Rubriek

Onderzoek

Rubriek

Het Catharina Ziekenhuis heeft als eerste ziekenhuis in Nederland een succesvol zorgpad ontwikkeld voor patiënten met het neurogeen thoracic outlet syndroom (NTOS). Patiënten met NTOS hebben uiteenlopende klachten van de nek, schouder, arm en/of hand die worden veroorzaakt door beknelling van de zenuwbundel in de schouderregio.

Door de complexiteit van de diagnose, onduidelijke naamgeving en kwalitatief matig wetenschappelijk onderzoek, wordt dit ziektebeeld door veel artsen niet erkend of herkend. In het Catharina Ziekenhuis is enkele jaren geleden een zorgpad opgesteld waar op een effectieve en efficiënte manier kan worden vastgesteld of een patiënt NTOS heeft of niet.

Van loket naar loket

“Patiënten met NTOS die bij ons komen zijn vaak jarenlang met hevige pijn van loket naar loket gestuurd. Vanwege de onbekendheid en complexiteit van het ziektebeeld werd de juiste diagnose vaak niet gesteld. Voor patiënten vaak erg frustrerend!”, zegt Niels Pesser, onderzoeker binnen het TOS-centrum. “Een paar jaar geleden hebben we met een team van vaatchirurgen, neurologen, fysiotherapeuten, radiologen, pijn-anesthesisten en orthopeden een nieuw zorgpad ontwikkeld, en wat blijkt: met succes!”, zegt neuroloog dr. Bart van Nuenen van het Catharina Ziekenhuis. Onderzoek onder 856 patiënten die de diagnose NTOS kregen, laat zien dat onze aanpak helpt om tot een passende behandeling te komen.

Bij 39% van de patiënten met NTOS bleek gespecialiseerde fysiotherapie een goede behandeling te zijn en was een operatie niet nodig. Bij de resterende 61% van de patiënten werd een operatie, een zogenaamde thoracic outlet decompressie, uitgevoerd.

Kwaliteit van leven

In totaal werden 274 patiënten gevolgd waarbij deze operatie is uitgevoerd om de functie van de arm en de kwaliteit van leven te meten. Deze resultaten werden vergeleken met de situatie vóór de operatie. Er werd een significante verbetering van de armfunctie en kwaliteit van leven gezien na de operatie. In totaal had 72% van de patiënten geen of minimale restklachten. De resultaten worden gepubliceerd in het medisch wetenschappelijk tijdschrift EJVES, het hoogst gewaardeerde tijdschrift voor vaatchirurgie.

Lovend over resultaten

Deze uitkomsten zijn een eerste stap naar een volledig wetenschappelijk bewezen zorgpad voor NTOS patiënten. De verwachting is dat deze studie bijdraagt aan het erkennen en herkennen van NTOS als ziektebeeld. Daarbij wordt de vergelijking van resultaten uit andere ziekenhuizen beter mogelijk door de toepassing van het zorgpad uit het Catharina Ziekenhuis. In een reactie op het artikel blijkt dat artsen uit andere –buitenlandse- ziekenhuizen lovend zijn over de resultaten en mogelijkheden. Er wordt gesteld dat het artikel een ’benchmark’ is voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek en een manier laat zien om tot goede diagnostiek en behandeling te komen van de vaak niet erkende of herkende groep NTOS patiënten.*

Patiënten met klachten die kunnen wijzen op NTOS kunnen na analyse door een neuroloog in de eigen regio worden doorverwezen naar het gespecialiseerde TOS- team in het Catharina Ziekenhuis.

Bron: Catharina Ziekenhuis

Ben je al meerdere malen bij de huisarts of fysiotherapeut geweest omdat je lichamelijke klachten hebt? Dan hoop je hier ongetwijfeld snel weer van af te zijn. Ondanks dat een arts of fysio over specifieke kennis beschikt, slagen zij er niet altijd in de oorzaak van de pijn te achterhalen. Als hen dit niet lukt, is de kans groot dat zij een MRI-scan adviseren. Ben je niet bekend met zo’n scan? Dan ben je hier aan het juiste adres. In deze tekst vertellen wij jou namelijk alles wat je moet weten over een MRI-scan.

Hoe wordt een MRI-scan uitgevoerd?

Een MRI-scan kun je uitsluitend ondergaan bij een medisch specialist. Dit komt doordat zo’n scan uitgevoerd wordt met behulp van een speciaal apparaat. Als je wordt doorverwezen door een (huis)arts, is de kans groot dat je naar een ziekenhuis of kliniek in de buurt moet. De meeste ziekenhuizen beschikken namelijk over een apparaat om een MRI-scan mee uit te voeren.

Bij een MRI-scan neem je plaats op een soort bed. Zodra je ligt, schuift dit bed het apparaat in. Doordat het apparaat een ronde opening heeft, heeft het wel wat weg van een tunnel. Hoe ver je in de tunnel komt te liggen, hangt af van het deel van jouw lichaam dat gescand moet worden. Gaat het om de knie of enkel? Dan blijf je vaak met jouw hoofd buiten het apparaat liggen. Als jouw hoofd, nek of hals gescand wordt, lig je volledig in het apparaat.

Wat kan er in kaart gebracht worden met een MRI-scan?

Als een (huis)arts vermoedt dat je een bot gebroken hebt, laat hij voor de zekerheid een röntgenfoto maken. Op zo’n foto is een botbreuk doorgaans goed te zien. Helaas is dit niet altijd het geval. Ook afwijkingen aan spieren en/of gewrichten, bloedvaten en zenuwen zijn op een röntgenfoto meestal niet te zien. Om de oorzaak van het probleem te achterhalen, kun je een MRI-scan ondergaan. Zo’n scan brengt dergelijke problemen vrijwel vaak aan het licht. Je kunt ook een mri scan hersenen ondergaan. Hiermee krijg je duidelijkheid over de oorzaak van hoofd gerelateerde klachten of je kan juist bepaalde oorzaken uitsluiten.

Verwijzing is niet nodig voor een MRI-scan

Loop je met klachten en wil je niet naar  de huisarts of fysiotherapeut, maar houden de lichamelijke klachten aan? Of kom je niet verder? Dan raak je hier mogelijk behoorlijk gefrustreerd door. Logisch, want je wilt een keer uitsluitsel hebben, zodat je weet waar je aan toe bent. Als een (huis)arts of fysio een MRI-scan niet nodig acht, betekent dit niet dat je zo’n scan niet kunt ondergaan. Je kunt namelijk kiezen voor een MRI scan zonder verwijzing. In dat geval heb je geen verwijzing van een huisarts, fysiotherapeut of andere medisch specialist nodig om een MRI-scan te ondergaan. Je plant dan zelf een afspraak in.

Het Catharina Ziekenhuis is begonnen met het toedienen van een halfjaarlijks infuus aan een specifieke patiëntengroep van vrouwen na de overgang met borstkanker. Uit recent onderzoek blijkt dat zo’n infuus met botversterkende middelen de kans op uitzaaiingen in de botten en de kans op botbreuken verkleint. Ook wordt het ontstaan van broze botten (osteoporose) voorkomen.

Het halfjaarlijks infuus zorgt er eveneens voor dat de botten van deze patiënten met borstkanker na behandelingen sterker blijven. “Het preventief gezond houden van de botten is enorm belangrijk”, zegt oncoloog-internist dr. Birgit Vriens van het Catharina Kanker Instituut. “We geven daarom altijd al advies over voeding en leefstijl.”
Behandeling thuis

Patiënten hoeven niet naar het ziekenhuis te komen voor het infuus: drie jaar lang komt om de zes maanden een verpleegkundige thuis de behandeling geven. Daarnaast krijgen patiënten dagelijks een combinatie van calcium met vitamine D. Voor elke infuus wordt bloed geprikt om te beoordelen of het volgende infuus door kan gaan.

Belangrijke voorwaarde voor het infuus met het botversterkend middel is een gezond gebit. “Een van de bijwerkingen is kaaknecrose. Als je al een slechte gebit hebt, is de kans aanwezig dat tanden uitvallen. Patiënten met een slecht gebit krijgen de behandeling dan ook niet,” aldus verpleegkundig specialist Oncologie Angelie van den Bosch. Zij schreef mee aan het protocol over deze behandeling. Inmiddels is het protocol landelijk opgenomen in de handreiking ‘Botgezondheid’.

Het Catharina Ziekenhuis is het meest uitgebreide centrum voor de behandeling van borstkanker in de regio. “Daarom kan deze aanvullende behandeling eenvoudig geïntegreerd worden”, zegt Van den Bosch. “We gaan ook kijken of we het in kunnen zetten voor de behandeling van prostaatkanker.”

Bron: Catharina Ziekenhuis

In Zuidoost-Brabant zijn naar schatting 2000 mensen met een erfelijke aanleg voor verhoogd cholesterol, die nog niet worden behandeld voor die aandoening. Zij lopen een grote kans om op jonge leeftijd een hartinfarct en/of vaatproblemen te krijgen. Het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis opent vandaag een regionaal expertisecentrum om de opsporing en de behandeling van deze mensen te intensiveren.

“In Zuidoost-Brabant hebben we 20 tot 34 procent van de mensen met Familiaire Hypercholesterolemie, kortweg FH, in beeld”, zegt Daan van den Bersselaar, als verpleegkundig specialist betrokken bij het nieuwe expertisecentrum. “Dat betekent concreet dat in deze regio ruim 2000 mensen met FH nog niet gediagnosticeerd zijn. Uit onderzoek blijkt 26% van deze mensen zonder medicatie voor hun veertigste een hartinfarct te krijgen en komt 7% te overlijden voor hun veertigste, dus het is zaak om die groep snel op te sporen.” Snelle opsporing van FH via de huisarts en vroegtijdige behandeling, vaak al vanaf de kinderleeftijd, voorkomt vroegtijdige hart- en vaatziekten.

Afwijkend DNA

FH is een sluipmoordenaar. Mensen met FH die gezond eten en voldoende bewegen hebben vaak toch een hoog cholesterol. De oorsprong van het verhoogde cholesterol is dan een erfelijke aanleg. “Families met FH kenmerken zich vaak door het jong overlijden van familieleden als gevolg van hart- en vaatziekten,” aldus van Den Bersselaar. Mensen met FH hebben een afwijking in hun DNA. Daardoor wordt cholesterol onvoldoende uit het bloed gehaald. “Bij sommige mensen met FH zie je ook uiterlijke kenmerken als gele vetophoping rondom de ogen, of knobbels op de pezen. Al deze signalen kunnen duiden op FH en zijn reden om verder onderzoek te doen.”

Om hart- en vaatziekten bij mensen met FH te voorkomen, zijn de specialisten van het Hart- en Vaatcentrum van het  Catharina Ziekenhuis op zoek naar families met FH, of families waarin hoge cholesterolwaarden voorkomen en familieleden al op jonge leeftijd hart- en vaatziekten kregen. Door actieve opsporing in het ziekenhuis en het vergroten van de alertheid bij huisartsen, hopen de artsen iedereen met FH te vinden en preventief te beschermen.

Wanneer reageren?

Komt FH voor in uw familie? Of hebben vele familieleden een ernstig verhoogd cholesterol? Of komen in uw familie hart- en vaatziekten op jonge leeftijd  voor? Voor mannen geldt onder de 55 jaar en vrouwen onder de 60 jaar. Overleg dan met uw huisarts of neem contact op met de behandelaren van het regionaal expertisecentrum in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Dat kan telefonisch via: 040 – 239 59 00.

LEEFH

Het regionaal expertisecentrum is aangesloten bij de stichting LEEFH. LEEFH coördineert landelijk de opsporing van en de zorg voor families met FH. Voor meer informatie: leefh.nl. Het regionaal expertisecentrum in het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis bestaat uit verpleegkundig specialist Daan van den Bersselaar, internist dr. Eveline Besselaar-Niemantsverdriet en kinderarts Angelique Roeleveld-Versteegh.

Bron: Catharina ziekenhuis

Is het mogelijk om teruggekeerde endeldarmkanker beter te behandelen met extra chemotherapie voorafgaand aan een operatie? KWF investeert ruim 2 ton in een onderzoek van het Catharina Ziekenhuis om deze vraag te beantwoorden.

“Uit onderzoek is al gebleken dat opnieuw voorbehandelen bij teruggekeerde endeldarmkanker veilig en efficiënt is. In deze studie gaan we nog een stapje verder en willen we aantonen dat door extra chemotherapie toe te voegen, de zorg voor patiënten met teruggekeerde endeldarmkanker nog verder verbetert”, aldus chirurg dr. Pim Burger van het Catharina Ziekenhuis. De subsidie van KWF komt bovenop een grote subsidie van ZonMw die het ziekenhuis in april heeft ontvangen voor onderzoek naar complexe endeldarmkanker.

Elk jaar krijgen ongeveer 4000 Nederlanders de diagnose endeldarmkanker. Deze vorm van kanker is vaak goed te behandelen en wordt meestal door het bevolkingsonderzoek vroegtijdig ontdekt. Na de eerste behandeling komt endeldarmkanker bij 5 tot 10 procent van de patiënten terug. Om de patiënt de beste kans te bieden is het van belang dat de vervolgbehandeling van deze patiëntengroep plaatsvindt in gespecialiseerde centra.

Gespecialiseerd centrum

“In Nederland is een klein aantal gespecialiseerde ziekenhuizen die patiënten met complexe endeldarmkanker behandelt, waaronder het Catharina Ziekenhuis. Er is een grote variëteit tussen de patiënten onderling. Dat vraagt om maatwerk. Dat kan alleen maar plaatsvinden in centra waar voldoende ervaring aanwezig is om deze vergevorderde tumoren optimaal te kunnen behandelen. Daarnaast zorgt die ervaring ervoor dat we ook beter weten wie wel en wie geen baat heeft bij een bepaalde behandeling; zo kunnen we zorgen dat patiënten bij wie een operatie niet zal helpen een grote, belastende operatie bespaard blijft”, legt chirurg dr. Pim Burger uit. Hij is blij met de subsidie van KWF. “We kunnen met deze subsidie het onderzoek nog verder uitbreiden. En zo verbeteren we de zorg voor patiënten met complexe endeldarmkanker in heel Nederland. En daar doen we het voor.”

Extra chemotherapie

Hoewel het tegenwoordig door onder andere het bevolkingsonderzoek steeds vaker lukt om endeldarmkanker goed te behandelen, keert de ziekte bij sommige patiënten toch terug. “Dat gebeurt in Nederland bij ruim 300 patiënten per jaar. Uit onderzoek blijkt nu dat het veilig en beter is om patiënten met een teruggekeerde tumor nog een keer voorafgaand aan de operatie te bestralen, ook als zij al voor de oorspronkelijke tumor bestraling hebben gekregen. In dit onderzoek gaan we bekijken of extra chemotherapie ervoor zorgt dat de tumor bij nog meer patiënten in zijn geheel kan worden verwijderd”, benadrukt Burger.

Samenwerking

In deze studie wordt samengewerkt met 8 Nederlandse ziekenhuizen die zijn gespecialiseerd in de behandeling van teruggekeerde endeldarmkanker en met nog eens 18 ziekenhuizen die de voorbehandeling met chemotherapie en bestraling kunnen bieden. Ook in het buitenland doen nog eens 8 ziekenhuizen mee. Door de komende jaren een vergelijkende studie te doen bij 364 patiënten, hopen de onderzoekers vast te stellen of de extra chemotherapie de genezingskansen vergroot, met behoud van kwaliteit van leven. Het project gaat in 2021 van start, in cofinanciering met ZonMw.

Bron: Catharina ziekenhuis

Recent onderzoek van Amsterdam UMC toont aan dat virus nog schadelijker is dan eerder werd gedacht

De Hersenstichting is een crowdfundactie gestart om het urgente onderzoek naar hersenschade door het coronavirus te financieren. Het virus kan tijdens én na de infectie op verschillende manieren ernstige schade toebrengen aan de hersenen. Schade waar de patiënt direct en op langere termijn de negatieve gevolgen van ondervindt. De Hersenstichting roept iedereen op een bijdrage te leveren aan het onderzoek. Tot nog toe is er gezamenlijk al bijna 265.000 euro opgehaald. Er echter nog ruim 60.000 euro nodig.

“Corona is primair een longziekte, maar heeft grote gevolgen voor de hersenen, ”zegt Merel Heimens Visser, directeur van de Hersenstichting. “Afgelopen week bleek uit het onderzoek van het Amsterdam UMC dat het virus ervoor kan zorgen dat het immuunsysteem in de hersenen op hol slaat. En dat is niet het enige. Sommige mensen krijgen zuurstoftekort in het bloed en daarmee ook in de hersenen. Verder kan het virus een hersenontsteking veroorzaken of de bloedstolling ontregelen. Een bloedstolsel kan een herseninfarct veroorzaken. Ook het lange verblijf op de intensive care is erg schadelijk voor de hersenen. Veel patiënten houden er blijvende cognitieve klachten aan over, zoals minder aandacht en concentratie, problemen met herinneren en met plannen.”

Schade behandelen, beperken of zelfs voorkomen

Bij sommigen zijn de gevolgen na het coronavirus blijvend. Waarom en hoe dit precies in de hersenen werkt, is helaas nog onbekend. Prof. Caroline van Heugten, verbonden aan Maastricht University: “Het onderzoek van het Amsterdam UMC werd uitgevoerd bij coronapatiënten die overleden waren. Het is daarom juist nu zo belangrijk om ook de mogelijke hersenschade te onderzoeken bij coronapatiënten die het virus hebben overleefd. Als we weten wie welke klachten krijgt en waarom, kunnen we hersenschade bij coronapatiënten beter behandelen, beperken of zelfs voorkomen. Daarom moet er nu onderzoek naar gedaan worden, zodat nieuwe patiënten de juiste behandeling kunnen krijgen.”

De onderzoekers prof. Caroline van Heugten en dr. Janneke Horn, verbonden aan Amsterdam UMC, zullen het onderzoek leiden zodra het bedrag van 325.000 euro binnen is. Tot nu toe is er al 265.000 euro opgehaald, maar is er nog ruim 60.000 euro nodig. “Hoe meer mensen doneren, hoe sneller de onderzoekers kunnen starten met het onderzoek. Ieders hulp is dus hard nodig”, aldus Heimens Visser.

Meer weten over de crowdfundactie en de gevolgen van het coronavirus op de hersenen? Kijk op steunonderzoek hersenstichting.

Over de Hersenstichting

1 op de 4 mensen heeft een hersenaandoening. Hersenaandoeningen zijn helaas hard op weg de grootste ziekte van Nederland te worden. Dit moet stoppen. Want een hersenaandoening zet je leven op z’n kop. Daarom zet de Hersenstichting alles op alles voor gezonde hersenen voor iedereen. Nu en in de toekomst. We zetten niet in op één aandoening, maar investeren breed in baanbrekende oplossingen die hersenaandoeningen helpen voorkomen, afremmen, of genezen. Om dit te bereiken laten we onderzoek doen, geven we voorlichting en zetten we ons in voor betere patiëntenzorg.

Bron: hersenstichting

De interventieradiologen van het Catharina Ziekenhuis hebben als eerste in Nederland een nieuwe techniek gebruikt voor het plaatsen van een stent in een vernauwde halsslagader. “Groot voordeel van deze nieuwe techniek is dat de kans op een beroerte aanzienlijk afneemt tijdens de behandeling. Een ontwikkeling die een dotterbehandeling in de halsslagader voor de patiënt nog veiliger maakt”, benadrukt interventieradioloog Menno Krietemeijer.

In het Catharina Ziekenhuis worden halsslagadervernauwingen in de meeste gevallen behandeld met een operatie via de hals (endarterectomie), maar in bijzondere gevallen kunnen deze vernauwingen ook worden gedotterd. “We schuiven dan via de lies een stent in de vernauwing, waardoor de slagader weer wordt doorbloed. Het voordeel van dotteren is dat het een minder zware ingreep is dan de operatie via de hals”, legt Krietemeijer uit, “een risico tijdens het dotteren en het plaatsen van de stent is dat stukjes plaque los kunnen schieten naar de hersenen (embolie). Bij de nieuwe techniek maken we gebruik van een speciale katheter die dit risico aanzienlijk vermindert.”

Speciale katheter

Ook deze speciale katheter wordt ingebracht via de lies. Twee ballonnetjes aan deze katheter zorgen ervoor dat de bloedstroom tijdens het plaatsen van de stent, tijdelijk ‘omgeleid’ wordt. “Door de bloedstroom tijdelijk ‘om te leiden’, vermindert dit het risico dat een stukje plaque kan doorschieten naar de hersenen met alle gevolgen van dien. Het ballonnetje sluit tijdelijk die route naar de hersenen als het ware af”, aldus Krietemeijer. “Deze behandeling gebeurt onder plaatselijke verdoving, de patiënt is gewoon wakker. Dat maakt deze behandeling ook veel minder ingrijpend. Een operatie gebeurt altijd onder volledige narcose.”

Bloed naar hersenen

De halsslagaders zijn de slagaders die het bloed naar de hersenen transporteren. De linker en rechterhalsslagader ontspringen vlak boven het hart uit de grote lichaamsslagader (aorta). Ze lopen vóór in de hals, langs het strottenhoofd en splitsen zich beiden vlak onder de kaak in een tak voor het aangezicht en een tak voor de hersenen. De twee halsslagaders voorzien samen het grootste deel van de hersenen van bloed. Door slagaderverkalking ofwel artherosclerose kan er een vaatvernauwing in de halsslagader ontstaan. Dit wordt ook wel carotis stenose genoemd.

In het Catharina Ziekenhuis nu drie interventieradiologen die gebruik maken van deze nieuwe techniek. Dit zijn interventieradiologen Lonneke Yo, Joris Hendriks en Menno Krietemeijer. De gebruikte techniek is van medisch technologiebedrijf Medtronic.

Bron: Catharina ziekenhuis

Normaal gesproken overlijden er in Nederland iets meer vrouwen dan mannen. Tijdens de eerste weken van de corona-epidemie overleden echter meer mannen dan vrouwen. Pas in de vijfde week nam de sterfte onder vrouwen duidelijk sterker toe dan onder mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen was kleiner geworden doordat geleidelijk de sterfte in verpleeg- en verzorgingshuizen, waar meer dan dubbel zoveel vrouwen als mannen wonen, was gaan domineren. Rekening houdend met leeftijd en het type huishouden, was echter in alle vijf de weken van de corona-epidemie de sterfte onder mannen hoger dan onder vrouwen. Dit is een artikel in de CBS-reeks Statistische Trends.
Tijdens de eerste weken van de corona-epidemie was de stijging van de sterfte onder mannen sterker dan onder vrouwen. Zowel bij mannen als bij vrouwen steeg eerst de sterfte onder de particuliere bevolking, en daarna pas onder de institutionele bevolking. De toename onder vrouwen in week 15 van 2020 (de vijfde week van de corona-epidemie) kwam volledig door een toename van de sterfte onder de institutionele bevolking van 80 jaar of ouder. De sterfte onder vrouwen in particuliere huishoudens nam wel af, net als bij mannen. Bij mannen lag de totale sterfte in week 15 lager dan in week 14, maar ook hier was nog een toename van de sterfte onder de institutionele bevolking van 65 tot 90 jaar te zien. Rekening houdend met leeftijd en het type huishouden, was de sterfte onder mannen in week 15 van 2020 nog steeds duidelijk hoger dan onder vrouwen, ook al was het totaal aantal overleden mannen en vrouwen nagenoeg gelijk.

Bron: CBS

Het Leidse biotechbedrijf Pharming maakt het medicijn Ruconest. Deze kan wellicht longontstekingen bij coronapatiënten voorkomen en verhelpen. Dit is in het Zwitserse Basel al getest op vijf patiënten. Bij vier van de vijf heeft het gewerkt en zijn ze al ontslagen uit het ziekenhuis. Ze zijn dan ook bezig om een groter onderzoek op gang te krijgen om zo voor meer patiënten iets te kunnen betekenen. 

Dit bericht is erg hoopvol en kan dus helpen om longontstekingen tegen te gaan. Mensen zullen dan ook meer zuurstof krijgen waardoor ze sneller van de IC af zouden kunnen. Lees het hele bericht over dit Leids medicijn. Het kan dus veel betekenen voor onze gezondheid en zal helpen de samenleving weer op gang te kunnen brengen.

Eindhoven, 12 december 2019 | Het Catharina Ziekenhuis is een grootschalige proef gestart waarbij patiënten tijdens hun behandeling een virtual reality (VR) bril kunnen dragen. In totaal gaan 3 afdelingen aan de slag met de brillen in de pilot; dialyse afdeling, pijnpoli en de afdeling Radiologie. Het Catharina Ziekenhuis is het 1e ziekenhuis dat de virtual reality technologie op meerdere afdelingen tegelijk gaat inzetten en evalueren.

Vanwege de groeiende mogelijkheden met VR-brillen wordt er in de medische wereld steeds meer gebruik van gemaakt. “Het doel is om het welzijn van patiënten te verbeteren tijdens behandelingen die gepaard gaan met angst en pijn. Nierpatiënten moeten vaak drie keer per week dialyseren. Daarvoor worden ze ‘aangeprikt’. Dat aanprikken wordt vaak als zeer vervelend ervaren, patiënten zijn daar erg angstig voor”, legt Josine Kamerling, teamleider Nierziekten uit.

Groot effect

Voor iedere afdeling die meedoet aan de proef zijn programma’s op maat voorbereid; van ontspanningsoefeningen in een sprookjesbos tot een wandeltour door een historische binnenstad. Dialyse-patiënt Emmie Verhoef (59) uit Gemert testte onlangs als eerste de bril. “Ik ben zo blij, ik was totaal afgeleid. Ik voelde wel dat ze bezig waren met mijn arm, maar mijn angst was helemaal weg. Ik had nergens last van, terwijl ik normaal wel eens flauwval. Ik had nooit verwacht dat het effect zo groot zou zijn, ik was even in een heel andere wereld. De beelden waren prachtig!”, vertelt Emmie enthousiast.

Wetenschappelijk onderzoek

De positieve effecten van virtual reality worden onderschreven door wetenschappelijk onderzoek en ervaringen van patiënten. “Ik ben ontzettend trots dat we dit onze patiënten aan kunnen bieden. Onderzoeken hebben aangetoond dat patiënten door virtual reality minder angst en pijn ervaren en ik ben er van overtuigd dat dit ook écht zo is. Het is fantastisch om te zien dat Emmie helemaal niet meer bezig was met het aanprikken. Als de patiënt rustig is, gaat het aanprikken door onze verpleegkundigen ook makkelijker”, aldus Kamerling.

Implementatie verbeteren

Patiënten die meedoen aan de proef in het Catharina Ziekenhuis krijgen na afloop van hun VR-ervaring een vragenlijst. Alle uitkomsten worden verwerkt om de implementatie van de VR-brillen verder te verbeteren. “Ik hoop dat we uiteindelijk virtual reality voor nog meer patiënten in het ziekenhuis in kunnen zetten om hen de positieve effecten te laten ervaren”, benadrukt Kamerling.

De proef die onlangs van start is gegaan, is een samenwerking tussen het Catharina Ziekenhuis en SyncVR.

Pin It