Menu
Voeding

Brood nog gezonder

Nieuwe meetmethode voedingsvezels onthult hogere waarden voor brood

Brood blijkt nog gezonder dan algemeen al werd aangenomen. Uit de recentst ontwikkelde methode komt naar voren dat het totale gehalte aan voedingsvezels,afhankelijk van de broodsoort, acht tot vijftig procent hoger is dan de huidige meetmethode aantoont. Bakkersland was de eerste bakkerijorganisatie die het gehalte aan voedingsvezels in brood met de nieuwe AOAC 2009.01 testmethode liet meten bij voedingslaboratorium Eurofins. 

Het grootste verschil van de nieuwe meetmethode ten opzichte van de huidige (AOAC 985.29) is dat de nieuwe methode het totale gehalte aan voedingsvezels meet: langketenige vezels én kortketenige vezels. De huidige methode meet alleen de langketenige vezels. Wanneer de kortketenige vezels worden meegeteld, zit in witbrood bijvoorbeeld geen 3,0 gram vezel per 100 gram maar 4,1. Dat is een toename van 37%. Bij de nieuwe meting verdient het witbrood de officiële claim ‘bron van vezel’. Voor bruinbrood (met 5 gram vezel per 100 gram nu al ‘bron van vezel’) geldt dat de nieuwe methode een uitkomst geeft van 6,3 gram vezel per 100 gram (een toename van 26 %). Dat zou voor bruinbrood betekenen dat het de claim ‘rijk aan vezel’ mag voeren. Krentenbollen hebben met een verschil tussen 3,2 en 4,8 gram vezels – respectievelijk oude en nieuwe methode – zelfs 50% meer vezels aan boord.

Langketenige vezels
Waardoor wordt het verschil in metingen veroorzaakt? Zonder te veel in technische details te treden zit dat als volgt. In natuurlijke producten zoals planten, groente, fruit en granen zijn twee soorten vezels terug te vinden. Langketenige voedingsvezels zijn de vezels zoals we die in het spraakgebruik ook als ‘ballaststoffen’ kennen. Het zijn houtachtige vezels in bijvoorbeeld de zemel van de tarwekorrel. Het betreft vaak de buitenkant van het natuurlijke product, datgene wat ‘de boel bij elkaar houdt’. Dit type vezel wordt niet door het lichaam afgebroken en heeft daarom een belangrijke functie in de darmen. Zo verhogen ze de viscositeit in de maag en dunne darm, wat zorgt voor een vertraagde opname van voedingsstoffen door de darm. Ook absorberen ze galzuren en verlagen daarmee het cholesterolgehalte. Ze geven een gevoel van verzadiging; belangrijk in de strijd tegen overgewicht. Ook hebben ze een gunstige invloed op de afgifte van insuline.

Kortketenig: prebiotica
Natuurlijke producten bevatten ook kortketenige vezels. Deze worden door het lichaam op een andere manier verwerkt. Doordat het speeksel de moleculaire structuur niet kan afbreken, komen ook deze vezels in de darmen terecht. Daar hebben ze een belangrijke interactie met de aanwezige darmbacteriën. Kortketenige voedingsvezels hebben ook een vezeleffect in de darmen en zorgen voor een gezonde balans van aanwezige bacteriën. Echter in de oude methode werden deze vezels niet meegenomen in de meting en dus ook niet in de Nevotabellen (RIVM) waarin de gemiddelde vezelgehalten van brood zijn opgenomen.

Voedingscentrum staat achter eerlijke meetmethode
Het onderzoek is in opdracht gegeven door ir. Marc van Hulst, directeur innovatie & marketing van Bakkersland en uitgevoerd door Eurofins, waar dr. Kommer Brunt de projectleider was. Van Hulst en Brunt hebben contact opgenomen met het Voedingscentrum over hun bevindingen. Een van de speerpunten van het Voedingscentrum is informatievoorziening over voedingsvezels aan de consument, die stelselmatig te weinig vezels eet. Het Voedingscentrum staat achter de wijziging van testmethode om de juiste en werkelijke hoeveelheid aanwezige voedingsvezels te meten, zodat de consument eerlijke informatie krijgt over het vezelgehalte in zijn voeding. Brood blijft daarbij voor het Voedingscentrum een zeer belangrijke bron van vezels in de dagelijkse voeding. Van Hulst en Brunt pleiten daarom voor een aanpassing van de meetmethode. Op dit moment is de nieuwe AOAC 2009.01 testmethode onderwerp van een goedkeuringsproces in de EU. Het enige nadeel van deze nieuwe meetmethode zijn de hogere kosten. Naar verwachting zullen die kosten echter dalen wanneer vaker van deze meetmethode gebruik wordt gemaakt (meer volume) door meer laboratoria (meer concurrentie).