Tag

nederland

Browsing
Nederland heeft naar verhouding de meeste ex-rokers, weinig nooit-rokers en het aantal rokers ligt onder het Europees gemiddelde. 

In Nederland wordt door 24% van de bevolking van 15 jaar en ouder gerookt. Dit is minder dan gemiddeld in de 27 lidstaten van de Europese Unie (28%). Van alle lidstaten zijn er in Nederland naar verhouding de meeste ex-rokers (31%) en relatief weinig nooit-rokers. Dit blijkt uit de Special Eurobarometer 385 ‘Attitudes of Europeans towards tobacco’ (2012).

Tabaksconsumptie
Van de mensen die roken, rookt in Nederland 73% sigaretten, 50% shag, 12% sigaar en 5% pijp. Het roken van shag en sigaar komt in de rest van Europa minder voor onder rokers. Rokers in Europa en in Nederland roken gemiddeld 14 sigaretten per dag.
In Nederland wordt meer waterpijp gerookt (25%) dan gemiddeld in Europa (16%), maar de meesten (20%) hebben dit maar één of twee keer geprobeerd en roken niet regelmatig waterpijp. Het gebruik van snus komt in Nederland minder voor (4%) dan gemiddeld in Europa (7%).
De elektronische sigaret is in Nederland bekender (84% van gehoord) dan gemiddeld in Europa (69%). Ook is in Nederland relatief goed bekend dat elektronische sigaretten schadelijk zijn voor de gezondheid (42% weet dit). Het gebruik van elektronische sigaretten is in Nederland niet hoger (6%) dan gemiddeld in Europa (7%).
Bij de merkkeuze voor sigaretten is vooral de smaak belangrijk. Nederland heeft het laagste percentage (ex-)rokers die aangeeft dat de prijs belangrijk is bij de merkkeuze (32%). Ook zijn de niveaus van teer, nicotine en koolmonoxide en de verpakking voor Nederlandse (ex-)rokers relatief onbelangrijk.
In Nederland geeft 38% van de bevolking aan dat er binnen in cafés gerookt werd toen ze daar voor het laatst waren. Dit is meer dan gemiddeld in Europa (23%). Echter, slechts 7% geeft aan dat er binnen in restaurants gerookt werd, wat minder is dan gemiddeld (12%). In Nederland worden iets minder mensen blootgesteld aan tabaksrook binnen op hun werkplek (22%) dan gemiddeld in Europa (28%).

Het kopen van tabak
De meeste rokers in Nederland kopen hun sigaretten in de supermarkt (58%). In de meeste andere Europese landen worden sigaretten vaker bij een krantenkiosk en een tabakszaak gekocht. In Nederland heeft slechts 10% van de rokers in het afgelopen jaar sigaretten uit een automaat gehaald. Dit is minder dan gemiddeld in Europa (15%). Sigaretten kopen over de grens komt in Nederland en Europa niet veel voor. Van de rokers in Nederland en Europa geeft 7% aan in het afgelopen jaar bewust (niet omdat ze er toch waren) sigaretten over de grens te hebben gekocht.

Redenen om te beginnen en stoppen met roken
Nederlandse (ex-)rokers geven aan dat ze gemiddeld 17 jaar waren toen ze begonnen met regelmatig roken. In Europa ligt dit gemiddelde iets hoger (18 jaar). De meeste (ex-)rokers geven aan dat ze zijn begonnen met roken omdat vrienden roken. Dit verschilt nauwelijks tussen landen.
Driekwart van de Nederlandse rokers (75%) heeft ooit wel eens een stoppoging gedaan. Gemiddeld in Europa ligt dit percentage lager (60%). In Nederland is het percentage rokers dat hulpmiddelen gebruikt bij het stoppen met roken (27%) lager dan gemiddeld in Europa (32%). De meeste rokers proberen te stoppen met roken vanwege bezorgdheid over hun eigen gezondheid. In Nederland proberen ook relatief veel rokers te stoppen vanwege familie, partner of vrienden (42%). In Europa geeft ongeveer een vijfde van de ex-rokers aan te zijn gestopt met roken vanwege de prijs van sigaretten. In Nederland ligt dit percentage veel lager (11%).

Meningen over beleidsmaatregelen
In alle Europese landen en in Nederland is ongeveer driekwart van de bevolking voorstander van afschrikwekkende foto’s op sigarettenpakjes. Van alle Europese landen is in Nederland de minste steun voor sigarettenpakjes zonder logo’s en merkkleuren (38%) en voor een verbod op sigarettenautomaten (36%).
In Nederland denken relatief weinig (ex-)rokers (27%) dat de gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes een effect hebben op hun eigen meningen en rookgedrag. Echter, in Nederland wordt het meest van alle landen (38%) gedacht dat de gezondheidswaarschuwingen jongeren helpt om niet te beginnen met roken.

Onderzoek
Sinds 2003 laat de Europese Commissie opiniepeilingen uitvoeren over tabaksgebruik in Europa. In het meest recente rapport (European Commission, 2012) worden de resultaten van de peiling van februari/maart 2012 gerapporteerd. Hiervoor werden 26.751 respondenten van 15 jaar en ouder face-to-face in hun eigen huis geïnterviewd. In Nederland werden 1.014 respondenten geïnterviewd. Referentie ishttp://ec.europa.eu/health/tobacco/docs/eurobaro_attitudes_towards_tobacco_2012_en.pdf 

Duidelijk onderscheid tussen anorexia- en boulimia nervosa

Boulimia nervosa komt vijf keer vaker voor in de stad dan op het platteland. Dit terwijl de verwante eetstoornis anorexia nervosa gelijkelijk is verdeeld over het platteland en de stad. Dit is een extra aanwijzing dat de aandoeningen van elkaar verschillen, en dus ook verschillend behandeld moeten worden. Ze worden nu nog te veel over één kam geschoren, vindt onderzoekster Gabriëlle van Son. 

In Nederland lijden naar schatting zo’n veertigduizend mensen aan een ernstige eetstoornis. Zij onderdrukken hun eetlust en hebben een extreem verlangen om mager te zijn (anorexia nervosa), of lijden aan eetbuien, zijn bijzonder gefocust op gewichtscontrole en extreem bezorgd over hun lichaamsvorm en gewicht (boulimia nervosa). Om hun gewicht onder controle te houden, geven deze patiënten over, gebruiken ze laxeermiddelen, of sporten ze extreem veel. Eetstoornissen komen vooral voor bij vrouwen. Van alle patiënten met anorexia nervosa is een op de tien man, bij boulimia nervosa ligt dit zelfs lager.

Vijf keer vaker in de stad

Boulimia- en anorexia nervosa worden veel over één kam geschoren. Er zijn weliswaar veel overeenkomsten, maar het is toch wijs een duidelijk onderscheid te maken tussen de aandoeningen. Uit onderzoek van Gabriëlle van Son blijkt dat boulimia vijf keer vaker voorkomt in de stad dan op het platteland, terwijl anorexia gelijkelijk is verdeeld over het platteland en de stad. Van Son: “Dit is een zeer opmerkelijk resultaat. Het wijst erop dat de aandoeningen mogelijk verschillende oorzaken hebben, en dus ook verschillend behandeld moeten worden. Daar is nog te weinig aandacht voor.”

Anoniem eten kopen

Het precieze verschil tussen de aandoeningen heeft Van Son niet kunnen achterhalen. “Dit moet nog nader onderzocht worden,” licht de onderzoekster toe. “Misschien speelt het meer stressvolle stadsleven een grotere rol bij boulimia nervosa. Maar ook anonimiteit kan van belang zijn. In een grote stad is het gemakkelijker om anoniem, in verschillende winkels en drogisterijen, eten en laxeermiddelen te kopen.”

Ontdekken duurt vaak lang

Wordt een eetstoornis vroeg (voor het twintigste jaar) ontdekt, dan heeft de patiënt een grotere kans op herstel, zo blijkt verder uit het onderzoek. Van Son: “Hoe langer eetstoornissen onbehandeld blijven, hoe verder deze ingesleten kunnen raken in gewoonten, gedrag en gedachten.”Dit is vooral een uitdaging aan de huisartsen, voor wie het lastig is om deze psychische problematiek te herkennen. Van Son: “Patiënten zeggen meestal niet zomaar dat ze een eetstoornis hebben, maar rapporteren buikpijn, menstruatiepijn of andere klachten. Vaak voelen deze patiënten zich onbegrepen door hun huisarts. Ook kan het lang duren voordat zijzelf ontdekken en erkennen dat ze een eetstoornis hebben.”

Curriculum vitae

Gabriëlle van Son (Hoorn, 1972) studeerde Psychologie te Leiden. Ze verrichtte haar onderzoek binnen Centrum Eetstoornissen Ursula in Leidschendam, waar zij werkt als psycholoog/onderzoeker, in samenwerking met de Parnassia Bavo groep en het NIVEL. Het onderzoek werd mede gefinancierd door GGZ Rivierduinen. Van Son promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. H.W. Hoek. De titel van haar proefschrift luidt: “The epidemiology of eating disorders”.

Bijna de helft van de Nederlandse bevolking gebruikt voedingssupplementen als aanvulling op de gewone voeding. Supplementen worden niet gezien als vervanging van groente en fruit, maar als iets extra’s. Het bevorderen van de algemene gezondheid en het verbeteren van de weerstand zijn de voornaamste redenen voor Nederlanders om voedingssupplementen te gebruiken. Vitamine C en multivitaminen worden het meest gebruikt.


Dat blijkt uit onderzoek door Market Research onder 1000 respondenten, in opdracht van Natuur- & gezondheidsProducten Nederland (NPN), de branchevereniging voor de voedingssupplementenindustrie. Er was nog nauwelijks onderzoek gedaan naar het gebruik van voedingssupplementen in ons land.

Een kwart van de bevolking gebruikt iedere dag voedingssupplementen. De meerderheid van de Nederlandse bevolking denkt bij voedingssupplementen vooral aan multivitamines. Over andere supplementen zoals foliumzuur en glucosamine hebben Nederlanders weinig kennis. Uit het onderzoek blijkt dat Nederland meer zou willen weten over de werking, het nut en de veiligheid van voedingssupplementen.

Om aan deze vraag te voldoen, start NPN vandaag de campagne “Voedingssupplementen, kies voor iets extra’s”. NPN wil de consument informeren over de verschillende soorten voedingssupplementen die er zijn en de werking ervan. Debranchevereniging lanceert onder andere de informatieve website www.kiesvoorietsextra.nl. Tevens biedt NPN drogisterijen informatiefolders aan die ze aan de consument kunnen meegeven.

“Vroeger kregen we van onze moeder een lepel levertraan, tegenwoordig heeft de consument een verscheidenheid aan voedingssupplementen geïntegreerd in zijn dagelijkse voedingspatroon”, zegt NPNdirecteur Saskia Geurts. “Dat is een positieve ontwikkeling. Zeker gezien het feit dat Nederlanders niet elke dag de welbekende 2 ons groente en 2 stuks fruit binnenkrijgen.”
Meer onderzoeksresultaten:
• Vrouwen gebruiken vaker voedingssupplementen dan mannen. Van de vrouwen gebruikt tweederde ze
vaak, van de mannen is dit ruim de helft.
• Nederlanders bevestigen dat voedingssupplementen nuttig zijn voor bepaalde mensen.
• De Nederlanders vinden dat de werking van vitamine C, ijzer, foliumzuur, visolie en vitamine D is
aangetoond.
• Van de werking van afslankmiddelen is men minder zeker.
• Bijna alle Nederlandse consumenten vinden het belangrijk dat op het product staat wat het voor de
gezondheid doet.

De accijns op tabak gaat volgend jaar omhoog. Waar in het Catshuis de verhoging bleef steken op 20 eurocent, lijkt de Regenboogcoalitie (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) de stap te zetten om een halve euro extra accijns te leggen op een pakje sigaretten. De Alliantie Nederland Rookvrij! is daarmee erg blij. Niet alleen voor de schatkist, maar vooral voor de gezondheid van Nederlanders. Nog ieder jaar sterven er in Nederland ca. 20.000 mensen aan de gevolgen van actief roken. De schade door meeroken is daarbij nog niet opgeteld.

Gezondheid en jeugd
Vooral jongeren zijn gevoelig voor stevige prijsverhogingen. Bovendien is de prijs van sigaretten vaak reden om te stoppen met roken. Een verhoging van tenminste 10% heeft effect op de consumptie en daarmee op de volksgezondheid. Dat adviseert de WHO op basis van onderzoek naar de prijs van tabak. Dit komt in Nederland neer op tenminste 50 cent per pakje. Prijsverhogingen in kleine stapjes worden door de industrie gemakkelijk teniet gedaan door de hoeveel tabak in een pakje shag te verminderen en kleine stapjes worden door de rokers nauwelijks gevoeld. Forse prijsverhogingen raken de tabaksindustrie echter direct in de portemonnee.

Smokkel
De tabakslobby heeft er alle belang bij de accijnsverhoging tegen te werken. Zij probeert al jaren een koppeling te leggen tussen prijsverhoging en illegale handel en criminaliteit. Uit onderzoek dat landen met elkaar vergelijkt, blijkt echter dat illegale handel in tabak meer te maken heeft met criminaliteit, corruptie en handhaving in een land. De Nederlandse douane en FIOD zijn juist uiterst alert op smokkel en illegale handel in tabak.

Economische gevolgen
Inmiddels hebben woordvoerders van de tabaksindustrie ook al gewaarschuwd voor de negatieve gevolgen voor de economie en de werkgelegenheid als roken duurder wordt. Maar de cijfers kloppen niet. Argument is steevast dat de detailhandel in de grensstreek wordt getroffen. Maar dat effect is minimaal en bovendien weegt het niet op tegen de gezondheidswinst die we in Nederland boeken.

Naleving Tabakswet
De Alliantie Nederland Rookvrij! is blij met dit voorstel, dat steun krijgt van de meerderheid in de Tweede Kamer. Hopelijk geeft deze Kamermeerderheid het Nederlandse Tabaksbeleid weer de vooraanstaande rol die het een aantal jaren geleden nog had. Internationaal is Nederland achteropgeraakt bij het invoeren en handhaven van tabaksontmoedigingsbeleid. Met het handhaven van een geheel rookvrije horeca, vermelding van toevoegingen op tabaksproducten en het tonen van afbeeldingen van de gevolgen van roken op de pakjes zou Nederland zich weer aansluiten bij de Europese afspraken en ontwikkelingen op dit terrein.
Astma Fonds, KWF Kankerbestrijding, Hartstichting en het Partnership Stop met Roken – verenigd in de Alliantie Nederland Rookvrij! – pleiten voor een jaarlijkse stijging van de prijs van tabak met minimaal 50 cent. Een maatregel die niet alleen goed is voor de schatkist, maar óók voor de volksgezondheid.

Alliantie Nederland Rookvrij!
De Alliantie Nederland Rookvrij! is een netwerk van samenwerkende partijen die een samenleving nastreeft waarin niemand meer (over)lijdt aan de gevolgen van tabaksgebruik. Dit wil de Alliantie realiseren door het op gang brengen van een maatschappelijke beweging, waarin tal van organisaties en mensen krachten bundelen voor hetzelfde doel: een effectief tabaksontmoedigingsbeleid, een groei van het aantal niet-rokers en meer rookvrije omgevingen.

Een studie naar overgewicht bij kinderen in zeven Europese landen wijst uit dat de helft van de Griekse kinderen van 10 tot 12 jaar overgewicht heeft. Bij één op de vijf Griekse kinderen is er sprake van extreem overgewicht. Bij Nederlandse kinderen liggen die cijfers lager, al is de situatie ook hier zorgelijk. Ruim een vijfde van de Nederlandse kinderen is te dik. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift PLoS-ONE.

Overgewicht komt veel voor onder schoolkinderen in verschillende landen in Europa. Dat blijkt het een grootschalig onderzoek onder schoolkinderen van 10 tot 12 jaar in België, Griekenland, Hongarije, Nederland, Noorwegen, Slovenië en Spanje. Het werd uitgevoerd in de lente van 2010 onder 3.398 jongens en 3.727 meisjes (minimaal duizend 10- tot 12-jarige kinderen per land).

In de onderzochte zeven landen heeft 30% van de kinderen overgewicht en is er bij 1 op de 10 kinderen sprake van extreem overgewicht. Tweeëntwintig procent van de Nederlandse kinderen lijdt aan overgewicht, 6% heeft extreem overgewicht. In Noorwegen werden de laagste percentages gemeten;  19% van de Noorse kinderen is te dik, 4% heeft extreem overgewicht.

Nederlandse kinderen drinken het meeste frisdrank
‘Het is niet gemakkelijk om de verschillen tussen deze landen te verklaren’, stelt onderzoekscoördinator professor Johannes Brug van VU medisch centrum. Het onderzoek toonde aan dat kinderen in Griekenland het minst sporten, kinderen in Griekenland en Hongarije het meest televisie kijken, kinderen in België het langst slapen, en kinderen in Nederland de grootste hoeveelheden frisdrank drinken (maar liefst 0.6 liter per dag).
Het team van onderzoekers uit 15 organisaties in Europa toonde aan dat de jongens gedurende de onderzochte periode over het algemeen dikker waren dan meisjes, meer televisie keken en meer frisdrank dronken. Meisjes deden echter minder aan sport. Kinderen van hoog opgeleide ouders waren slanker, behalve in Griekenland en Spanje.
‘Het is duidelijk dat er verschillen zijn in de culturele tradities, familiegebruiken en eetgewoonten tussen de verschillende Europese landen’, zegt professor Brug. ‘Het onderzoek laat zien dat kinderen één ding gemeen hebben – ze worden allen blootgesteld aan meerdere factoren die overgewicht bij de kinderen veroorzaken. Slechts één oorzaak aanpakken zal dan ook niet werken’.

Het onderzoek werd uitgevoerd met een subsidie van de Europese Commissie van €2.9 miljoen met als doel om een programma te ontwikkelen om kinderen van 10 tot 12 jaar te stimuleren minder zittend gedrag te vertonen.

De resultaten van het ENERGY-onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift PLoS-ONE: zie artikel . Kijk ook op www.projectenergy.eu

Nooit eerder waren er zo weinig rokers in Nederland als in 2011.  Rookte halverwege de vorige eeuw nog 70% van alle Nederlanders, nu rookt slechts een kwart van de bevolking. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Continu Onderzoek Rookgewoonten, dat TNS NIPO jaarlijks uitvoert onder zo’n 18.000 mensen in opdracht van STIVORO.

Minder rokers en minder sigaretten
De laatste jaren was het percentage rokers stabiel rond de 28% maar in 2011 daalde het percentage rokers spectaculair naar 25%. Nooit eerder waren er in Nederland zo weinig rokers. De daling startte in het eerste kwartaal van 2011 en viel samen met de invoering van de vergoeding van stoppen-met-rokenprogramma’s vanuit de basiszorgverzekering. De daling in het percentage rokers doet zich zowel voor bij mannen (van 29% in 2010 naar 27%) als bij vrouwen (van 26% in 2010 naar 23%) en is zichtbaar bij hoger (van 20% in 2010 naar 18%) en lager opgeleiden (van 32% in 2010 naar 29%). Ondanks de daling, blijft de kloof tussen hoger en lager opgeleiden groot. Het verschil tussen beide groepen is meer dan 10%. Opmerkelijk is dat ook steeds minder rokers dagelijks roken. In 2001 rookte 25% van alle Nederlanders dagelijks, nu is dat nog slechts 19%. Ook het dagelijkse aantal gerookte sigaretten neemt steeds verder af. Tien jaar geleden rookte men gemiddeld 15,6 sigaretten per dag, nu zijn dat er 13,9.

Toekomst in gevaar
“Fantastische resultaten”, aldus Lies van Gennip. “Jarenlange inspanningen door middel van campagnes, de invoering van de rookvrije werkplek en rookvrije horeca, accijnsverhoging en de vergoeding van stopondersteuning in 2011 worden nu beloond met dit historische lage aantal rokers.” “Maar we zijn er nog niet”, waarschuwt van Gennip. “Stopondersteuning met behulp van medicijnen wordt vanaf 1 januari 2012 niet meer vergoed. Nu al zien we een grote terugval in het aantal rokers dat zich opgeeft voor bijvoorbeeld telefonische coaching. En STIVORO krijgt geen geld meer om campagnes te ontwikkelen om mensen te wijzen op de gevaren van roken. De tabakslobby krijgt van dit kabinet vrij spel en dat zou weleens kunnen leiden tot een toename van het aantal rokers.”

Onderzoek
Het Continu Onderzoek Rookgewoonten is het grootste onderzoek naar het rookgedrag van Nederlanders van 15 jaar en ouder. Jaarlijks worden zo’n 18.000 respondenten ondervraagd over hun rookgedrag.

Om babysterfte in Nederland te verlagen is een geïntegreerd verloskundig zorgmodel nodig waarbij de zwangere vrouw en haar kind centraal staan. Bevallingen zouden moeten plaatsvinden in centra voor Zwangerschap en Bevalling.

Bij complicaties kan dan direct van een huiselijke setting met verloskundige worden omgebouwd naar een medische. Hiervoor pleit hoogleraar verloskunde Christianne de Groot in haar oratie op 26 september bij VU medisch centrum.

Lees hier het hele persbericht

Pin It