Rubriek

Alcohol

Rubriek

Na een december maand waar er veel alcohol gedronken wordt is het wellicht tijd voor Dry January. Een maand zonder alcohol, houdt u dit vol? Sommige mensen beginnen hier niet aan terwijl er veel voordelen aan kunnen zitten. Voor al voor uw lichaam doet u er goed aan om mee te doen met Dry january.

Waar komt Dry January vandaan?

De naam zegt het eigenlijk al maar het idee komt niet uit Nederland. In 2013 zijn ze daar in Engeland mee begonnen en hebben een campagne opgezet, echter deden er toen nog maar 4000 mensen mee. Het jaar erop werd het wat populairder en in 2016 deed 1 op de 6 Engelse mee. Het is toen ook naar andere landen overgewaaid en dus ook Nederland. Gezondheidsinstanties zijn hier natuurlijk erg blij mee zodat iedereen bewust wordt gemaakt van het alcoholgebruik.

Minder alcohol gebruik

Vaak wordt door mensen gedacht dat wanneer iemand mee doet aan Dry January dat ze in februari weer helemaal los gaan. Dit is echter niet het geval, het half jaar Dry January zijn er door deze mensen juist minder alcohol genuttigd. Dit heeft dus alleen maar positief effect op uw gezondheid en nachtrust. Ze hebben namelijk een maand lang hun alcohol moeten vervangen. Zo wordt er geen alcohol meer in huis gehaald en zal het wellicht wat natuurlijk gaan om enkel ander drinken mee te nemen.

Gezondheidsvoordelen van Dry January

Uw lichaam wordt er erg blij van wanneer u geen alcohol drink. Zo zal het goed zijn voor uw lever, wanneer er alcohol gedronken wordt moet de lever hard aan het werk en het kan wel 1 tot 1,5 uur duren voordat 1 glas drinken volledig afgebroken is. Uw bloed druk zal lager worden en de kans op hartritmestoornissen zullen verlagen. Door alcohol zult u vaak wel sneller in slaap vallen echter wordt u niet uitgerust wakker. Door alcohol te mijden zult u goed slapen en wat fitter wakker worden.

Een maand geen alcohol is rust voor uw lichaam.

Het drinken van een of meerdere glazen alcohol is in onze maatschappij dusdanig geaccepteerd dat een alcoholprobleem veel minder snel ontdekt wordt. Alcoholisme is echter een van de meest voorkomende verslavingsvormen die we kennen. Daarnaast is dit een vorm van verslaving die er snel insluipt. Het is daarom erg belangrijk om de signalen van een alcoholverslaving te herkennen om tijdig in te kunnen grijpen.

Wanneer is er sprake van een alcoholverslaving?

De hoeveelheid alcohol dat stelselmatig wordt gedronken in een bepaalde periode wordt vaak gezien als criterium of er sprake is van een alcoholverslaving. De gewoontes met betrekking tot de mate van het alcoholgebruik zijn zeker indicatoren van alcoholisme maar er spelen meer factoren een rol. Er is immers ook sprake van problematisch drinken als dit van invloed heeft op het geestelijk- en lichamelijk functioneren en of dit alcoholgebruik sociaal maatschappelijke problemen veroorzaakt. Daarnaast is er sprake van een alcoholverslaving als alcohol wordt gebruikt als middel om meer zelfvertrouwen te krijgen, van stemming te veranderen, om problemen te vergeten en/of om de realiteit te ontvluchten. In dat geval wordt er dwangmatig alcohol gebruikt en kan iemand geestelijk afhankelijk zijn van alcohol.

Signalen die op een verslaving aan alcohol kunnen duiden

Het kan geen kwaad om af en toe te genieten van alcohol, mits dit maar met mate gebeurt. Een overmatig alcoholgebruik kan veel vervelende gevolgen hebben. De stap van af en toe een glaasje drinken, naar regelmatig drinken en het “binge drinken” (zwaar alcoholgebruik) is relatief klein doordat het bijna een maatschappelijke gewoonte is om alcohol te gebruiken. Het is echter wel goed om de signalen die op een verslaving aan alcohol kunnen duiden te kennen. We zetten de belangrijkste signalen op een rijtje:

  • Controleverlies op de hoeveelheid drankgebruik
  • Slechte concentratie of vergeetachtigheid
  • Redenen zoeken om alcohol te kunnen drinken
  • Overmatig alcoholgebruik ontkennen
  • Verbergen van drank
  • Trek hebben in alcohol op ongewone tijden
  • Toename van psychische- en lichamelijke klachten
  • Problemen om sociale- en zakelijke contacten te onderhouden
  • Trillen, zweten, slecht slapen, angst en ernstige stemmingswisselingen als afkickverschijnselen van alcohol hebben bij een poging om het gebruik hiervan te minderen of te stoppen.

Connection SGGZ voor een effectieve behandeling bij een alcoholverslaving

Connection SGGZ voor een effectieve behandeling bij een alcoholverslaving 

Een alcoholprobleem wordt vaak lang ontkent of verborgen gehouden voor anderen. Veel mensen kiezen ervoor om in eerste instantie zelfstandig een of meer pogingen te doen om het alcoholgebruik te verminderen of zelfs helemaal te stoppen. Dit is, in een maatschappij waarin het drinken van alcohol als volstrekt normaal wordt gezien, geen eenvoudige opgave. Mensen die problemen hebben met hun alcoholgebruik kunnen terecht op de website van Connection SGGZ (Specialistische Geestelijke Gezondheidszorg) om te ontdekken hoe ze gebruik kunnen maken van een effectieve behandeling bij een alcoholverslaving. Op deze website staat alle benodigde informatie weergegeven over de behandelmethode en de vergoeding van de verzekering van deze specialistische-, persoonlijke- en ervaringsdeskundige hulp.

Steeds meer Nederlanders houden het bij maximaal één glas alcohol per dag. Dat blijkt uit de Leefstijlmonitor van het CBS, RIVM en het Trimbos Instituut. In 2019 hield 41 procent van de Nederlanders zich aan de richtlijn van de Gezondheidsraad. Die adviseert om geen alcohol te drinken, of in ieder geval niet meer dan één glas per dag. Vijf jaar eerder, in 2014, hield 37,5 procent zich aan dit voorschrift. Uit de cijfers blijkt dat 50-plussers zich het meest houden aan het advies. Jongvolwassen het minst vaak.

In deze infographic van het Trimbos Instituut worden de kerncijfers overzichtelijk in kaart gebracht. De cijfers worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Naast de verschillen in drinkgedrag tussen jongeren en ouderen komt ook naar voren dat laagopgeleiden zich het vaakst houden aan het advies, en hoogopgeleiden het minst vaak. Ook blijkt dat meer vrouwen het advies van de Gezondheidsraad in acht nemen.

Verder komt het positieve beeld naar voren dat het aantal overmatige drinkers de afgelopen vijf jaar verder is gedaald. Het percentage daalde van 9,9 procent in 2014 naar 8,5 procent in 2019. Het percentage zware drinkers bleef in dezelfde periode nagenoeg gelijk en schommelt rond de 9 procent. De doelstelling van het Preventie-akkoord is een daling van zowel overmatig als zwaar drinken onder volwassenen naar 5 procent in 2040.

De Leefstijlmonitor verzorgt sinds 2014 de gegevensverzameling op het gebied van veel leefstijl-gerelateerde thema’s, zoals alcoholgebruik, bewegen en voeding. Dit wordt gedaan in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze cijfers worden onder meer gebruikt voor de totstandkoming van het Nederlandse preventiebeleid.

Samen met koepelorganisatie STIVA zet KVNW zich in voor een verantwoorde alcoholconsumptie. Samen met meer dan zeventig maatschappelijke organisaties is eind 2018 het Nationaal Preventieakkoord getekend. Daarin staan veel concrete maatregelen om problematisch alcoholgebruik aan te pakken, en de gezondheid van veel Nederlanders te verbeteren. KVNW neemt ook maatschappelijke verantwoordelijkheid met onder meer Wine in Moderation (WIM). Met deze campagne worden Nederlandse consumenten bewust gemaakt van een juiste wijnconsumptie.

Bron: KVNW

De maatschappij waarin we leven is haast onlosmakelijk verbonden met het drinken van alcohol. Een borrel na het werk, een fles champagne om iets te vieren, een wijntje bij het eten… Alcohol staat voor velen gelijk aan gezelligheid en ontspanning, maar lang niet iedereen weet zijn alcoholgebruik onder controle te houden. En in tegenstelling tot wat men verwacht is het hebben van een alcoholverslaving vele malen schadelijker dan een heroïneverslaving. Toch heerst het beeld dat het vooral de heroïneverslaafde is die zichzelf en de maatschappij veel last bezorgd. Iemand die vaak een slok te veel op heeft doet toch niemand kwaad? Dronken mensen zijn toch best gezellig?

Wanneer ben je alcoholverslaafd?

Volgens de meest recente gegevens voldoet tussen de 3.3 en 5.7 procent van de Nederlandse bevolking aan de criteria van een alcoholverslaving. De DSM-V spreekt van een (milde) alcoholverslaving als je aan minimaal 2 van de volgende 11 criteria voldoet:

  • Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
  • Mislukte pogingen om te minderen of te stoppen.
  • Gebruik en herstel van gebruik kosten veel tijd.
  • Sterk verlangen om te gebruiken
  • Door gebruik tekortschieten op het werk, school of thuis.
  • Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt in het relationele vlak
  • Door gebruik opgeven van hobby’s, sociale activiteiten of werk
  • Voortdurend gebruik, zelfs wanneer je daardoor in gevaar komt
  • Voortdurend gebruik ondanks weet hebben dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich mee brengt of verergert.
  • Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen oftewel tolerantie.
  • Het optreden van onthoudingsverschijnselen, die die minder hevig door meer van de stof te gebruiken

De laatste jaren is flink wat onderzoek gedaan naar de gevolgen van verschillende verslavingen, voor zowel de persoon als zijn nabije omgeving en de maatschappij als geheel. Hieruit komt steeds weer naar voren dat alcoholverslaving verreweg de meeste negatieve gevolgen met zich meebrengt.

Op welke gebieden is alcoholverslaving nu zo veel gevaarlijker dan alle andere verslavingen?

Als enkel gekeken wordt naar hoe schadelijk de verslaving is voor het individu blijken heroïne en alcoholverslaving ongeveer even schadelijk. Denk hierbij aan lever- of neurologische schade bij een forse alcoholverslaving, maar ook secundaire gevolgen, zoals het ontwikkelen van een stemmingsstoornis ten gevolge van het alcoholgebruik. Wanneer echter ook de gevolgen voor de (in)directe omgeving worden meegenomen, blijkt alcoholverslaving tot veel meer negatieve gevolgen te leiden. Zo is er bij bijvoorbeeld twee-derde van huiselijk geweld incidenten alcohol in het spel, overlijden jaarlijks vele mensen ten gevolge van het rijden onder invloed en zijn er hoge kosten voor werkgevers, zorgverleners en de staat.
Alcohol is nu eenmaal onderdeel van de maatschappij, maar de gevolgen van de acceptatie en vergoelijking van jouw en andermans (overmatige) drinkgedrag kan tot zeer ernstige gevolgen lijden Twijfel je over je eigen alcoholgebruik of heb je het idee dat iemand in je omgeving misschien aan een alcoholverslaving lijdt, is het verstandig dit met je huisarts te bespreken om te voorkomen dat het probleem verder uit de hand loopt.

Literatuur:
Lachenmeier & Rehm (2015) Comparative risk assessment of alcohol, tobacco, cannabis and other illicit drugs using the margin of exposure approach, scientific reports
Nutt, King & Phillips (2010), Drug harms in the UK: a multicriteria decision analysis, the lancet.

Aantal kinderen met alcoholvergiftiging in 2011 opnieuw toegenomen. Het aantal kinderen en jongeren met een acute alcoholvergiftiging is in 2011 opnieuw toegenomen. In het afgelopen jaar zagen kinderartsen in het gehele land het aantal opnames oplopen tot 762 in 2011.

In 2010 bedroeg het aantal nog 684. In 2007 lag dit aantal op 297: een stijging van maar liefst 157%. Opvallend is dat de gemiddelde leeftijd van de jongeren, na een stijging, in 2011 weer is gedaald. De gemiddelde leeftijd bedroeg in 2010 15,6 jaar, in 2011 bedroeg de gemiddelde leeftijd 15,3 jaar. Het betrof opnieuw ongeveer evenveel jongens als meisjes.

Dieptepunt was, naast opnames van enkele 11-jarigen, de opname van een 10-jarig kind. De opgenomen kinderen bleken in 2011 gemiddeld een licht hoger alcoholpromillage te hebben dan in 2010 ( gemiddeld 1,81 en 1,83 0/00 in respectievelijk 2010 en 2011). Dit komt overeen met de trend van laatste 5 jaar, waarin de gemiddelde duur van het alcoholcoma opliep tot 3,27 uur in 2011.

Kinderarts Nico van der Lely, die deze jongeren op de alcoholpoli van het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft behandelt, maakt zich grote zorgen. “Uit deze cijfers blijkt dat het probleem nog steeds niet is getackeld. Het is wachten tot de eerste dode valt.”

In het westen van het land werden de meeste kinderen opgenomen. Koploper is Noord Holland met 32,5 %, gevolgd door Zuid Holland (17,7 %). Maar ook Oost Brabant scoort hoog met 17,1 %.

Percentages jongeren t/m 17 jaar opgenomen in het ziekenhuis met een alcoholintoxicatie per provincie in 2011

Als jongeren in de vroege puberteit kampen met slaapproblemen, kan dat te maken hebben met hun alcoholgebruik. Onderzoek van drs. Sara Pieters en collegas van het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit Nijmegen toont aan dat er een verband is tussen slaapproblemen van pubers en alcoholgebruik. De aard ervan hangt samen met de fase van de puberteit. Naarmate jongeren verder in de puberteit komen, zijn er vaak ook meer problemen met slapen en drinken ze ook meer, zo blijkt uit dit onderzoek dat wordt gepubliceerd in het septembernummer van het wetenschappelijke tijdschrift Alcoholism: Clinical & Experimental Research (ACER).


Slaapmutsje niet voor diepe slaap Hoewel alcohol als “slaapmutsje” iemand kan helpen om in slaap te komen, is het geen probaat middel. Je valt wel sneller in slaap, maar je slaapt niet goed. Je komt niet in een diepe slaap terecht, waardoor het lichaam ook niet tot rust komt. Bij volwassenen is al vaker onderzocht en bevestigd dat alcoholgebruik kan leiden tot slaapproblemen. Omgekeerd kunnen slaapproblemen weer aanleiding zijn tot overmatig alcoholgebruik. Bij jongeren was daarover nog niets bekend.
Dit is het eerste onderzoek waarin een verband wordt aangetoond tussen het stadium van puberale ontwikkeling, slaapproblemen en alcoholgebruik. Puberteit gaat vaak samen met slaapproblemen en laat naar bed gaan en dat heeft weer te maken met alcoholgebruik. Of het omgekeerde ook het geval is, of alcoholgebruik leidt tot slaapproblemen, is in deze studie niet onderzocht.
Vroeg puberen risico voor slaapproblemen en gaan drinken Pieters en haar collegas ondervroegen voor dit onderzoek 432 scholieren (236 meisjes en 195 jongens) in de leeftijd van 11 tot 14 jaar. Ze beantwoordden vragen over hun leefgedrag, slaapritme en of ze alcohol gebruikten, hoeveel en hoe vaak. Pieters: “Onze resultaten wijzen uit dat puberteit en slaapproblemen samenhangen. Dat begint al vroeg in de puberteit. Vooral avondmensen beginnen vaak al vroeg in de puberteit met drinken. Jongeren die al vroeg alcohol gebruiken, zullen ook als ze ouder worden, blijven drinken.”
Andere factoren als gedragsproblemen, sekse of intelligentie waren niet van invloed. Alleen pubertijd en een verstoorde slaap gingen samen met alcoholgebruik op jonge leeftijd. Omdat deze processen al vroeg in de pubertijd beginnen is het vroeg puberen ook een risico voor slaapproblemen en gaan drinken.
Beter letten op slaapproblemen Puberteitsafhankelijke slaapontwikkeling is een belangrijke verklaring voor alcoholgebruik in de vroege adolescentie. Pieters: “Ons advies aan artsen is om beter te letten op slaapproblemen bij jongeren met psychosociale en gedragsproblemen. Ouders kunnen het slaapgedrag van hun kinderen in de gaten houden, wetend dat slaap van invloed is op zoveel andere gezondheidsdomeinen zoals riskant gedrag als alcoholconsumptie.”

Nederlanders weten te weinig van schadelijke effecten van alcohol

Reinout Pfeiffer Kenniscentrum wil Nederlanders informeren over alcohol en gezondheid.

Nederlanders weten te weinig van de schadelijke effecten van alcohol op de gezondheid. Deze conclusie trekt het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) op basis van het onderzoek ‘Ziek van alcohol’ dat in 2011 door haar is uitgevoerd. Om Nederlanders eerlijke informatie te geven over de gezondheidseffecten van alcohol start STAP op 1 juni a.s. met een nieuw kenniscentrum: het Reinout Pfeiffer Kenniscentrum Alcohol en Gezondheid. De oprichting van dit kenniscentrum valt samen met de inauguratie van één van de leden van de wetenschappelijke raad namelijk Prof dr. Peter Anderson. Anderson wordt vandaag benoemd tot bijzonder hoogleraar Alcohol and Health aan de Maastricht University. De titel van zijn inaugurele lezing luidt: “Why does Europe have a drinking problem”.

Onderzoek: Nederlanders onderschatten schadelijkheid van alcohol voor de gezondheid In 2011 heeft STAP het onderzoek ‘Ziek van drank’ uitgevoerd naar de kennis van de Nederlandse bevolking over de relatie tussen alcohol en gezondheid2. In totaal zijn ruim 1000 mensen ondervraagd met behulp van een online vragenlijst uitgezet door een marktonderzoeksbureau. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat mensen de schadelijkheid van alcohol te laag inschatten. Mensen denken dat cannabis en cocaïne schadelijker zijn dan alcohol, volgens het RIVM is echter alcohol schadelijker1. Ook denken mensen onterecht dat sommige alcoholhoudende dranken minder schadelijk zijn dan andere. Wijn wordt bijvoorbeeld als minder ongezond gezien dan bier of gedistilleerd, terwijl alcohol volgens de Gezondheidsraad, ongeacht het type drank, dezelfde invloed heeft op de gezondheid3.

Wat weten mensen wel: risico’s van alcoholgebruik voor de lever en hersenen Mensen zijn goed op de hoogte van de schadelijkheid van alcohol op de lever. Slechts 5% van de ondervraagden weet niet dat alcohol het risico op leverschade kan verhogen. Ook zijn mensen goed op de hoogte van het feit dat alcohol kan leiden tot hersenschade. De risico’s op hersenschade bij jongeren door alcoholgebruik is bij 94% van de mensen bekend. Dat alcohol ook hersenschade kan opleveren bij volwassenen weet ruim 70% van de mensen.

Wat weten mensen niet: risico’s van alcoholgebruik voor het hart en op kanker Mensen weten niet dat alcohol leidt tot een grotere kans op kanker. Onderzoek in het tijdschrift ‘The Lancet’ heeft overtuigend bewijs geleverd dat er geen drempelwaarde is waaronder het drinken van alcohol veilig is met het oog op kanker4. Met andere woorden, elke slok alcohol verhoogt het risico op het krijgen van kanker. Een grote groep mensen (35%) denkt ten onrechte dat alcoholgebruik niet leidt tot een verhoogd risico op kanker; 12% van de mensen denkt zelfs ten onrechte dat alcoholgebruik het risico op kanker kan verlagen. Met name de duidelijke relatie tussen alcohol en borstkanker wordt onderschat. Slechts 10% van de mensen is zich ervan bewust dat alcoholgebruik leidt tot een verhoogde kans op borstkanker.

Alcohol en het hart Ook de kennis van Nederlanders over de relatie tussen alcohol en hart- en vaatziekten schiet tekort. Volgens de Gezondheidsraad kan alcoholgebruik het risico op hart- en vaatziekten verkleinen, echter alleen bij de subgroep van mannen boven de 40 en vrouwen na de menopauze. Overmatig alcoholgebruik leidt juist tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Het onderzoek van STAP laat zien dat mensen de positieve effecten van alcohol op hart- en vaatziekten overschatten. Ze denken ten onrechte dat de positieve effecten voor iedereen gelden. Bovendien geloven mensen ten onterecht in de leus: “een glas rode wijn per dag is goed voor het hart”. Echter, niet wijn perse, maar licht alcoholgebruik zorgt voor het positieve effect van alcoholgebruik op een kleine groep hoogrisico mensen. Terwijl 74% van de mensen denkt dat wijn het risico op hart- en vaatziekten kan verlagen; denkt slechts 25% hetzelfde van bier. Onterecht denken dus veel mensen dat wijn gezonder is dan bier.

Het Reinout Pfeiffer Kenniscentrum Volgens STAP hebben Nederlanders recht op eerlijke informatie over de gezondheidseffecten van alcohol. STAP start daarom op 1 juni met een nieuw kenniscentrum op het gebied van Alcohol en Gezondheid: het Reinout Pfeiffer Kenniscentrum. Dit kenniscentrum is genoemd naar de Groningse student Reinout Pfeiffer die in 1997 overleed nadat hij tijdens de ontgroening te veel alcohol had gedronken. Het doel van het kenniscentrum is het systematisch verzamelen en analyseren van bestaande en nieuwe kennis over alcohol en gezondheid. Het centrum wordt hierbij ondersteund door een adviesraad van wetenschappers van diverse disciplines.

Er is veel wetenschappelijke kennis beschikbaar over de risico’s van alcoholgebruik op de gezondheid. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wijst er in haar rapporten op dat alcoholgebruik in verband kan worden gebracht met 60 verschillende ziekten. Alcohol is wereldwijd één van de grootste ziekmakers. Jongeren, vrouwen en steeds vaker ouderen worden als kwetsbare groepen aangeduid. Veel alcoholproblemen op latere leeftijd blijken voort te komen uit te jong, te vaak en te veel drinken. Ook in Nederland hebben we te maken met een ernstig en groeiend probleem; 90% van de Nederlanders drinkt alcohol. Wereldwijd ligt dit percentage slechts op 45%.

Ga je aan de drank vanwege de depressie, of raak je depressief door de drank? Dat is kort gezegd de vraag die Lynn Boschloo zich stelde in haar promotieonderzoek. ‘Een eenvoudig antwoord valt niet te geven, wel is duidelijk dat er een vicieuze cirkel bestaat waarbij alcoholafhankelijkheid en een depressie of angststoornis elkaar veroorzaken en in stand houden,’ concludeert Boschloo. Zij promoveert op 6 juli bij VUmc.

Alcoholafhankelijkheid komt drie keer vaker voor bij patiënten met een depressie of angststoornis dan bij mensen zonder deze klachten. Depressieve of angstige patiënten ontwikkelen vaker alcoholafhankelijkheid dan mensen zonder angst- of depressieklachten.

Bovendien zijn depressieve en angstige symptomen belangrijke risicofactoren voor terugval (‘relapse’) bij ex-alcoholverslaafden. Ook blijkt alcoholafhankelijkheid een negatieve invloed te hebben op een depressie of angststoornis. Zo verhogen alcoholproblemen zowel de kans op het ontstaan als een chronischer beloop van depressie en angststoornissen.

Boschloo komt tot deze conclusies op basis van gegevens van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA). Dit nog lopende onderzoek richt zich op de ontwikkeling en het beloop van depressies en angststoornissen van bijna 3000 mensen en is daarmee één van de grootste studies in Europa. De deelnemers komen om de twee jaar langs voor een uitgebreid interview over hun psychische en lichamelijke gezondheid. Zij geven dan ook informatie over hun drinkgedrag en eventuele alcoholproblemen.

De bevindingen van het onderzoek van Boschloo pleiten voor meer bewustzijn van de onderlinge relatie tussen depressie en angststoornissen en alcoholafhankelijkheid. Gedegen screening voor alcoholafhankelijkheid bij patiënten met een depressie of  angststoornis alsook screening voor depressieve en angstige symptomen bij patiënten met alcoholafhankelijkheid zouden maatregelen kunnen zijn om de zorg te verbeteren.

Onderzoek: Van de leerlingen die drinken op ‘natte’ schoolfeesten drinkt 43% 5 of meer glazen.

Uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP) blijkt dat in 2011 bij een kleine meerderheid (56%) van de scholen voor voortgezet onderwijs tijdens feesten alcohol wordt geschonken. In 2009 was dat nog bij 63% van de onderzochte scholen het geval en in 2007 bij 76%. Met andere woorden: steeds meer scholen organiseren alcoholvrije schoolfeesten. Uit het onderzoek blijkt bovendien dat op 1 op de 3 schoolfeesten waar wel alcohol wordt geschonken, leerlingen onder de 16 jaar alcohol drinken.Op deze ‘natte’ scholen drinkt tweederde (68%) van alle bezoekers alcohol. Van deze groep drinkt 43% 5 glazen alcohol of meer op een schoolfeest. 

Steeds meer scholen alcoholvrij
Het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid voerde in 2005, 2009 en 2011 eenzelfde onderzoek uit onder scholen voor het voortgezet onderwijs. Doel van deze onderzoeken was ondermeer om een indruk te krijgen van het resultaat van het STAP-project ‘De Alcoholvrije School’.
Uit het in 2011 uitgevoerde onderzoek blijkt dat bij 44% van de onderzochte scholen de schoolfeesten geheel alcoholvrij zijn (Verhoef, 2011). In 2009 was dat bij 37% van de scholen het geval (de Bos, 2009) en in 2005 bij 24% van de scholen (Mulder, 2005). Het onderzoek in 2011 is uitgevoerd onder 729 leerlingen van 50 scholen uit 25 verschillende steden.

Leerlingen onder de 16 drinken alcohol op schoolfeesten
Scholen die alcohol schenken op schoolfeesten, hebben te maken met een fors aantal 16 minners dat, ondanks de gestelde regels, alcohol drinkt op een schoolfeest. In 2011 ging het om 34% van de 16 minners, in 2009 om 33% en in 2005 om 51%. Ook leerlingen van 16 jaar en ouder drinken op de ‘natte’ schoolfeesten: 86% in 2011, 85% in 2009 en 71% in 2005.

Binge drinken geen uitzondering op schoolfeesten
Binge drinken is een schadelijke vorm van alcoholgebruik; het betreft het drinken van 5 of meer consumpties in korte tijd. In 2011 drinkt in totaal 43% van de scholieren die alcohol gebruiken op een schoolfeest 5 of meer glazen; 15% van de drinkers consumeren zelfs meer dan 10 glazen op een feest.
Inge Verhoef, projectcoördinator Alcoholvrije School van STAP: “Vele duizenden Nederlandse scholieren per jaar verlaten min of meer dronken feesten die onder verantwoordelijkheid van de school worden georgansieerd. Sommige leerlingen geven aan tot 4 uur ’s nachts door te feesten en door te drinken”.

Indrinken tegengaan met alcoholtesters
Jongeren drinken regelmatig in voordat ze naar een feestje gaan. Dit fenomeen komt ook veel voor bij schoolfeesten: 37% van de jongeren geeft aan wel eens in te drinken voorafgaand aan een schoolfeest. Dat percentage is niet afgenomen sinds 2005. Wel maken wat meer scholen gebruik van alcoholtesters om het indrinken objectief vast te stellen. In 2011 gebeurde dit op 8 van de 47 scholen en in 2009 op 4 van de 43 scholen.

Schoolfeesten worden vaak in de horeca georganiseerd
Een flink aantal (38%) van de schoolfeesten vindt niet op school zelf plaats. Door het organiseren van schoolfeesten op externe locaties, meestal de horeca, heeft de school zelf minder grip op de gestelde regels. De meeste scholen (71%) organiseren voor leerlingen van de onder- en van de bovenbouw gescheiden feesten.

Veel alcohol tijdens werkweken
Veel leerlingen (66%) drinken alcohol tijdens werkweken en/of kampweken die door school worden georganiseerd. De regels voor het alcoholgebruik op werkweken zijn strenger dan het werkelijke alcoholgebruik doet vermoeden. Op 75% van de scholen is alcohol tijdens werk- en/of kampweken formeel niet toegestaan.

Keurmerk voor alcoholvrije scholen
STAP voert in opdracht van gemeenten en gefinancierd door een aantal fondsen het project ‘De Alcoholvrije School’ uit. Doel is dat meer scholen kiezen voor een geheel alcoholvrij beleid: geen alcohol op feesten en werkweken, zowel voor leerlingen als voor docenten. Scholen die geheel alcoholvrij zijn ontvangen het keurmerk ‘De Alcoholvrije School’ (www.alcoholvrijeomgeving.nl).

Jongvolwassenen drinken meer alcohol als ze zich in gezelschap bevinden van leeftijdsgenoten die flink alcohol drinken. NWO-onderzoeker Helle Larsen heeft dit verband voor het eerst wetenschappelijk aangetoond door jongvolwassenen te observeren in een tot café omgebouwd onderzoekslab. Ze promoveert op 19 maart aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Larsen onderzocht onder zo’n 600 studenten in hoeverre zij in gezelschap van leeftijdsgenoten drankgebruik imiteren. Per tweetal voerden studenten taken uit in een laboratorium, zoals het beoordelen van reclame. Vervolgens mochten ze samen pauzeren in een barlab, een niet van echt te onderscheiden café. Wat de deelnemers niet wisten was dat gedurende de dertig minuten die volgden, het daadwerkelijke experiment plaatsvond. Eén van de twee studenten was namelijk een acteur, en van tevoren geïnstrueerd om ofwel één tot drie glazen bier of wijn te drinken, of voor een frisdranksoort te kiezen. Gemiddeld de helft van de proefpersonen koos voor alcohol als de geïnstrueerde acteur een alcoholisch drankje nam. Naarmate de acteur meer glazen alcohol dronk, nam de deelnemer twee tot drie keer zoveel alcohol in, in vergelijking met gevallen waarin de acteur voor frisdrank of maar één glas alcohol koos. Bovendien nipten proefpersonen significant vaker tegelijkertijd met de acteur aan hun drankje als zij en de acteur allebei alcohol dronken, dan wanneer de één alcohol dronk en de ander frisdrank.

Genetische aanleg
Larsen onderzocht meerdere factoren die van invloed konden zijn op de imitatie van het drankgedrag, zoals de mate van stress van de deelnemer, de band die de proefpersoon en de acteur met elkaar hadden, en het geslacht van beiden. Geen van deze factoren bleek van invloed. ‘Mogelijk is de groepsdynamiek zo dominant dat het andere individuele factoren overschaduwt die het niveau van de alcoholconsumptie kunnen bepalen’, verklaart Larsen. Wel stelde de onderzoekster vast dat studenten die een specifieke variant van het gen DRD4 – dat het beloningssysteem in onze hersenen aanstuurt – hadden, meer beïnvloed werden door de acteur om ook alcohol te gaan drinken, dan studenten die de variant niet hadden.

Groot probleem
Voor veel jonge mensen in Nederland hoort het drinken van alcohol bij uitgaan en tijd met elkaar doorbrengen. Bijna 40% van de mannen in de leeftijd van 18 tot 24 jaar kan tot de categorie zware drinkers gerekend worden. Veel drinken heeft allerlei negatieve consequenties: van agressief en gewelddadig gedrag tot verkeersongelukken en diverse gezondheidsproblemen. Daarom is het belangrijk om te ontrafelen wat jongvolwassenen aanzet tot drinken. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of mensen alcoholgebruik van een ander imiteren omdat diegene als rolmodel de norm zet voor het drinken van alcohol, of dat imitatie een onbewuste cue is. ‘Het kan belangrijk zijn om mensen bewust te maken van het feit dat zij het drankgedrag van anderen imiteren in sociale situaties’, waarschuwt Larsen. ‘Het vergroten van het bewustzijn van processen achter ons alcoholgebruik voorkomt mogelijk het ontstaan van ongewenste drinkpatronen.’
Helle Larsen voerde haar onderzoek uit met financiering uit de Vrije competitie van NWO. Met de Vrije competitie biedt NWO wetenschappers de kans om baanbrekend onderzoek te doen.

Pin It