Tag

ziekenhuis

Browsing

Heeft u zelf een nieuwe nier nodig of zit u er aan te denken om zelf een nier te doneren. Hoe werkt het precies en wat moet u hierover weten? Geeft u een donornier of wilt u er graag een krijgen?

Bent u geschikt?

Wanneer u een nier wilt doneren kan dit niet zomaar. Het moet wel een goede match zijn u kunt namelijk niet aan iedereen een nier geven. Vaak wordt er eerst binnen de familie gekeken vaak is hier de beste match te vinden. Het is natuurlijk ook zelf belangrijk om de voor en na delen af te wegen. Zo kunt u natuurlijk wel iemand redden of het leven van hem of haar beter maken. Zelf moet u de operatie ondergaan, herstellen en u moet natuurlijk leven met 1 nier, wat normaal geen probleem zou moeten zijn.

Hoe werkt de donatie?

Wanneer het tijd is voor de operatie worden jullie vaak beide op de zelfde dag geopereerd. In de meeste gevallen zal dit in het zelfde ziekenhuis zijn, wanneer u doneert aan een onbekend iemand kan dit ook een ander ziekenhuis zijn. Voor de operatie moet u vaak wel een nachtje blijven in het ziekenhuis. De ontvanger die blijft vaak iets langer vaak kunnen ze na 3 tot 5 dagen zien af alles goed aanslaat en of het echt zijn werk doet.

Hoe lang gaat een donornier mee?

Wanneer u een donornier heeft kan deze vaak erg lang mee gaan. Het kan echter zijn dat het steeds iets minder goed werkt. Wanneer u een nier heeft ontvangen van iemand die overleden is kan de werking na 5 jaar rond de 68% zitten terwijl dit in het eerste jaar nog 86% is. Wanneer u een nier heeft ontvangen van iemand die nog leeft dan werkt de nier vaak wat beter. Na 5 jaar zal dit nog ongeveer voor 84% werken.

De zorg voor patiënten met alvleesklierkanker is de laatste jaren sterk verbeterd. Door de invoering van regionale ziekenhuisnetwerken is de kans op een potentieel genezende operatie voor elke patiënt die de diagnose alvleesklieranker krijgt, even groot geworden.

“Dus ongeacht of een patiënt de diagnose alvleesklierkanker in een expertisecentrum krijgt of in een regulier ziekenhuis”, verduidelijkt oncologisch chirurg prof. dr. Ignace de Hingh van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Samen met collega’s uit het Amsterdam UMC en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) deed hij recent onderzoek naar de verwijspatronen en behandeling van meer dan 10.000 patiënten met alvleesklierkanker en constateerde dat de zorg verbeterd is. De resultaten zijn gepubliceerd in het gezaghebbende medisch tijdschrift The British Journal of Surgery.

Vijftien jaar geleden bleek uit onderzoek dat de kans op overlijden na een operatie voor alvleesklierkanker in Nederland te hoog was. De complexe operaties werden in te veel ziekenhuizen in Nederland gedaan. Gevolg: chirurgen hadden weinig ervaring met de operatie en het behandelen van complicaties, waardoor er een te hoge sterfte was.

Handen ineengeslagen

Enkele jaren geleden heeft een groep medisch specialisten de handen ineen geslagen om de zorg voor patiënten met alvleesklierkanker in Nederland structureel te verbeteren door continu kwaliteits-monitoring en wetenschappelijk onderzoek. Dat vindt plaats onder de vlag van de DPCG, Dutch Pancreatic Cancer Group.

Te hoge sterfte door Alvleesklierkanker

Dat leidde tot centralisatie. Patiënten met alvleesklierkanker mochten alleen nog maar worden geopereerd in ziekenhuizen die minimaal 20 van deze operaties per jaar uitvoerden. “Deze aanpak loonde,” stelt De Hingh. “Uit onderzoek – uitgevoerd in het Catharina Ziekenhuis in samenwerking met IKNL – bleek dat de kans op overlijden ten gevolge van de operatie daarna sterk daalde.”

Goed nieuws dus voor de patiënten met alvleesklierkanker. Maar er was een onverwachte negatieve bijwerking. “Met het verdwijnen van de kennis van de operatieve behandeling in veel ziekenhuizen, daalde ook de kans dat een patiënt die in een dergelijk ziekenhuis gediagnostiseerd was met alvleesklierkanker uiteindelijk geopereerd werd. Daarmee leken sommige patiënten de kans op een mogelijk genezende operatie uiteindelijk mis te lopen. Vooral patiënten uit een lager sociaal milieu waren daar de dupe van.”

Die uitkomst heeft mede geleid tot regionale netwerkvorming. “Dit houdt in dat ziekenhuizen die geen alvleesklierkanker-operatie uitvoeren, toch aan kunnen sluiten bij de bespreking van hun patiënten in het ziekenhuis in die regio dat die operatie wel uitvoert. Meestal gebeurt dat middels een video-overleg, waar alle betrokken ziekenhuizen bij aanwezig zijn. Op die manier wordt elke patiënt met alvleesklierkanker, onafhankelijk van de expertise van het ziekenhuis waar de diagnose gesteld is, beoordeeld door experts op dit gebied. Zo zijn alle patiënten verzekerd van de beste behandeling”,concludeert De Hingh. Inmiddels wordt in vrijwel heel Nederland op deze manier gewerkt.

In 2019 kregen 2569 patiënten de diagnose alvleesklierkanker. Deze vorm van kanker wordt– vanwege het ontbreken van klachten – vaak pas laat wordt ontdekt en de kans op genezing is niet groot. De DPCG maakt zich sterk om dit percentage door intensieve samenwerking, monitoring en onderzoek te verbeteren.

Bron: Catharina Ziekenhuis

Er zijn een aantal alarmerende berichten ontvangen uit Curaçao. Het aantal besmettingen stijgt hier zo hard dat de ziekenhuizen het niet meer aankunnen.

Besmettingsaantallen

In Nederland zijn er ongeveer 45 besmettingen per 100 duizend inwoners. In Curaçao staat dit echter op 177 per 100 duizend inwoners. Dit is dus bijna 4 keer zo veel als in Nederland. Door dat het plotseling snel oploopt stijgen dan ook het aantal IC opnames in het ziekenhuis. Vergeleken met de 1e en 2e golf is dit iets wat ze niet verwacht hadden.

Groter aantal IC bedden

Het ziekenhuis heeft er normaal 16 IC bedden echter is dit niet genoeg. Ze hebben in een week tijd 3 andere afdeling ingericht voor corona patiënten. Hierdoor hebben ze 30 IC bedden maar ook dat is nog te weinig. Inmiddels hebben ze ruimte gecreëerd voor 42 Patiënten.

Strengere maatregelen

Door het zo snel stijgen van de besmettingen hebben ze dan ook de maatregelen aan moeten passen. Zou is hun avond klok verander van 21:00 naar 19:00. Verder gaat er versneld 30 duizend vaccins naar Curaçao waarbij een deel ook bestemd is voor Aruba. Het ziekenhuis is nu alleen ingericht voor de Corona patiënten, hun reguliere zorg is bijna volledig stop gezet. Het is natuurlijk ook de bedoeling dat andere zorg door kan gaan maar dit gaat om het moment nog niet.

Het Catharina Ziekenhuis is begonnen met het toedienen van een halfjaarlijks infuus aan een specifieke patiëntengroep van vrouwen na de overgang met borstkanker. Uit recent onderzoek blijkt dat zo’n infuus met botversterkende middelen de kans op uitzaaiingen in de botten en de kans op botbreuken verkleint. Ook wordt het ontstaan van broze botten (osteoporose) voorkomen.

Het halfjaarlijks infuus zorgt er eveneens voor dat de botten van deze patiënten met borstkanker na behandelingen sterker blijven. “Het preventief gezond houden van de botten is enorm belangrijk”, zegt oncoloog-internist dr. Birgit Vriens van het Catharina Kanker Instituut. “We geven daarom altijd al advies over voeding en leefstijl.”
Behandeling thuis

Patiënten hoeven niet naar het ziekenhuis te komen voor het infuus: drie jaar lang komt om de zes maanden een verpleegkundige thuis de behandeling geven. Daarnaast krijgen patiënten dagelijks een combinatie van calcium met vitamine D. Voor elke infuus wordt bloed geprikt om te beoordelen of het volgende infuus door kan gaan.

Belangrijke voorwaarde voor het infuus met het botversterkend middel is een gezond gebit. “Een van de bijwerkingen is kaaknecrose. Als je al een slechte gebit hebt, is de kans aanwezig dat tanden uitvallen. Patiënten met een slecht gebit krijgen de behandeling dan ook niet,” aldus verpleegkundig specialist Oncologie Angelie van den Bosch. Zij schreef mee aan het protocol over deze behandeling. Inmiddels is het protocol landelijk opgenomen in de handreiking ‘Botgezondheid’.

Het Catharina Ziekenhuis is het meest uitgebreide centrum voor de behandeling van borstkanker in de regio. “Daarom kan deze aanvullende behandeling eenvoudig geïntegreerd worden”, zegt Van den Bosch. “We gaan ook kijken of we het in kunnen zetten voor de behandeling van prostaatkanker.”

Bron: Catharina Ziekenhuis

Het Catharina Ziekenhuis heeft de operaties met de Da Vinci Xi operatierobot uitgebreid. Sinds kort is het mogelijk om ook patiënten met darmkanker met de robot te opereren. Het ziekenhuis nam de robot in maart vorig jaar in gebruik. Tot begin van dit jaar werd het apparaat vooral ingezet bij complexe gynaecologische kankeroperaties.

“Het Catharina Ziekenhuis is een landelijk verwijscentrum voor darmkanker. Dan moet je de patiënt ook alles kunnen bieden op het gebied van behandelingen. De robot is hier nu aan toegevoegd”, aldus chirurg dr. Bloemen. “De robot biedt uitkomst op die momenten dat we met een normale kijkoperatie tegen de grenzen aanlopen. Met de robot kan je het dan nét beter zien, het weefsel beter en makkelijker ‘opspannen’, omdat er een extra hand is. Die van de robot!”

Groot voordeel

Darmkanker patiënten worden bij voorkeur, wanneer technisch mogelijk, via een kijkoperatie geopereerd. “Dat is voor de patiënt veel minder belastend dan dat de buik helemaal open gaat. We bekijken altijd per patiënt wat de beste optie is, met de inzet van de robot hebben we operatief nu alles in huis”, zegt dr. Bloemen. Het grootste voordeel bij het opereren met de robot, vindt Bloemen het zicht. “Bij endeldarmkanker opereer je vaak in het kleine bekken, de ruimte is daar beperkt, net als het zicht. De robot is door zijn bewegingsvrijheid en het 3D zicht van grote meerwaarde. Je kunt veel meer inzoomen op het te opereren gebied. Ook voor de chirurg is er een extra voordeel. Je opereert namelijk zittend. Hierdoor is er veel minder overbelasting van nek, schouders en rug”, benadrukt ze.

Belangrijk verwijscentrum

Darmkanker is een van de meest voorkomende kankersoorten. Het Catharina Ziekenhuis is gespecialiseerd in opsporing en behandeling van zowel vroege als vergevorderde (endel)darmkanker. Voor complexe vormen van endeldarmkanker is het Catharina Kanker Instituut zelfs een landelijk verwijscentrum. In het Catharina Ziekenhuis wordt veel onderzoek gedaan om de behandelingen voor deze vormen van kanker verder te verbeteren.

Subsidie

Het ziekenhuis heeft onlangs een subsidie van drie miljoen euro ontvangen van de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMw). Met deze subsidie kan het
Catharina Ziekenhuis de zorg voor patiënten met darmkanker blijven verbeteren. Zo worden er vier innovatieve onderzoeken gestart, waarbij het doel is om de prognose van de meest agressieve vorm van endeldarmkanker te verbeteren. Daarnaast richt het ziekenhuis met de subsidie een landelijk netwerk op, gericht op onderwijs, onderzoek en het delen van kennis.

Bron: Catharina Ziekenhuis

Ben je net lekker op vakantie of op een verre reis word je plotseling flink ziek. Een paar dagen uitrusten kan al goed helpen wanneer je een griepje te pakken hebt, maar wat moet je doen als je griep niet over gaat? Hoewel het juist bewezen is dat een vakantie gezond voor je is, kan het natuurlijk altijd voorkomen dat je een been breekt, je arm kneust of dus flinke griep krijgt. Er zijn een aantal dingen die handig zijn om te weten op het moment dat je in het buitenland ziek wordt en naar het ziekenhuis moet. Hoe zit dat bijvoorbeeld met de medische kosten en hoe werkt je verzekering in het buitenland? In dit artikel lees je meer over wat je moet weten als je naar het ziekenhuis moet in het buitenland.

Ben ik verzekerd in het buitenland voor ziekenhuisopnames?
Het is per verzekeraar verschillend voor welke dingen je verzekerd bent. Wanneer je veel op reis bent is het aan te raden om te kiezen voor een uitgebreide reis- en ongevallenverzekering of zorgverzekering. Omdat maar liefst gemiddeld 1 op de 5 Nederlanders ziek wordt op reis is het nooit verkeerd om goed te kijken hoe jouw verzekering in elkaar steekt. Hierbij moet je weten dat een bezoek aan een dokter of een ziekenhuis in het buitenland vaak duurder is dan in Nederland. Omdat de meeste zorgverzekeraars kijken naar de standaard tarieven die in Nederland gelden, kan het zo zijn dat je extra geld moet betalen voor alle kosten die boven die standaard tarieven uitkomen.

Houd er rekening mee dat je ook extra geld moet betalen voor het gebruik van een ambulance of voor het ophalen van medicijnen of pijnstillers die je nodig hebt om beter te worden. Wil je er zeker van zijn dat dergelijke kosten niet torenhoog worden dan kun je kiezen voor een aanvullende zorgverzekering of een reisverzekering waarbij dergelijke medische kosten worden gedekt. Over dit onderwerp lees je meer op de website van Rijksoverheid.

Onverwacht in het ziekenhuis in het buitenland
Kom je onverwachts in het ziekenhuis in het buitenland te liggen voor misschien wel een langere tijd? Dan moet je een aantal dingen regelen waarbij de Nederlandse ambassade je kan helpen. Het is belangrijk om altijd een familielid in Nederland te informeren over je situatie. Hij of zij kan je eventuele documenten en medische verklaringen doorsturen wanneer dat nodig is. Heb je dergelijke documenten alleen in de Nederlandse taal? Laat ze dan vertalen naar de taal van het land waar je in het ziekenhuis ligt om moeilijkheden te voorkomen. Een medische vertaling via Fairlingo geeft zekerheid, omdat professionals met medische kennis aan de slag gaan met je vertaling.  

Dit kun je zelf doen of laten indienen door een familielid in Nederland. Zij kunnen dit aan je doorsturen of via de Nederlandse ambassade bij je laten bezorgen. Bel daarnaast de alarmcentrale van je reisverzekering en neem eventueel contact op met je reisorganisatie of met de maatschappij waarmee je de reis hebt geboekt. Heb je geen passende reisverzekering? Dan kan je familie via de Nederlandse ambassade geld overmaken voor de medische hulp.

Langer op reis en ziek worden in het buitenland
Het is goed om te weten dat wanneer je langer op reis gaat er misschien andere voorwaarden gelden omtrent je zorgverzekering. Maak je bijvoorbeeld een wereldreis of ben je voor een langere tijd in het buitenland voor werk? Voor alle reizen die korter dan 1 jaar duren mag je verzekerd blijven bij je huidige verzekeraar onder de Nederlandse wetgeving. Voor alle reizen die langer duren dan 1 jaar vervallen dergelijke regels en moet je een alternatief zoeken in het land waar je bent. Neem contact op met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en zij kunnen bepalen wat voor jouw situatie geldt. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat wanneer je tijdens je wereldreis gaat werken je je zorgverzekering in Nederland moet opzeggen. De SVB kan je hierover goed informeren voordat je vertrekt. 

Ben je van plan om in het buitenland te gaan wonen voor een langere tijd dan is het logisch dat je geen gebruik meer kunt maken van de Nederlandse zorgverzekering. Op het moment dat je ergens anders ingeschreven staat dan in Nederland vervallen je rechten voor een zorgverzekering. Dit geldt overigens alleen voor langere periodes: expats die korter dan een jaar in het buitenland wonen (en werken) mogen nog wel gebruikmaken van de Nederlandse zorgverzekering. Ook wanneer je voor een Nederlands bedrijf in het buitenland moet gaan werken blijft je Nederlandse verzekering geldig. Woon je in het buitenland maar werk je in Nederland? In dat geval ben je verplicht om een zorgverzekering in Nederland af te sluiten.

Veelzijdig en duurzaam

Al wordt dit materiaal in de volksmond vaak nog verwart met plastic, is kunststof allereerst duurzaam in gebruik. Het is een sterk materiaal en laat zich gemakkelijk samenvoegen met andere materialen. Hierdoor worden alle goede eigenschappen van kunststof nog eens extra versterkt.
De veelzijdigheid van medische kunststoffen vindt men terug bij de samenvoeging van natuurlijke materialen zoals latex. Omdat puur natuurlijke latex allergenen bevat, wordt uit voorzorg voor de patiënt een combinatie gecreëerd die minder snel een allergische reactie zal veroorzaken.

Sterk en flexibel

Andere uitstekende eigenschappen van kunststof zijn: kracht en flexibiliteit. Het materiaal gaat lang mee en dat moet ook wel; anders zou het de gezondheidszorg veel teveel geld kosten. Bovendien is het niet praktisch om steeds maar medische apparatuur te moeten vervangen.

Dagelijks wordt er gewerkt met mensen. Van tevoren is vaak niet te zeggen wie er bij welke afdeling komt, denk bijvoorbeeld aan de Eerste Hulp van een ziekenhuis. Er is robuust materiaal nodig, lichtbakken waar niet na een aantal keer te zijn gebruikt alweer een reparateur aan te pas moet komen.

Oneindig

Het mag duidelijk zijn: de medische toepassingen van kunststof zijn oneindig. Kijkt u maar eens rond, wanneer u op bezoek bent in een ziekenhuis. Of wacht u nog even tot de open dag? Deze wordt eens per jaar bij de meeste instellingen gehouden. U zult zien: het toepassen van kunststoffen binnen de gezondheidszorg, dat is allang niet meer dan logisch.

Kinderarts Rotterdams brandwondencentrum ‘blij’ met toename

Van 1995 tot en met 2010 zijn steeds meer kinderen (0 – 4 jaar) naar één van de drie Nederlandse brandwondencentra doorverwezen. Bij oudere kinderen en volwassenen zien we deze trend niet zo sterk. Martin Baartmans, kinderarts in het Maasstad Ziekenhuis waar het Rotterdamse brandwondencentrum is gevestigd, is blij met de toename in verwijzingen.

Het totaal aantal kinderen in de leeftijd van 0 – 4 jaar steeg dan wel in de drie Nederlandse brandwondencentra, het totaal aantal brandwondenpatiëntjes is sinds 1995 stabiel gebleven. De stijging komt doordat algemene ziekenhuizen kinderen met brandwonden sneller naar brandwondencentra doorverwijzen. Werden er in 1995 nog 100 patiënten in de categorie 0 – 4 jaar opgenomen, in 2010 zijn er dat 175. Momenteel is dus 1 op 4 patiënten in een brandwondencentrum niet ouder dan vier jaar.*

Diagnose doorverwijzing onder de maat
Martin Baartmans, kinderarts in het Maasstad Ziekenhuis te Rotterdam waar één van de drie brandwondencentra is gevestigd, is tevreden over de toename aan doorverwijzingen. ‘Vanuit het algemene ziekenhuis, waar de eerste opvang plaatsvindt, worden kinderen steeds vaker doorverwezen naar een brandwondencentrum. Een positieve ontwikkeling, want zo krijgen de brandwondenpatiëntjes de specialistische zorg die ze verdienen. Onderzoek toont echter aan dat de manier van doorverwijzen beter kan. Wat weer direct gevolgen heeft voor die cruciale eerste uren. Zo is bijvoorbeeld de inschatting van het Totaal Verbrand Lichaamsoppervlak (voor hoeveel procent is iemand verbrand?) nogal eens onjuist. Ook komt 20% van de kinderen zonder pijnmedicatie in het brandwondencentrum aan.’

Richtlijnen acute opvang brandwondenslachtoffertjes
Martin Baartmans juicht de huidige ontwikkeling van Nederlandse richtlijnen m.b.t. de eerste opvang van brandwondenslachtoffers toe. ‘Eenduidige afspraken en meer simpele adviezen, verbeteren de acute opvang en diagnose bij doorverwijzing. Maar daarnaast zie ik ook kansen in het verbeteren van bestaande cursussen voor artsen en verpleegkundigen en het gebruik van multimedia in de communicatie tussen verwijzers en specialisten van brandwondencentra. Dit tezamen zal de doorverwijzing verbeteren en daar zijn de brandwondenpatiënten, volwassenen én kinderen, mee gebaat.’

Kind in brandwondencentrum inspiratie voor proefschrift
Sinds 2000 houdt Martin Baartmans zich bezig met het veelomvattende traject van een ‘kind in een brandwondencentrum’. Vaststellen hoe de conditie van het kind is, de voeding, maar ook de begeleiding van het kind en de ouders, behoren tot zijn taken. ‘Een kind in een brandwondencentrum is zó kwetsbaar. Ook na het ontslag. Want littekens groeien niet mee. Dus nieuwe operaties en steeds weer revalideren zijn een terugkerend onderdeel in het leven van een opgroeiend kind met brandwonden,’ licht hij toe. Zijn interesse in de brandwondenzorg is voor de kinderarts inspiratie geweest voor zijn promotie-onderzoek. Woensdag 20 juni promoveert Martin Baartmans aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met zijn proefschrift ‘The paediatric skin at risk, challenges in burns, surgery and specific infections’. Voorafgaand is een minisymposium ‘Kind en brandwonden’ waar nationale en internationale experts zullen spreken.

* Bron: Nederlandse Brandwonden Registratie R3

Nederlandse patiënten kiezen voor een bepaald ziekenhuis door de nabijheid van het ziekenhuis en het advies van hun huisarts. Ook de aanwezigheid van een specifiek specialisme speelt een belangrijke rol bij de keuze voor een ziekenhuis. Onderzoek van Blauw Research toont aan dat het feit dat een zorgverzekeraar met het betreffende ziekenhuis zaken doet, nog geen prominente impact heeft op de keuze voor een ziekenhuis, maar speelt al wel voor 1 op de 12 patiënten (mede) een rol. Lager opgeleide patiënten (13 procent) en 50 plussers (11 procent) kiezen relatief vaker voor een ziekenhuis omdat hun zorgverzekeraar zaken doet met het betreffende ziekenhuis.

Deskundigheid van arts en inlevingsvermogen speelt grote rol bij tevredenheid
Over het algemeen zijn patiënten erg tevreden over de zorg die zij in de ziekenhuizen krijgen; 9 op 10 patiënten waarderen de dienstverlening van ziekenhuizen. Bijna een kwart is zelfs zeer tevreden. Wat kritischer is men over de wachttijden en de tijd tussen het maken van een afspraak en het moment dat men geholpen kan worden in het ziekenhuis (toegangstijd). Wacht- en toegangstijden zijn echter niet de belangrijkste aspecten die de tevredenheid bepalen; de tevredenheid van patiënten wordt in het algemeen sterk gedreven door de deskundigheid van artsen en de mate waarin men zich inleeft in de zorgen en wensen van de patiënt.

Voor mannen en vrouwen spelen echter wel verschillende aspecten een rol als het gaat om tevredenheid over het ziekenhuis. Zo vinden mannen vooral de deskundigheid van de arts en de wachttijden in de wachtkamer van het ziekenhuis belangrijk. Vrouwen vinden voornamelijk de informatievoorziening rondom de behandeling en het inlevingsvermogen van de betrokken medewerkers van het ziekenhuis van belang.

Afhankelijk van de leeftijd spelen andere aspecten een rol in de waardering voor de dienstverleningen van een ziekenhuis. Voor patiënten tot 35 jaar zijn vooral de deskundigheid en wachttijden in de wachtkamer van belang. Bij 35- tot 50-jarigen wordt de tevredenheid vooral door het inlevingsvermogen en de informatie rondom de behandeling bepaald. 50 plussers hechten vooral veel belang aan de nazorg die zij van het ziekenhuis krijgen en de deskundigheid van artsen.

Promotieonderzoek Maastrichtse kinderarts-intensivist toont onveiligheid “roesje” bij kinderen aan

Kinderen die in het ziekenhuis een onderzoek of vervelende behandeling moeten ondergaan, krijgen op dit moment vaak een “roesje” om ze rustig te houden. Uit promotieonderzoek van de Universiteit Maastricht blijkt dat de veiligheid van deze procedure ondermaats is en vaak ook niet effectief, waardoor medische verrichtingen onnodig vaak falen of oncomfortabel zijn. De grote meerderheid van de Nederlandse kinderartsen is bang voor complicaties bij het “roesje”. Terecht: in twee gevallen leidde het “roesje” de afgelopen jaren tot het overlijden van een kind. Kinderarts-intensivist Piet Leroy van het Maastricht UMC+ bracht voor zijn proefschrift niet alleen de problemen in beeld, maar ontwikkelde samen met collega’s ook een nieuwe richtlijn die inmiddels erkend is als landelijke standaard in Nederland.

De medische term voor het “roesje” is Procedurele Sedatie en/of Analgesie (PSA). De vraag naar kwalitatief hoogstaande PSA bij kinderen neemt toe, enerzijds omdat er steeds meer belastende onderzoeken en behandelingen bij kinderen worden toegepast, en anderzijds omdat een pijn- en stressarme zorg voor kinderen steeds belangrijker wordt gevonden in de westerse samenleving. Dit geldt met name bij kinderen met een chronische ziekte. Ook het met een aantal volwassenen vasthouden van kinderen bij dergelijke procedures, terwijl ze niet in acuut levensgevaar zijn, wordt in toenemende mate als niet-ethisch beschouwd. Op dit moment wordt PSA bij kinderen meestal uitgevoerd door artsen die daar niet specifiek voor zijn opgeleid. Dit kan leiden tot onveilige omstandigheden. Na het toedienen van een “roesje” daalt het bewustzijn, soms tot het niveau van een narcose, en soms kan daarbij de ademhaling van het kind in het gedrang komen, zonder dat de arts het tijdig in de gaten heeft. Een ‘gewone’ narcose is vaak een veiliger en doeltreffender alternatief, maar door het gebrek aan anesthesiologen en geschikte ruimtes voor het toedienen van een narcose, is dat tot nu toe ook de oplossing niet.

Nieuwe richtlijn
In opdracht van de Inspectie van de Volksgezondheid, de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde heeft een werkgroep onder leiding van Leroy een nieuwe richtlijn opgesteld voor PSA. In de werkgroep zaten vertegenwoordigers van 21 beroepsverenigingen met ondersteuning van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidzorg CBO. De richtlijn werd recent door de belangrijkste wetenschappelijke verenigingen geautoriseerd, waardoor kinderen in het ziekenhuis vanaf 2012 meer veiligheid, minder pijn, minder angst en meer comfort zullen ervaren. Ook voor medische professionals betekent de richtlijn een grote verandering in hun dagelijkse werk. Ziekenhuizen zullen ook moeten investeren in opleiding en in het waarborgen van de noodzakelijke veiligheid. Het implementeren van alle aanbevelingen in de dagelijkse praktijk zal daarom tijd vergen.

Nieuwe verpleegkundig specialist
Eén van de belangrijkste gevolgen van de nieuwe richtlijn is het opleiden van PSA-praktijkspecialisten (een nieuwe verpleegkundig specialist) die een diepe sedatie bij kinderen en volwassenen mogen uitvoeren met behulp van middelen die tot nu toe voorbehouden zijn aan anesthesisiologen. Verpleegkundig specialisten werken zelfstandig, maar onder supervisie van medisch specialisten.  Daarnaast gaan kinderartsen en verpleegkundigen leren hoe ze met behulp van uitleg, oefenen, geruststellen, afleiden, hypnosetechnieken en plaatselijke pijnstilling kinderen kunnen helpen. Als dat alles niet werkt, is lichte sedatie met bijvoorbeeld lachgas een oplossing. Dat middel was tot nu toe in de ban gedaan, maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat daarvoor geen reden meer bestaat. Tot slot moet elk ziekenhuis een lokale sedatiecommissie instellen die waakt over de opleiding en de kwaliteit van de sedatie.

Pin It