Tag

onderzoek

Browsing

Het Catharina Ziekenhuis is begonnen met het toedienen van een halfjaarlijks infuus aan een specifieke patiëntengroep van vrouwen na de overgang met borstkanker. Uit recent onderzoek blijkt dat zo’n infuus met botversterkende middelen de kans op uitzaaiingen in de botten en de kans op botbreuken verkleint. Ook wordt het ontstaan van broze botten (osteoporose) voorkomen.

Het halfjaarlijks infuus zorgt er eveneens voor dat de botten van deze patiënten met borstkanker na behandelingen sterker blijven. “Het preventief gezond houden van de botten is enorm belangrijk”, zegt oncoloog-internist dr. Birgit Vriens van het Catharina Kanker Instituut. “We geven daarom altijd al advies over voeding en leefstijl.”
Behandeling thuis

Patiënten hoeven niet naar het ziekenhuis te komen voor het infuus: drie jaar lang komt om de zes maanden een verpleegkundige thuis de behandeling geven. Daarnaast krijgen patiënten dagelijks een combinatie van calcium met vitamine D. Voor elke infuus wordt bloed geprikt om te beoordelen of het volgende infuus door kan gaan.

Belangrijke voorwaarde voor het infuus met het botversterkend middel is een gezond gebit. “Een van de bijwerkingen is kaaknecrose. Als je al een slechte gebit hebt, is de kans aanwezig dat tanden uitvallen. Patiënten met een slecht gebit krijgen de behandeling dan ook niet,” aldus verpleegkundig specialist Oncologie Angelie van den Bosch. Zij schreef mee aan het protocol over deze behandeling. Inmiddels is het protocol landelijk opgenomen in de handreiking ‘Botgezondheid’.

Het Catharina Ziekenhuis is het meest uitgebreide centrum voor de behandeling van borstkanker in de regio. “Daarom kan deze aanvullende behandeling eenvoudig geïntegreerd worden”, zegt Van den Bosch. “We gaan ook kijken of we het in kunnen zetten voor de behandeling van prostaatkanker.”

Bron: Catharina Ziekenhuis

Verloskundigen belangrijk bij signaleren problemen

Vrij veel zwangere vrouwen kampen met angstige of sombere gevoelens tijdens de zwangerschap. Aan dit probleem wordt (te) weinig aandacht geschonken, ook omdat zwangere vrouwen vaak het idee hebben die gevoelens ‘erbij horen’. Verloskundigen kunnen een belangrijke rol spelen in het bespreekbaar en behandelbaar maken van het probleem. Dat schrijven onderzoekers van het Radboudumc in het vakblad Journal of Women’s Health.

Ongeveer 1 op de 5 zwangere vrouwen heeft angstige of sombere gevoelens tijdens de zwangerschap. Die gevoelens gaan soms gepaard met een minder optimale ontwikkeling van de zwangere vrouw en haar kind. Vrouwen met zulke angstige of sombere gevoelens hebben bijvoorbeeld een verhoogde kans op vroeggeboorte en postnatale depressie. De kinderen lopen iets meer risico op een lager geboortegewicht en een achterblijvende psychomotore en gedragsontwikkeling in de kinderperiode.

Weinig hulpvragen

Carolina de Weerth, hoogleraar Psychobiologie van de vroege ontwikkeling aan het Radboudumc, heeft met collega’s onderzoek gedaan naar deze gevoelens bij bijna 1500 zwangere Nederlandse vrouwen, meestal in het tweede semester van hun zwangerschap. “Hoewel we weten dat ongeveer twintig procent van de zwangere vrouwen last heeft van dergelijke gevoelens, zien we relatief weinig vragen om hulp of behandeling. We hebben onderzocht hoe dat komt, welke drempels er zijn – zowel bij de zwangere vrouw als bij de verloskundige – om die problemen te signaleren en te behandelen.”

Niét natuurlijk

Ook in het Nederlandse onderzoek had ongeveer een vijfde van de zwangere vrouwen last van angstige en sombere gevoelens. Onderzoeker Pamela Browne, eerste auteur van het artikel Prenatal Anxiety and Depression in Journal of Women’s Health: “Slechts vijftien procent van deze vrouwen wordt hiervoor behandeld, meestal met psychotherapie. Kijken we naar de lage graad van behandeling, dan valt op dat de meeste vrouwen die negatieve gevoelens zien als een natuurlijk onderdeel van de zwangerschap, iets dat er nou eenmaal bij hoort. Met dit onjuiste beeld in gedachte zullen vrouwen ook minder snel om hulp vragen.”

Rol verloskundigen

Het onderzoek maakt ook duidelijk hoe belangrijk de rol van de verloskundigen bij dit probleem is. De Weerth: “Er wordt weinig hulp gevraagd, maar áls het tot een hulpvraag of behandeling komt, dan blijken zwangere vrouwen in de meeste gevallen te zijn doorverwezen door de verloskundige. Zwangere vrouwen praten ook vaak pas over hun problemen als verloskundigen er expliciet naar vragen. Op die manier wordt de drempel om het bespreekbaar te maken een stuk lager. Sterker nog, vragen verloskundigen niet expliciet naar gevoelens van angst en depressie, dan vinden zwangere vrouwen het vaak moeilijk om het onderwerp zelf ter sprake te brengen.”

Standaard screenen?

Hoewel veel zwangere vrouwen dus gevoelens van angst en depressie hebben, blijken die problemen nog maar weinig besproken en behandeld te worden. Verloskundigen spelen een essentiële rol om de problematiek beter op de agenda te krijgen. De Weerth: “Mogelijk kan een standaard screening als onderdeel van het werk daartoe een aanzet geven.”

Bron: Radboud UMC

In Zuidoost-Brabant zijn naar schatting 2000 mensen met een erfelijke aanleg voor verhoogd cholesterol, die nog niet worden behandeld voor die aandoening. Zij lopen een grote kans om op jonge leeftijd een hartinfarct en/of vaatproblemen te krijgen. Het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis opent vandaag een regionaal expertisecentrum om de opsporing en de behandeling van deze mensen te intensiveren.

“In Zuidoost-Brabant hebben we 20 tot 34 procent van de mensen met Familiaire Hypercholesterolemie, kortweg FH, in beeld”, zegt Daan van den Bersselaar, als verpleegkundig specialist betrokken bij het nieuwe expertisecentrum. “Dat betekent concreet dat in deze regio ruim 2000 mensen met FH nog niet gediagnosticeerd zijn. Uit onderzoek blijkt 26% van deze mensen zonder medicatie voor hun veertigste een hartinfarct te krijgen en komt 7% te overlijden voor hun veertigste, dus het is zaak om die groep snel op te sporen.” Snelle opsporing van FH via de huisarts en vroegtijdige behandeling, vaak al vanaf de kinderleeftijd, voorkomt vroegtijdige hart- en vaatziekten.

Afwijkend DNA

FH is een sluipmoordenaar. Mensen met FH die gezond eten en voldoende bewegen hebben vaak toch een hoog cholesterol. De oorsprong van het verhoogde cholesterol is dan een erfelijke aanleg. “Families met FH kenmerken zich vaak door het jong overlijden van familieleden als gevolg van hart- en vaatziekten,” aldus van Den Bersselaar. Mensen met FH hebben een afwijking in hun DNA. Daardoor wordt cholesterol onvoldoende uit het bloed gehaald. “Bij sommige mensen met FH zie je ook uiterlijke kenmerken als gele vetophoping rondom de ogen, of knobbels op de pezen. Al deze signalen kunnen duiden op FH en zijn reden om verder onderzoek te doen.”

Om hart- en vaatziekten bij mensen met FH te voorkomen, zijn de specialisten van het Hart- en Vaatcentrum van het  Catharina Ziekenhuis op zoek naar families met FH, of families waarin hoge cholesterolwaarden voorkomen en familieleden al op jonge leeftijd hart- en vaatziekten kregen. Door actieve opsporing in het ziekenhuis en het vergroten van de alertheid bij huisartsen, hopen de artsen iedereen met FH te vinden en preventief te beschermen.

Wanneer reageren?

Komt FH voor in uw familie? Of hebben vele familieleden een ernstig verhoogd cholesterol? Of komen in uw familie hart- en vaatziekten op jonge leeftijd  voor? Voor mannen geldt onder de 55 jaar en vrouwen onder de 60 jaar. Overleg dan met uw huisarts of neem contact op met de behandelaren van het regionaal expertisecentrum in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven. Dat kan telefonisch via: 040 – 239 59 00.

LEEFH

Het regionaal expertisecentrum is aangesloten bij de stichting LEEFH. LEEFH coördineert landelijk de opsporing van en de zorg voor families met FH. Voor meer informatie: leefh.nl. Het regionaal expertisecentrum in het Hart- en Vaatcentrum van het Catharina Ziekenhuis bestaat uit verpleegkundig specialist Daan van den Bersselaar, internist dr. Eveline Besselaar-Niemantsverdriet en kinderarts Angelique Roeleveld-Versteegh.

Bron: Catharina ziekenhuis

Is het mogelijk om teruggekeerde endeldarmkanker beter te behandelen met extra chemotherapie voorafgaand aan een operatie? KWF investeert ruim 2 ton in een onderzoek van het Catharina Ziekenhuis om deze vraag te beantwoorden.

“Uit onderzoek is al gebleken dat opnieuw voorbehandelen bij teruggekeerde endeldarmkanker veilig en efficiënt is. In deze studie gaan we nog een stapje verder en willen we aantonen dat door extra chemotherapie toe te voegen, de zorg voor patiënten met teruggekeerde endeldarmkanker nog verder verbetert”, aldus chirurg dr. Pim Burger van het Catharina Ziekenhuis. De subsidie van KWF komt bovenop een grote subsidie van ZonMw die het ziekenhuis in april heeft ontvangen voor onderzoek naar complexe endeldarmkanker.

Elk jaar krijgen ongeveer 4000 Nederlanders de diagnose endeldarmkanker. Deze vorm van kanker is vaak goed te behandelen en wordt meestal door het bevolkingsonderzoek vroegtijdig ontdekt. Na de eerste behandeling komt endeldarmkanker bij 5 tot 10 procent van de patiënten terug. Om de patiënt de beste kans te bieden is het van belang dat de vervolgbehandeling van deze patiëntengroep plaatsvindt in gespecialiseerde centra.

Gespecialiseerd centrum

“In Nederland is een klein aantal gespecialiseerde ziekenhuizen die patiënten met complexe endeldarmkanker behandelt, waaronder het Catharina Ziekenhuis. Er is een grote variëteit tussen de patiënten onderling. Dat vraagt om maatwerk. Dat kan alleen maar plaatsvinden in centra waar voldoende ervaring aanwezig is om deze vergevorderde tumoren optimaal te kunnen behandelen. Daarnaast zorgt die ervaring ervoor dat we ook beter weten wie wel en wie geen baat heeft bij een bepaalde behandeling; zo kunnen we zorgen dat patiënten bij wie een operatie niet zal helpen een grote, belastende operatie bespaard blijft”, legt chirurg dr. Pim Burger uit. Hij is blij met de subsidie van KWF. “We kunnen met deze subsidie het onderzoek nog verder uitbreiden. En zo verbeteren we de zorg voor patiënten met complexe endeldarmkanker in heel Nederland. En daar doen we het voor.”

Extra chemotherapie

Hoewel het tegenwoordig door onder andere het bevolkingsonderzoek steeds vaker lukt om endeldarmkanker goed te behandelen, keert de ziekte bij sommige patiënten toch terug. “Dat gebeurt in Nederland bij ruim 300 patiënten per jaar. Uit onderzoek blijkt nu dat het veilig en beter is om patiënten met een teruggekeerde tumor nog een keer voorafgaand aan de operatie te bestralen, ook als zij al voor de oorspronkelijke tumor bestraling hebben gekregen. In dit onderzoek gaan we bekijken of extra chemotherapie ervoor zorgt dat de tumor bij nog meer patiënten in zijn geheel kan worden verwijderd”, benadrukt Burger.

Samenwerking

In deze studie wordt samengewerkt met 8 Nederlandse ziekenhuizen die zijn gespecialiseerd in de behandeling van teruggekeerde endeldarmkanker en met nog eens 18 ziekenhuizen die de voorbehandeling met chemotherapie en bestraling kunnen bieden. Ook in het buitenland doen nog eens 8 ziekenhuizen mee. Door de komende jaren een vergelijkende studie te doen bij 364 patiënten, hopen de onderzoekers vast te stellen of de extra chemotherapie de genezingskansen vergroot, met behoud van kwaliteit van leven. Het project gaat in 2021 van start, in cofinanciering met ZonMw.

Bron: Catharina ziekenhuis

Recent onderzoek van Amsterdam UMC toont aan dat virus nog schadelijker is dan eerder werd gedacht

De Hersenstichting is een crowdfundactie gestart om het urgente onderzoek naar hersenschade door het coronavirus te financieren. Het virus kan tijdens én na de infectie op verschillende manieren ernstige schade toebrengen aan de hersenen. Schade waar de patiënt direct en op langere termijn de negatieve gevolgen van ondervindt. De Hersenstichting roept iedereen op een bijdrage te leveren aan het onderzoek. Tot nog toe is er gezamenlijk al bijna 265.000 euro opgehaald. Er echter nog ruim 60.000 euro nodig.

“Corona is primair een longziekte, maar heeft grote gevolgen voor de hersenen, ”zegt Merel Heimens Visser, directeur van de Hersenstichting. “Afgelopen week bleek uit het onderzoek van het Amsterdam UMC dat het virus ervoor kan zorgen dat het immuunsysteem in de hersenen op hol slaat. En dat is niet het enige. Sommige mensen krijgen zuurstoftekort in het bloed en daarmee ook in de hersenen. Verder kan het virus een hersenontsteking veroorzaken of de bloedstolling ontregelen. Een bloedstolsel kan een herseninfarct veroorzaken. Ook het lange verblijf op de intensive care is erg schadelijk voor de hersenen. Veel patiënten houden er blijvende cognitieve klachten aan over, zoals minder aandacht en concentratie, problemen met herinneren en met plannen.”

Schade behandelen, beperken of zelfs voorkomen

Bij sommigen zijn de gevolgen na het coronavirus blijvend. Waarom en hoe dit precies in de hersenen werkt, is helaas nog onbekend. Prof. Caroline van Heugten, verbonden aan Maastricht University: “Het onderzoek van het Amsterdam UMC werd uitgevoerd bij coronapatiënten die overleden waren. Het is daarom juist nu zo belangrijk om ook de mogelijke hersenschade te onderzoeken bij coronapatiënten die het virus hebben overleefd. Als we weten wie welke klachten krijgt en waarom, kunnen we hersenschade bij coronapatiënten beter behandelen, beperken of zelfs voorkomen. Daarom moet er nu onderzoek naar gedaan worden, zodat nieuwe patiënten de juiste behandeling kunnen krijgen.”

De onderzoekers prof. Caroline van Heugten en dr. Janneke Horn, verbonden aan Amsterdam UMC, zullen het onderzoek leiden zodra het bedrag van 325.000 euro binnen is. Tot nu toe is er al 265.000 euro opgehaald, maar is er nog ruim 60.000 euro nodig. “Hoe meer mensen doneren, hoe sneller de onderzoekers kunnen starten met het onderzoek. Ieders hulp is dus hard nodig”, aldus Heimens Visser.

Meer weten over de crowdfundactie en de gevolgen van het coronavirus op de hersenen? Kijk op steunonderzoek hersenstichting.

Over de Hersenstichting

1 op de 4 mensen heeft een hersenaandoening. Hersenaandoeningen zijn helaas hard op weg de grootste ziekte van Nederland te worden. Dit moet stoppen. Want een hersenaandoening zet je leven op z’n kop. Daarom zet de Hersenstichting alles op alles voor gezonde hersenen voor iedereen. Nu en in de toekomst. We zetten niet in op één aandoening, maar investeren breed in baanbrekende oplossingen die hersenaandoeningen helpen voorkomen, afremmen, of genezen. Om dit te bereiken laten we onderzoek doen, geven we voorlichting en zetten we ons in voor betere patiëntenzorg.

Bron: hersenstichting

Doordat huisartsen vaak alleen telefonisch contact hebben met de patiënten is het lastig om snel tot een diagnose en behandeling te komen. Huisartsen missen belangrijke informatie om snel te kunnen handelen bij hart- en vaatpatiënten met coronaklachten. Samen met de Hartstichting zoeken ze een manier tot een betere vaststelling.

Te weinig kennis

Huisartsen hebben meer kennis nodig over hart- en vaatpatiënten met corona. Als ze deze informatie hebben kunnen ze sneller handelen en kunnen ze er voor zorgen dat ze in een vroeg stadium verdere klachten kunnen voorkomen. Doordat patiënten minder klachten hebben kan het zijn dat ook ziekenhuizen worden ontlast. In het onderzoek wordt echt gekeken naar patiënten die zich melden bij de huisarts en niet naar mensen die al in het ziekenhuis liggen. Als iemand belt met klachten als benauwdheid of pijn op de borst kan dit wijzen op hart- en vaat problemen maar dit kunnen ook klachten zijn door corona.

Verhoogd risico

Er is al wel bekend dat hart- en vaatpatiënten een groter risico hebben op complicaties door het coronavirus. Bij patiënten zijn er veel vragen waar de huisarts op het moment nog geen antwoordt op kan geven. Het onderzoek is gestart om meer duidelijkheid te geven aan huisartsen en hun patiënten. De behandelingen kunnen daardoor veel eerder gestart worden.

Slim apparaatje

Wetenschappers gaan werken aan een draagbaar apparaatje om de hartslag en ademhaling te controleren. Ze zouden daardoor bij coronapatiënten kunnen signaleren of er ernstige complicaties optreden, dit wordt echter nog allemaal onderzocht. steun de Hartstichting bij de verschillende onderzoeken om coronaklachten goed te kunnen behandelen. Door de onderzoeken zouden ze beter in kunnen schatten wie ernstige klachten krijgt, ze kunnen hartproblemen bij corona beter behandelen en ook kunnen ze er voor zorgen dat blijvende hartschade bij corona verkleint wordt

Universiteit Utrecht en het Erasmus MC in Rotterdam hebben goede hoop dat ze het medicijn tegen het corona virus hebben gevonden. Onderzoeksleider Berend Jan Bosch claimt antilichamen gevonden te hebben die werkt tegen het coronavirus en SARS. Er moeten nog veel stappen genomen worden maar ze staan er positief in. Als alles goed verloopt en het uit onderzoeken goed blijkt te werken kan het medicijn binnen 6 maanden toegediend worden aan patiënten.

Antilichaam 47D11

Het antilichaam zal zicht binden aan het virus, het immuunsysteem zal de antilichamen herkennen en zal het doel vernietigen. Het werkt dus als een medicijn en het is geen vaccin. Bij mensen die het virus hebben kan het er voor zorgen dat het niet verder in het lichaam gaat verspreiden. Een ziekenhuis opname kan daardoor voorkomen worden en de zorg wordt hierdoor ontlast.

In Israël claimen ze ook een antilichaam gevonden te hebben of het beter is dan die van Nederland is onbekend. Onderzoekers juichen dit alleen maar toe, hoe meer antistoffen hoe meer kans er is om het beste medicijn te ontwikkelen.

Ebolamiddel Remdesivir

Er is tot nu toe nog geen medicijn ontwikkeld dat specifiek tegen corona werkt. Een studie toont aan dat het ebolamiddel Remdesivir een positief effect een op coronapatiënten. De behandelduur zou met dit middel een aantal dagen korter zijn dan zonder. Waar mensen normaal 14 dagen ziek zijn kunnen deze mensen binnen 10 dagen beter zijn en daarna minder last hebben van klachten. Er is daarom besloten om het middel breder toe te passen in ziekenhuizen in Amerika maar ook in Europa. Het medicijn is alleen beperkt beschikbaar en is in handen van een Amerikaans bedrijf. De Amerikaanse overheid bepaald hoeveel Remdesivir er over de wereld verdeeld wordt.

Lees het hele artikel op het AD.

Normaal gesproken overlijden er in Nederland iets meer vrouwen dan mannen. Tijdens de eerste weken van de corona-epidemie overleden echter meer mannen dan vrouwen. Pas in de vijfde week nam de sterfte onder vrouwen duidelijk sterker toe dan onder mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen was kleiner geworden doordat geleidelijk de sterfte in verpleeg- en verzorgingshuizen, waar meer dan dubbel zoveel vrouwen als mannen wonen, was gaan domineren. Rekening houdend met leeftijd en het type huishouden, was echter in alle vijf de weken van de corona-epidemie de sterfte onder mannen hoger dan onder vrouwen. Dit is een artikel in de CBS-reeks Statistische Trends.
Tijdens de eerste weken van de corona-epidemie was de stijging van de sterfte onder mannen sterker dan onder vrouwen. Zowel bij mannen als bij vrouwen steeg eerst de sterfte onder de particuliere bevolking, en daarna pas onder de institutionele bevolking. De toename onder vrouwen in week 15 van 2020 (de vijfde week van de corona-epidemie) kwam volledig door een toename van de sterfte onder de institutionele bevolking van 80 jaar of ouder. De sterfte onder vrouwen in particuliere huishoudens nam wel af, net als bij mannen. Bij mannen lag de totale sterfte in week 15 lager dan in week 14, maar ook hier was nog een toename van de sterfte onder de institutionele bevolking van 65 tot 90 jaar te zien. Rekening houdend met leeftijd en het type huishouden, was de sterfte onder mannen in week 15 van 2020 nog steeds duidelijk hoger dan onder vrouwen, ook al was het totaal aantal overleden mannen en vrouwen nagenoeg gelijk.

Bron: CBS

Het instituut van de universiteit in Oxford is bezig met het ontwikkelen van een covid-19 vaccin. Als alle onderzoeken goed gaan hopen ze dat het in september al op de markt zou kunnen.

Onderzoek

Het vaccin is al getest bij een aantal apen en dat leverde geen verdere klachten op. Het vaccin moet nog wel bij mensen geteste worden. Eerst bij 1000 proefpersonen en daarna nog eens bij 5000 mensen. Er moeten wel genoeg aanmeldingen hiervoor zijn en bij mensen kan het natuurlijk anders reageren dan bij apen. Het kan ook verschillen per leeftijd, het kan zijn dat kinderen of ouderen anders hierop zouden reageren. Het hangt dus van veel factoren af of dit vaccin goed gekeurd gaat worden.

Tekort

Als het vaccin op de markt komt zal er gelijk een te kort zijn omdat hier zoveel vraag naar is. Het instituut werkt dan ook samen met geneesmiddelenfabrikanten, als het vaccin klaar is kan het gelijk in grote hoeveelheden geproduceerd worden.

Lees het hele bericht en bekijk de video.

Het Leidse biotechbedrijf Pharming maakt het medicijn Ruconest. Deze kan wellicht longontstekingen bij coronapatiënten voorkomen en verhelpen. Dit is in het Zwitserse Basel al getest op vijf patiënten. Bij vier van de vijf heeft het gewerkt en zijn ze al ontslagen uit het ziekenhuis. Ze zijn dan ook bezig om een groter onderzoek op gang te krijgen om zo voor meer patiënten iets te kunnen betekenen. 

Dit bericht is erg hoopvol en kan dus helpen om longontstekingen tegen te gaan. Mensen zullen dan ook meer zuurstof krijgen waardoor ze sneller van de IC af zouden kunnen. Lees het hele bericht over dit Leids medicijn. Het kan dus veel betekenen voor onze gezondheid en zal helpen de samenleving weer op gang te kunnen brengen.

Pin It