensen zult eerst iets anders zichtbaar worden. Het eerste wat opgemerkt zal worden is veranderingen in gedrag. Zo kan het problemen op leveren op het werk lukt het niet meer in het huishouden of het gedrag wordt gewoon wat anders. Het kan binnen het gezin voor spanningen zorgen en het kan lijken op depressie of relatieproblemen.

Deel uw verhaal

Zodra de diagnose is vastgesteld is het belangrijk om dit te delen met mensen in uw omgeving. Het is natuurlijk niet iets wat u graag wilt vertellen maar voor andere kan het een hoop helderheid geven. Wanneer u in eens anders reageert dan normaal of wanneer het even niet lukt zullen ze gelijk weten wat er aan de hand is. Het is ook belangrijk om dit te delen op het werk zo zijn zij hier ook van op de hoogte en zouden de werkzaamheden aangepast kunnen worden zodat u het voor u weer goed uitvoerbaar wordt.

hulp bij Alzheimer

Het is goed om hulp te zoeken wanneer u dementie op jonge leeftijd heeft. Er zijn special gespreksgroepen waar iedereen hun verhaal kan delen of tips kan geven hoe er mee om gegaan kan worden. Niet alleen voor degene met dementie maar ook voor partners en kinderen is er een speciale groep. Zo kunnen verhalen met elkaar gedeeld worden en weten we beter met bepaalde situaties om te gaan.

Er is veel onderzoek naar dementie niet alleen op oudere leeftijd maar ook om het voor mensen gemakkelijker te maken wanneer ze het op jongere leeftijd krijgen.

Wanneer meerder familieleden dementie hebben is het voor de meeste een grote angst dat ze het zelf ook krijgen. Maar is dit ook erfelijk of kan zoiets in de familie zitten? Vaak wordt er gezegd dat dit in uw genen moet zitten maar klopt dit ook en kunt u zich vooraf hierop laten testen?

Hoge leeftijd

De kans op dementie ligt hoger op een oudere leeftijd. Zijn mensen in uw familie vaak oud geworden dan kan het zijn dat ze dementie hebben vanwege hun hoge leeftijd. Bij mensen tussen de 65 en 70 jaar heeft slechts 1% dementie terwijl dit bij 90 plussers ongeveer 40% is.

Genen

Er spelen veel genen een rol bij dementie. Zo zijn er veel verschillende genen waardoor u eerder dementie zou kunnen krijgen bij andere. U kunt echter ook goede genen hebben waardoor u juist minder kans op dementie heeft. Helaas kunt u zich hier niet op laten testen om dat dit met zo veel verschillende dingen samen hangt. De gezondheid speelt hier ook een rol in, wanneer u gezond leeft en uw harten hersenen uitdaagt kan dit dementie ook uitstellen. Het kan dus zijn dat dementie pas op een latere leeftijd komt als u goed voor u zelf zorgt.

Dementie voor uw 65ste

Normaal komt dementie voor op latere leeftijd maar wanneer het in de familie voor hun 65ste gebeurt kan er ook iets anders aan de hand zijn. In dit geval zou het wel een erfelijke vorm van dementie kunnen zijn. Dit kan bijvoorbeeld komen door een fout (mutatie) in het gen. Er kan een DNA- onderzoek gedaan worden en wanneer bijvoorbeeld een van uw ouders deze mutatie heeft is de kans 50% dat u dit ook zal krijgen.

Testen in het buitenland

Er zijn inmiddels een aantal bedrijven in het buitenland waar erfelijk materiaal in kaart gebracht kan worden. Zo kunt u zien wat de bekende risico genen zijn van de ziekte en of u die zelf ook heeft. Een bekende gen is APoE4 echter wordt dit door Nederlandse artsen niet getest. Er zijn duizenden genen wat invloed hebben hierop wanneer dit gen heeft betekend het dus niet gelijk dat u op latere leeftijd dementie krijgt.

Er kan dus helaas niet voorspeld worden of u dementie krijgt of niet. U hoeft zich nog niet druk te maken hierom, naast gezond te leven heeft u hier zelf geen invloed op.

Wanneer u zelf te maken krijgt met dementie of iemand van uw naasten deze diagnose krijgt zal er veel veranderen in het dagelijks leven. Natuurlijk hoeft u niet direct beslissingen te nemen over uw eigen zorg of die van uw naasten. Het is goed om te weten waar u gedurende de tijd rekening mee moet houden en welke (professionele) zorg er ingeschakeld moet worden.

Schakel een casemanager in

Een casemanager ondersteunt de persoon met dementie en zijn of haar naasten. Zeker aan het begin van de diagnose kunt u ondergesneeuwd raken in informatie en beslissingen. Een casemanager zal zowel met de cliënt zelf als met de naaste bespreken welke zorg er nodig is. Ook zal een casemanager vastleggen welke beslissingen er genomen moeten worden. Zeker in het begin stadium van dementie kan en cliënt zelf nog beslissingen maken. Een casemanager schakelt tussen beide partijen om zo tot de beste oplossingen te komen. Samen met een casemanager stippelt u een plan uit. Wie gaat er beslissen over vervoer, wonen en zorg en welzijn. Er komt een tijd dat de persoon met dementie niet meer zelf kan beslissen in dat geval heeft de casemanager al een plan klaar liggen waar iedereen destijds ook mee in heeft gestemd.

Zo lang mogelijk thuis wonen

Hoe erger de dementie wordt hoe meer zorg een naaste moet verlenen. Het kan goed zijn om huishoudelijke hulp of thuiszorg in te schakelen om de zorg voor de mantelzorger iets te beperken. Een kleine aanpassing in huis kan al een groot verschil maken. Wanneer het gevaarlijk wordt om de persoon met dementie thuis te laten blijven wonen wordt het tijd om na te denken over een verhuizing naar een verpleeghuis. Het verhuizen naar een verpleeghuis is vaak de laatste fase van dementie waarbij veel zorg nodig is. Een naaste kan de zorg niet alleen opbrengen waardoor een verpleeghuis de enige optie is. Door in het begin stadium met een casemanager te regelen wie welke beslissingen op welk moment mag nemen en dit vast te leggen voorkom je narigheden in een later stadium.

Dementie is een sluipende ziekte met hele grote gevolgen voor de persoon met dementie zelf maar ook voor de naasten. Praat met de omgeving en leg zeker in het begin stadium goed vast wat er is afgesproken over de zorg. Helaas komt het nog wel eens voor dat mensen in een later stadium zorg weigeren en zo een gedwongen opname krijgen omdat ze een gevaar voor zich zelf en een ander zijn. Met de juiste zorg, thuishulp en aanpassingen in huis kan het leven voor de cliënt maar ook voor de naaste dragelijker worden om zo toch nog zo lang mogelijk van elkaar te kunnen genieten.

Het verloop van alzheimer gaat in verschillende fases en dit kan per persoon ook erg verschillen. Ze kunnen dingen minder goed onthouden en begrijpen en ze zullen ook meer moeite krijgen met communiceren. De ziekte is er niet ineens, dit begint bij kleine dingen en naarmate de tijd vordert zal het steeds iets minder worden. Er zijn verschillende fases van Alzheimer.

Beginfase

In de eerste fase zult u niet veel verschil merken maar het kan zijn dat u wat kleine dingen zult op merken. Een recente gebeurtenis kan vergeten zijn of de persoon valt in herhaling. In eerste instantie zult u hier niet veel achter zoeken maar dit kan de beginfase van Alzheimer zijn. Er zijn meerder kenmerken die bij dit beginstadium horen:

  • Nieuw ideeën niet snel begrijpen
  • Verward zijn
  • Minder vloeiend spreken
  • De draad van het verhaal verliezen
  • Interesse verliezen

Middenfase

Alzheimer gaat in dit stadium een grotere rol spelen. Zo wordt het merkbaar in het dagelijkse leven zoals het dagritme, wassen, aankleden en eten vergeten. Ze kunnen dingen die ze dezelfde dag gedaan hebben niet meer onthouden. Zo kunnen mensen vergeten te eten of juist twee keer achter elkaar ontbijten. Ze zullen ook minder besef hebben van de tijd en kunnen soms midden in de nacht wakker worden en dingen in of rondom huis gaan doen. Het is voor deze persoon maar ook voor dierbare lastig om hiermee om te gaan. Zo kunt u het midden stadium herkennen:

  • Sneller overstuur
  • Verward over waar ze zijn
  • De weg kwijtraken
  • In de war zijn over de tijd
  • Zichzelf in gevaar brengen door bijvoorbeeld te vergeten het gas uit te zetten
  • Problemen met waarneming

Laatst fase van Alzheimer

De laatste fase is altijd erg lastig voor dierbare. De persoon is erg veranderd en kan u vaak niet meer herkennen. Ze hebben veel hulp nodig en kunnen niet meer alleen zijn. Ze zullen veel dingen niet meer begrijpen en zullen last hebben van spraakverlies.

  • Onrustig zijn en zoeken naar iets of iemand
  • Verdrietig of agressief zijn
  • Moeite hebben met kauwen en slikken
  • Afvallen ondanks veel eten
  • Spraak verlies, een paar worden blijven herhalen

Oorzaak en medicijn

De oorzaak van dementie is helaas niet bekend. Wel blijkt dat naarmate we ouder worden we meer kans hebben op dementie. Zo heeft 40% van de mensen boven de 90 jaar Alzheimer. Er zijn wel een aantal factoren die mee kunnen spelen zoals roken, te weinig bewegen, depressie, diabetes, hoge bloeddruk, sterk overgewicht en weinig mentale activiteiten. Een geneesmiddel is er helaas nog niet maar wel is er een medicijn om het proces te vertragen. Dat is voor deze persoon maar ook dierbare prettig omdat zijn of haar persoonlijkheid dan langer blijft zoals het was.

Hersenaandoeningen worden grote last voor gehele samenleving

Den Haag 16 januari 2020 – Het aantal Nederlanders dat een beroerte krijgt, lijdt aan dementie of de ziekte van Parkinson zal tot 2040 explosief stijgen ten opzichte van 2015. Dit constateert de Hersenstichting op basis van gegevens over hersenaandoeningen uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2018 (VTV-2018) van het RIVM. Uit de cijfers blijkt dat het aantal patiënten dat in 2040 een beroerte heeft gehad met 54 procent stijgt, het aantal dementiepatiënten met 115 procent en het aantal mensen met de ziekte van Parkinson met 71 procent. Deze explosieve stijging heeft een enorme impact op de gehele samenleving. Uit de toekomstverkenning voor 2040 komt naar voren dat er over twintig jaar 672.600 Nederlanders een beroerte hebben gehad en met de gevolgen daarvan moeten leven, dat er 330.400 mensen aan dementie lijden en 82.600 aan de ziekte van Parkinson. Het aantal dat lijdt aan dementie verdubbelt daarmee ten opzichte van 2015. “En dit zijn slechts drie hersenaandoeningen van de in totaal honderden die voorkomen”, zegt Merel Heimens Visser, directeur van de Hersenstichting. “Het positieve nieuws is dat we de afgelopen jaren al enorme stappen hebben gezet op het gebied van hersenonderzoek, waardoor er in de komende twintig jaar minder Nederlanders sterven aan de gevolgen van bijvoorbeeld een beroerte. Alleen moeten er wel meer mensen met de gevolgen van deze hersenaandoening leren leven. Dit alles zorgt ervoor dat de gehele samenleving – patiënten, naasten, mantelzorgers en zorgprofessionals – meer en meer te maken krijgt met hersenaandoeningen en de gevolgen hiervan.”

Investeren in de toekomst

Nu al hebben bijna vier miljoen Nederlanders een hersenaandoening en kost het de maatschappij jaarlijks 25 miljard euro. Naar aanleiding van de projecties uit de toekomstverkenning is de verwachting dat dit de komende jaren alleen maar toeneemt. “De wetenschap, de overheid, het bedrijfsleven en de rest van de samenleving gaan hier de komende jaren in verschillende opzichten veel van merken. De zorguitgaven zullen stijgen, op het werk zullen steeds meer mensen zijn die lijden aan een hersenaandoening en Nederlanders zullen meer mantelzorg moeten verlenen aan mensen met een hersenaandoening”, zegt prof. dr. Helmut Kessels, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “Daarom moeten we met zijn allen samenwerken om een toekomst te creëren zonder hersenaandoeningen”, vult Heimens Visser hem aan. “Want alleen samen kunnen we hersenaandoeningen behandelen én in de toekomst voorkomen. We moeten daarbij niet inzetten op één aandoening, maar breed investeren in baanbrekende oplossingen die hersenaandoeningen helpen voorkomen, afremmen of genezen. We moeten blijven investeren in onderzoek, het geven van voorlichting en het verbeteren van de patiëntenzorg.”

Collecteweek van de Hersenstichting

Help de Hersenstichting mee om dit toekomstbeeld te voorkomen. Geef aan de collectant tijdens de collecteweek van maandag 27 januari tot en met zaterdag 1 februari 2020. Ruim 19.000 vrijwilligers lopen door heel Nederland langs de deuren om geld in te zamelen voor al die mensen die te maken hebben meteen hersenaandoening. Geef aan de collectant of doneer het online.

Over de Hersenstichting

1 op de 4 mensen heeft een hersenaandoening. Hersenaandoeningen zijn helaas hard op weg de grootste ziekte van Nederland te worden. Dit moet stoppen. Want een hersenaandoening zet je leven op z’n kop. En vroeg of laat raakt het ons allemaal. Daarom zet de Hersenstichting alles op alles voor gezonde hersenen voor iedereen. Nu en in de toekomst. We zetten niet in op één aandoening, maar investeren breed in baanbrekende oplossingen die hersenaandoeningen helpen voorkomen, afremmen, of genezen. Om dit te bereiken laten we onderzoek doen, geven we voorlichting en zetten we ons in voor betere patiëntenzorg. Meer informatie: www.hersenstichting.nl

Onderzoeksverantwoording

In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport rapporteert het RIVM over de ontwikkeling van de volksgezondheid in Nederland middels de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). Een VTV geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige maatschappelijke opgaven op het gebied van ziekte en gezondheid, gezondheidsdeterminanten, preventie en gezondheidszorg in Nederland. Ook hersenaandoeningen worden meegenomen in een VTV. Op verzoek van de Hersenstichting heeft het RIVM in 2019 in kaart gebracht welke hersenaandoeningen zijn meegenomen in de recentste VTV, de VTV-2018. Bij de hersenaandoeningen is de volgende vraag gesteld: als de historische cijfers zich in de toekomst op eenzelfde wijze voortzetten én als er geen nieuw of aanvullend beleid wordt ontwikkeld, hoe ziet de toekomst er dan uit? De projecties zijn dus volledig verklaarbaar door de veranderende bevolkingsomvang (aantallen mensen) en -samenstelling (leeftijden, mannen, vrouwen), ofwel demografie.

Dat slecht slapen niet goed is voor je humeur en je energie wisten we al, maar verhoogt het ook het risico op de ziekte Alzheimer? Het Radboudumc heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van slechte nachtrust en het effect op Alzheimer. Benieuwd naar de resultaten van het onderzoek? Lees dan snel verder.

Alzheimer-eiwitten

De eiwitten amyloïd-beta en tau komen van nature voor in de hersenen. Normaal stijgt de productie van amyloïd-beta overdag en daalt het tijdens het slapen. Een kenmerk van Alzheimer is dat beide eiwitten zich juist ophopen in de hersenen. Het is in de meeste gevallen een langzaam proces dat wel tien tot twintig jaar kan duren. Een slaapgebrek leidt tot een toename aan de eiwitten, vandaar dat het Radboudumc verder onderzoek heeft gedaan.

Het slaaponderzoek

Tijdens het onderzoek hebben 17 gezonde vrijwilligers deelgenomen aan een slaapexperiment. In een slaaplab werden hun hersenactiviteiten en hersenvocht gemeten. Een deel van de groep werd uit hun diepe slaap gehouden met behulp van geluiden. Hierbij werden zij niet gewekt maar enkel uit hun diepe slaap gehouden. Het andere deel kon ongestoord slapen. Na een maand werden de groepen omgewisseld. Uit het onderzoek bleek dat na een nacht met een verstoorde diepe slaap, de hoeveelheid amyloïd-beta met 10% toenam.

De conclusie

Het onderzoek is echter nog niet uitgebreid genoeg om er concrete conclusies uit te trekken. Onderzoekers benaderukken daarom dat een slechte nachtrust niet direct het risico op Alzheimer vergroot. Wel geven ze aan dat er meerder onderzoeken op andere gebieden tonen aan dat een goede nachtrust bijdraagt aan een goede gezondheid. Daarom geven wij enkele tips die moeten helpen om je nachtrust te verbeteren.

Slaap bevorderende middelen

  • Gebruik de slaapkamer primair om in te slapen en maak er geen werkplek van
  • Lees voor het slapen gaan een boek en kijk vooral geen tv
  • Drink rustgevende kruidenthee of andere natuurlijk supplementen van bijvoorbeeld een online winkel als Sambrosacare.
  • Maak geen gebruik van de smartphone een uur voor het slapen gaan
  • Zorg dat de slaapkamer goed geventileerd is

Hoe ontwikkelen de hersenen zich naar mate we ouder worden? Hoe komt het dat we vergeetachtig worden?

Voortdurende veranderingen

Onze hersenen ondervinden constant veranderingen. Het is per levensperiode verschillend hoe de hersenen zich gedragen. Ze passen zich aan aan de bezigheden van de persoon. Wat vitaliteit betreft is er weinig verschil tussen het brein van een tiener en een vijftigjarige. Het verschil zit hem in hetgeen waar de hersenen mee bezig zijn. Tot het vijfentwintigste levensjaar ontwikkelen deze zich, daarna beginnen ze te krimpen. Deze achteruitgang heeft verder geen invloed op het iq. Vergeetachtigheid is het resultaat van het niet genoeg gebruiken van de hersenen. Informatie wordt niet snel uit het brein gewist. Het is alleen een kwestie van langer zoeken omdat de verbindingen tussen de hersencellen iets minder worden.

Neurotransmitters

Tussen de hersencellen vindt communicatie plaats met behulp van neurotransmitters. Neurotransmitters zijn stofjes die bepaalde gemoedstoestanden met zich mee kunnen brengen. Twee voorbeelden hiervan zijn serotonine en dopamine. Serotonine zorgt voor gevoelens van ontspanning, enthousiasme en vrolijkheid. Dopamine is verantwoordelijk voor de gevoelens van geluk en verlangen.

In onze tienerjaren zijn wij vooral voor deze twee erg gevoelig. Hierdoor zijn wij in staat om op deze leeftijd halsoverkop verliefd te worden. Wanneer wij ouder worden zijn wij minder gevoelig voor deze stoffen. Om tot dezelfde intense emoties te komen als in onze tienerjaren moet er dus heel wat gebeuren.

Isolerende lagen

Tot het ongeveer het vijftigste levensjaar zijn onze hersencellen bedekt met isolerende laagjes. Hoe dikker deze laagjes zijn, des te beter de communicatie tussen hersencellen verloopt. Vanaf het zestigste levensjaar begint de afbraak hiervan. Hierdoor hebben we op latere leeftijd meer tijd nodig voor het verwerken van informatie. Dit zorgt voor een trager reactievermogen.

Voor tips over het gezond houden van de hersenen klikt u hier

Bron: Infonu.nl

De beroepsorganisaties van huisartsen (NHG), specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters (Verenso) en verpleegkundigen en verzorgenden (V&VN) starten gezamenlijk het project DementieEnDan Eerstelijnszorg. Met een pakket aan scholingsmateriaal willen deze organisaties de deskundigheid over dementie bij hun leden vergroten en de samenwerking tussen de verschillende disciplines bevorderen. Hiermee sluiten zij aan bij de landelijke campagne DementieEnDan die in de week van 20-29 september plaatsvindt. Het project wordt financieel mogelijk gemaakt door Achmea.

Per jaar wordt in Nederland bij minstens 20.000 personen de diagnose dementie gesteld. Daarnaast heeft een aanzienlijk aantal ouderen dementie zonder dat dit bij de huisarts bekend is. Om uiteenlopende redenen blijkt de huisarts niet altijd de diagnose dementie te stellen wanneer dat wel mogelijk is.

Samenwerking
Goede medische en verpleegkundige zorg aan deze groep (zeer) kwetsbare patiënten vraagt om een proactieve, multidisciplinaire en probleemgeoriënteerde benadering. Een goede samenwerking tussen zorgverleners (zoals huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, wijk- en praktijkverpleegkundigen, verzorgenden en casemanagers dementie) is van groot belang voor patiënten met dementie.

De beroepsorganisaties ontwikkelen een gezamenlijk pakket scholingsmateriaal dat deze samenwerking ondersteunt en praktische en regionale werkafspraken mogelijk maakt. Door deze samenwerking blijft er oog voor de belastbaarheid van de patiënt, het voorkomen van onnodig belastende onderzoeken en ziekenhuisopnames en de mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en te functioneren. Zo krijgt de patiënt altijd de goede zorg, ongeacht waar hij of zij zich bevindt.

Compleet pakket
Tijdens de campagne DementieEnDan, van 20-29 september, staat Nederland in het teken van dementie. Deze multimediale campagne is een initiatief van documentairemaker Ireen van Ditshuyzen. Naast een TV documentaire is er filmmateriaal beschikbaar voor scholingsdoeleinden. NHG, Verenso en V&VN ontwikkelen samen met het campagneteam scholing voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters, praktijkverpleegkundigen, wijkverpleegkundigen en casemanagers dementie ter verbetering van de zorg bij (vermoeden van) dementie.

Een vernieuwend project omdat het de deskundigheidsbevordering van bovengenoemde beroepsgroepen gezamenlijk aanpakt door middel van een e-learning en gemeenschappelijke trainingen in de eigen regio. Ook de kaderopleidingen van zowel huisartsen als specialisten ouderengeneeskunde zijn betrokken bij de ontwikkeling van het scholingsmateriaal. 

Materialen
De volgende (scholings)materialen worden ontwikkeld:

  • E-learning voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundigen;
  • Informatie voor patiënten en mantelzorgers over dit onderwerp op Thuisarts.nl, gebaseerd op samenwerkingsafspraken tussen huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundigen;
  • Gezamenlijke trainingen voor huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundigen in -en afgestemd op- de eigen regio;
  • Digitaal onderwijsmateriaal voor toetsgroepen;
  • Een brochure met een overzicht van alle beschikbare materialen over dementie en mantelzorg.

Subsidie
Het innovatiefonds van Achmea heeft positief geoordeeld over de subsidieaanvraag voor het project DementieEnDan Eerstelijnszorg. Zij erkent het als een vernieuwend project omdat het de deskundigheidsbevordering van bovengenoemde beroepsgroepen gezamenlijk aanpakt. Met het project is in totaal een bedrag van ruim € 200.000,- gemoeid. De projectaanvragers dragen voor 25% aan het project mee, de rest wordt door Achmea gefinancierd.

Emoties reguleren, hoe doen onze hersenen dat? Twee promoties en een symposium aan de Radboud Universiteit gaan eind deze maand hierover. De promotieonderzoeken maken duidelijk: niet ieders hersenen zijn even goed in het onder controle houden van emotionele impulsen. Bij de helft van de ‘gewone mensen’ gaat dat al minder goed. En het brein van mensen met een sociale angststoornis maakt er helemaal een potje van.

Neurowetenschapper Inge Volman promoveert op onderzoek naar de hersenprocessen die betrokken zijn bij het controleren of sturen van emotionele neigingen. Direct gevolg geven aan elke emotionele impuls is niet handig. Welke hersennetwerken zijn belangrijk voor het onder controle houden van die impulsen en zijn er genen, hormonen of andere factoren die daarop van invloed zijn?
Twee gebieden in de hersenen spelen een belangrijke rol: de anterieure prefrontale cortex (aPFC) en de amygdala. De amygdala wordt extra actief bij emotionele reacties, de aPFC reguleert het automatische gedrag. Eerder publiceerde Volman hier al over (in Current Biology, oktober 2011): ze liet toen zien dat de impulscontrole een stuk slechter werd als de aPFC tijdelijk werd lamgelegd door magnetische stimulatie (TMS).
Ook toonde ze de invloed van testosteron aan (in Cerebral Cortex, februari 2011):mannen met een hoog testosteronniveau hebben een minder actieve aPFC en ook verloopt de communicatie tussen amygdala en aPFC minder goed. Het lijkt er daarmee op dat hoe hoger het testosteronniveau is, des te slechter de controle over de emotionele impulsen.

Veelvoorkomende genvariant
Een nieuwe bevinding van Volman is dat een genetische variant die bij ongeveer de helft van de mensen voorkomt ook van invloed is. Het gaat om een variant die ertoe leidt dat het serotoninetransportergen minder proteïnen aanmaakt, waardoor het serotoninetransport in de hersenen anders verloopt dan bij mensen zonder deze variant. Bij mensen met deze variant is een hogere amygdala-activiteit te zien bij emoties en juist minder regulatie van de aPFC. Hun hersenen hebben dus een minder goed werkend ‘emotiecontrolemechanisme’ dan mensen zonder deze genvariant.
Dat wil niet meteen zeggen dat ze hun gedrag slechter onder controle hebben, aldus Volman: hersenfuncties en gedrag overlappen elkaar niet één-op-één. ‘Wel zou het zo kunnen zijn – dat vergt verder onderzoek – dat mensen met een minder goed werkend controlemechanisme meer risico lopen om na grote stress emotionele problemen op te lopen. Dat zou belangrijk kunnen zijn voor mensen in stressberoepen. Want het zou heel goed mogelijk zijn dat je kunt trainen op emotiecontrole en dat zo’n training dan ook leidt tot een verandering in de hersenen, met name van de communicatie tussen amygdala en aPFC.’
Symposium emoties en gedrag
Rondom haar promotie heeft Volman samen met haar promotoren Karin Roelofs en Ivan Toni een symposium georganiseerd over emoties en gedrag. Op 25 en 26 april zijn diverse neuro- en andere wetenschappers te gast bij het Behavioural Science Institute en het Donders Centre for Cognitive Neuroimaging van de Radboud Universiteit om te spreken over onder emoties en gedrag (zoals beslissingen nemen, in actie komen of niet) bij ‘gewone’ mensen, jongeren, mensen met sociale angst, met posttraumatische stress of een borderline persoonlijkheidsstoornis. Voor het hele programma en abstracts, zie de website.
Hersenen en sociale angst
Eén van de sprekers op het symposium is Henk Cremers, die op 29 april promoveert op onderzoek naar hersenprocessen bij patiënten met een sociale angststoornis. Dat zijn mensen die zó angstig zijn voor situaties waarin ze beoordeeld kunnen worden door anderen, dat het hun dagelijks leven en bijvoorbeeld goed functioneren op het werk in de weg staat. 5 tot 12 procent van de mensen heeft er last van.
Cremers deed onder meer onderzoek naar het spreken in het openbaar, een van de meest stressvolle situaties voor mensen met sociale angst . Hij observeerde die eerst in ‘neutrale toestand’ in de fMRI, vertelde hen daarna dat zij na het onderzoekje even een korte presentatie moesten houden voor hem en zijn collega’s en bestudeerde vervolgens de hersenactiviteit nog eens. Dat leverde een zonneklaar beeld op: de interactie tussen de emotieregulerende gebieden in de hersenen (verschillende gebieden in de prefrontale cortex) en de amygdala was een stuk minder dan daarvoor. Bij een controlegroep van proefpersonen zag Cremers juist een sterkere interactie tussen de emotieregulerende hersengebieden en amygdala na de instructie dat ze zo meteen even een presentatie moesten houden.
‘Zij hadden misschien ook wel een beetje last van plankenkoorts, maar hun hersenen gingen op scherp staan. De hersenen van de sociale angstpatiënten waren behoorlijk van slag. En dat correspondeerde ook heel sterk met hoe zij zichzelf voelden: hoe paniekeriger, des te minder was de regulerende interactie met de amygdala. ‘Een bevinding in lijn met de verwachtingen, maar zo duidelijk en gekoppeld aan een directe, stressvolle situatie, is het nog niet eerder geobserveerd.’

Anders omgaan met (spreek)angst
Onder wetenschappers is er discussie of sociale angststoornissen een kwestie zijn van verhoogde reactiviteit of van verminderde regulatie. In ieder geval voor spreekangst laten deze resultaten zien dat dat een verminderde regulatie op de voorgrond staat , meent Cremers. ‘Dat kan relevant worden voor de behandelaanpak. In plaats van te kiezen voor aandachtstraining, om de reactiviteit op negatieve gezichtsuitdrukkingen in het publiek te verminderen, zou het beter kunnen zijn om te werken aan het anders interpreteren van situaties: begrijpen dat ze wel spannend zijn, maar niet gevaarlijk. Dat speelt meer in op emotieregulatie.’

Pin It