Rubriek

Zwangerschap

Rubriek

Het aantal meisjes tussen de 15 en 19 jaar dat bevalt van een kind neemt af. Onder de Antilliaanse en Surinaamse meisjes zijn deze aantallen nog wel opmerkelijk hoog.

Aantal jonge moeders neemt af

In 2011 waren bevielen er 5 per duizend meisjes tussen de 15 en 19 jaar van een kind. In 2012 was dit aantal 4,5. Rond 1970 was dit aantal 5 keer zo hoog, toen bevielen er per nog zo’n 25 duizend meisjes van een kind. Onder de Antilliaanse meisjes bevielen er 27 per duizend meisjes van een kind. Bij de Surinaamse meisjes was dit 21 per duizend meisjes.

Over het algemeen zijn de geboortecijfers onder de niet-westerse alloctone meisjes wel sterker gedaald dan onder de autochtone meisjes. Bij de Turkse meisjes lag dit aantal ook onder het gemiddelde van de autochtone meisjes.

Nederland heeft bijna laagste geboortecijfers
Nederland heeft samen met Zwitserland en Denemarken een van de laagste geboortecijfers bij meisjes van deze leeftijd. Dat dit cijfer zo laag ligt is te danken aan de zwangerschapspreventie. Ook hebben Nederland en Zwitserland een relatief laag abortusscijfer onder tieners. In Denemarken ligt dit cijfer een stuk hoger.

De top drie met de hoogste geboortecijfers bestaat uit Bulgarije, Roemenië en het Verenigd Koninkrijk. Er moet wel gezegd worden dat Verenigd Koninkrijk met 22 bevallingen per 1000 meisjes een stuk lager uitkomt dan de andere twee landen. Bulgarije zit op 36 en Roemenië op 43 geboortes per 1000 meisjes.

Bron: CBS

Negen procent van de vrouwen vindt de bevalling een traumatische ervaring. Jaarlijks ontwikkelt zich bij ruim 2000 vrouwen een Posttraumatische Stress Stoornis (PTSS) na de bevalling. Dit stelde UMCG-onderzoeker en gynaecoloog in opleiding Claire Stramrood vast. Veel vrouwen durven na een traumatisch ervaren bevalling nooit meer zwanger te worden, of ‘eisen’ een geplande keizersnede in een volgende zwangerschap. “Er rust een taboe op psychische aandoeningen bij zwangeren en kraamvrouwen, terwijl veel vrouwen hiermee te maken krijgen. Ik pleit voor betere signalering van PTSS na de bevalling”, zegt Stramrood die op 26 juni promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen. 

PTSS symptomen komen vooral vaker voor na een ongeplande (spoed)keizersnede, bij vrouwen die veel pijn ervaren tijdens de bevalling en bij degenen die moeilijk met stress kunnen omgaan. Als rekening wordt gehouden met gecompliceerde bevallingen, is er geen verschil in het optreden van PTSS na thuis- en ziekenhuisbevallingen.

Complicaties

Vrouwen die complicaties krijgen tijdens de zwangerschap waardoor ze (veel) te vroeg bevallen, hebben een grote kans op PTSS. Stramrood stelde PTSS vast bij 14% van de vrouwen met ernstige zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie/HELLP-syndroom) of bij wie de vliezen voortijdig waren gebroken. “Bij deze groep vrouwen is de kans op PTSS zo groot dat je er standaard op zou moeten screenen na de bevalling”, stelt Stramrood. Vijftien maanden na de bevalling heeft 11% van de vrouwen die zwangerschapsvergiftiging had nog steeds PTSS.

Partners

Ook partners van vrouwen met zwangerschapscomplicaties kunnen na de bevalling PTSS ontwikkelen. Stramrood vond een opvallend sterke samenhang tussen de vrouw en haar partner in de ernst van de PTSS symptomen. Zij pleit ervoor om ook oog te hebben voor het psychisch welbevinden van partners.

Veelbelovend

Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar een effectieve behandeling van PTSS na de bevalling. Stramrood voerde een eerste, verkennend onderzoek uit naar EMDR-behandeling. Deze methode maakt gebruik van snelle oogbewegingen die een positief effect kunnen hebben op traumaverwerking. Zij vond bij vrouwen na EMDR-behandeling een afname van PTSS symptomen. Ook kregen de vrouwen vertrouwen om bij een volgende zwangerschap een vaginale baring aan te durven. Volgens Stramrood is het wenselijk om meer onderzoek te doen naar EMDR en of het bijdraagt aan een positief verloop van een volgende bevalling.

Curriculum Vitae

Claire Stramrood (Apeldoorn, 1983) studeerde Geneeskunde aan de Universiteit Utrecht. Zij voerde haar onderzoek uit bij de Afdeling Gynaecologie en Obstetrie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) binnen de onderzoekslijnen psychosomatische obstetrie & gynaecologie en pre-eclampsie, onder begeleiding van prof.dr. W.C.M. Weijmar Schultz, prof.dr. A.J.J.M. Vingerhoets, prof.dr. P.P. van den Berg, dr. M.G. van Pampus en dr. K.M. Paarlberg. Stramrood is in opleiding tot gynaecoloog in Meander Medisch Centrum Amersfoort. De titel van haar proefschrift is “Posttraumatic stress following pregnancy and childbirth”.

De zwangerschap is een periode die elke vrouw anders beleeft. Met de komst van de kleine verandert er veel in je leven en staan er veel mooie, maar tegelijkertijd ook zware dingen te gebeuren. Je krijgt ongetwijfeld van veel kanten allerlei goedbedoelde adviezen.

Sterk advies
Dit is weer zo’n advies, maar dan wel een waar je echt wat aan hebt! Tijdens de zwangerschap zijn er een aantal dingen die je beter wel en niet kan doen. Hieronder een paar nuttige tips die je helpen om de zwangerschap plezierig tot een goed eind te brengen. Let trouwens ook op de zwangerschapskalender waarmee je de groei van het kind eenvoudig bijhoudt. Je vindt zo’n kalender bijvoorbeeld op de website van Boefjes.

Eten en drinken
Allereerst kan je maar beter geen stevig gekruid voedsel naar binnen werken. Dit kan tot oververhitting leiden en daar zit je op dat moment echt niet op te wachten. Probeer daarnaast lekker te variëren in je maaltijden.

In bepaalde soorten fruit, bijvoorbeeld mango en papaja zit calcium en magnesium. Drink ook veel water. Daarnaast zijn de fruitsoorten ook een hulpmiddel bij de aanmaak van extra serotonine. Dit hormoon maakt je gelukkiger.

Praten helpt
Probeer daarnaast ook je naaste vrienden en familie bij de bevalling te betrekken. Er zijn momenten tijdens de zwangerschap dat je het misschien even niet meer ziet zitten. Dan kan een luisterend oor of een zachte massage van een bevriend iemand wonderen doen.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat vrouwen de steun van anderen het meest waarderen tijdens de zwangerschap. Vraag trouwens ook om advies van moeders die al eerder met het bijltje hebben gehakt.

Doe waar je zin in hebt
Het is jouw zwangerschap. Het is jouw kind. Als je een keer geen zin hebt om met anderen te praten of naar de zwangerschapsgym te gaan, dan sla je toch een keertje over! Mensen begrijpen je situatie beter dan je denkt. Op naar het prachtige kind.

Tijdens je zwangerschap is het belangrijk om jezelf en de baby goed te blijven voeden. De zwangere vrouw hoeft zeker niet twee keer zoveel te eten als ze eerst deed. Het is echter wel zo dat het voedingspatroon enigszins aangepast moet worden om de juiste mineralen en vitamines binnen te krijgen. Feit blijft namelijk wel dat de vrouw tijdens de zwangerschap voor twee individuen eet.

Goed opletten
De baby krijgt via de navelstreng alle voedingsstoffen binnen die het nodig heeft, als de moeder te weinig van een bepaalde stof binnenkrijgt, zal ook de baby dit tekort hebben. Met behulp van de zwangerschapskalender is het goed en eenvoudig bij te houden wat je ongeveer moet eten.

Dagelijkse eetpatroon
Tijdens de zwangerschap heeft de vrouw ongeveer 2500 calorieën per dag nodig. Een vrouw die borstvoeding geeft, zal ongeveer 3000 calorieën tot zich moeten nemen. Een gebalanceerd dieet bestaat uit iets van de volgende groepen: melkproducten, fruit, groenten, vis, eieren, vetten en koolhydraten.

Op deze manier krijgt ze een gevarieerd menu binnen. Ongeveer tien procent komt van proteïne, uit melkproducten: vlees, vis en bonen. Daarnaast zal je ongeveer vijfendertig procent vetten tot je moeten nemen. De overige vijfenvijftig procent zijn koolhydraten die in brood, pasta, rijst en aardappelen zitten. Drink ook genoeg water.

Wat je wel en niet moet nemen
De zwangere vrouw moet genoeg foliumzuur en ijzer tot zich nemen. Foliumzuur is een vitamine van het B-complex en wordt ook wel B-9 genoemd. Verder is het belangrijk genoeg zink en calcium binnen te krijgen. Met behulp van de kalender kan je goed zien wat je nodig hebt. Er zijn ook een aantal stoffen en producten die je beter niet kunt nemen, zoals vitamine A en sommige kazen en stukken vlees. Laat je goed voorlichten en geniet van de prachtige zwangerschap.

Wanneer je in verwachting bent, kan je lichaam wel wat extra’s gebruiken. Lijkt het je niet heerlijk om alle aandacht te krijgen in een periode van je zwangerschap als de vermoeide benen, dikke voeten, pijnlijke rug en een onrustige huid om aandacht vragen.

1. Pre Mama: speciaal zwangerschapsarrangement in Brabant
Een arrangement speciaal samengesteld voor de zwangere vrouw. Alle behandelingen zijn erop gericht dat de buik geen obstakel vormt en dat alle ongemakken van uw zwangerschap veraangenaamd worden. Kleuren zien, geuren ruiken, verzorging voelen, Beauty & Wellness in een nieuwe dimensie… Edelstenen, chakra’s kruiden en handen. Rust en kleur alle ingrediënten voor een sprankelende dag! Onder andere met speciale pakking voor de buik (anti striae).

2. In Blijde verwachting arrangement in Noordwijk
Dit arrangement is speciaal samengesteld voor de zwangere vrouw om zonder zorgen te genieten van massages en pakkingen. Kom samen met je partner of lekker met vriendinnen genieten van een dagje wellness. Weg van alle drukte en dagelijkse beslommeringen kun je hier heerlijk tot rust komen tijdens een beautydag. Dit arrangement is gericht op rust en ontspanning met als doel jou een heerlijke dag te bezorgen. Met zwangerschapsmassage!

3. Zwangerschap Relax arrangement
Een dag om al deze ongemakken te behandelen in een luxe omgeving waar persoonlijke aandacht bovenaan staat. De behandelingen zijn erop gericht om te ontspannen en om je lichamelijke ongemakken even te vergeten. Het Azzurro Wellness in Noordwijk aan Zee is gevestigd in een schitterende locatie in de duinen en 100 meter van het strand. Een tot de verbeelding sprekend centrum waar de nadruk ligt op ‘total wellbeing’.

Kijk hier voor meer beautyarrangementen

Een tekort aan magnesium beïnvloedt de insulineresistentie en vormt een risicofactor voor zwangerschapsdiabetes en diabetes type 2. Dat melden onderzoekers van het UMC St Radboud in het wetenschapsblad PNAS op basis van een onderzoek bij zwangere vrouwen.


Een tekort aan magnesium wordt steeds vaker in verband gebracht met diabetes, maar het is onduidelijk waaruit dat verband precies bestaat. In een artikel in het wetenschapsblad PNAS leggen onderzoekers van het UMC St Radboud voor het eerst een concreet verband. Ze onderzochten waarom sommige vrouwen tijdens de zwangerschap (en daarna) een grotere kans maken op (zwangerschaps)diabetes en ontdekten een verband met een afwijkend magnesiumkanaal in de nieren.

Afwijkende bouwstenen
Fysioloog prof. dr. Joost Hoenderop: ‘Ons bloed wordt voortdurend gezuiverd door de nieren. Ze controleren elke druppel bloed maar liefst driehonderd keer per dag, waarbij ze afvalstoffen uitscheiden via de urine en nuttige stoffen weer terughalen uit de voorurine. Bij het terugwinnen van die nuttige stoffen – waaronder het magnesium – spelen allerlei kanalen in de niercellen een belangrijke rol. Voor magnesium is vooral het kanaal TRPM6 [spreek uit als Trip M6]van belang.’
Dat kanaal is niet bij iedereen hetzelfde. Hoenderop: ‘Het kanaal bestaat uit ongeveer 2000 bouwstenen en af en toe zit er een kleine afwijking in een van die stenen. In ons onderzoek zagen we dat er twee afwijkende bouwstenen zijn, die ervoor zorgen dat het magnesiumkanaal niet goed meer werkt. En wij wilden natuurlijk weten hoe dat komt.’

Kip of ei?
Uitgebreid onderzoek aan de niercel maakte duidelijk dat magnesium en insuline elkaar onderling beïnvloeden. Hoenderop: ‘Magnesium is een hulpstof, die ervoor zorgt dat insuline zijn werk goed kan doen. En we hebben nu gevonden dat insuline niercellen de opdracht kan geven om meer magnesiumkanalen op de niercellen te activeren. Meer van die kanalen betekent dat er ook meer magnesium uit de voorurine wordt teruggehaald.’
In samenwerking met Nijmeegse, Duitse, Zwitserse en Chinese collega’s toonde Hoenderop aan dat uitgerekend die twee afwijkende magnesiumkanalen ‘doof’ zijn voor insuline. Maar het is nog niet duidelijk welke rol die ‘dove’ kanalen spelen in de grotere kans op diabetes. Hoenderop: ‘Minder magnesiumkanalen halen minder magnesium terug. Dat kan leiden tot een tekort aan magnesium in het bloed waardoor insuline minder goed werkt. Aan de andere kant: als insuline goed functioneert luisteren de “dove” magnesiumkanalen toch niet goed. Maar we weten nog niet goed wat in dit proces oorzaak is of gevolg.’

Magnesiummodel
Volgens Hoenderop en zijn team is de ontdekking belangrijk omdat voor het eerst een concrete relatie is gelegd tussen magnesium, insuline en de kans op diabetes. ‘We hebben nu een model dat ons veel meer kan gaan vertellen over de rol die magnesium bij diabetes speelt. Dat was tot dusver toch een beetje een blinde vlek. In vervolgonderzoek hopen we bijvoorbeeld te kunnen ontrafelen of magnesium een rol speelt bij het ontstaan van diabetes, of dat magnesium eerder een belangrijke factor is bij de verdere ontwikkeling van de ziekte.’/Persbericht UMC St Radboud

Van koppels die verminderd vruchtbaar zijn, wordt na verloop van tijd 72 procent zwanger. Bijna de helft van deze zwangerschappen ontstaat spontaan, dus zonder vruchtbaarheidsbehandeling. Dit blijkt uit onderzoek onder bijna 2500 Nederlandse paren, die met een vruchtbaarheidsprobleem naar een ziekenhuis verwezen waren. De studie is uitgevoerd door gynaecoloog in opleiding Monique Brandes, in het kader van haar promotie op 24 februari.


Eerste systematisch onderzoek Een systematisch onderzoek naar hoe het paren met een vruchtbaarheidsprobleem vergaat in hun pogingen om een kind te krijgen, is sinds de introductie van IVF in 1978 nog niet verricht. Van een vruchtbaarheidsprobleem is sprake, als een jaar lang onbeschermde geslachtsgemeenschap niet tot een zwangerschap heeft geleid. Monique Brandes heeft een dergelijke observationele studie nu voor het eerst uitgevoerd.
Ze verzamelde gegevens van bijna 2500 paren, die in de jaren 2002 tot en met 2006 vanwege een vruchtbaarheidsprobleem verwezen waren naar het Jeroen Bosch Ziekenhuis (Den Bosch), het Sint Elizabethziekenhuis (Tilburg) of het UMC St Radboud (Nijmegen). Het onderzoek leverde enkele opmerkelijke resultaten op.
Uitstellen vruchtbaarheidsbehandeling
Zo blijkt uit de ziekenhuisdata en uit navraag bij betrokkenen, dat maar liefst 72 procent van deze 2500 stellen zwanger was geworden. Van de zwangerschappen was ruim de helft het gevolg van een vruchtbaarheidsbehandeling, waaronder IVF en ICSI; de overige zwangerschappen ontstonden spontaan. Artsen houden hier al rekening mee door vooral jonge mensen met een onbegrepen vruchtbaarheidsprobleem te adviseren een vruchtbaarheidsbehandeling nog even uit te stellen.
IVF/ICSI De IVF/ICSI behandeling leidde bij zestig procent van de behandelde paren tot een zwangerschap. Vooral paren, bij wie sprake was van verminderde vruchtbaarheid als gevolg van eileiderproblematiek, endometriose of slecht zaad hebben baat bij IVF/ICSI. Bij een ovulatiestoornis of bij een onbekende vruchtbaarheidsstoornis voegt IVF weinig toe; deze stellen hebben, afhankelijk van de leeftijd van de vrouw, ook zonder IVF een goede prognose.
Vroegtijdig gestopt
De helft van alle koppels die stoppen met een vruchtbaarheidsbehandeling doet dit nog voor de behandeling daadwerkelijk begonnen is. Dat wil zeggen: zij stoppen zodra onderzoek heeft uitgewezen wat de oorzaak van hun onvruchtbaarheid is. Het merendeel van de paren die niet zwanger zijn geworden, is vroegtijdig op eigen initiatief met de behandeling gestopt.
De belangrijkste redenen om te stoppen zijn de emotionele belasting die de behandeling met zich meebrengt en een slechte prognose van het stel in kwestie. Een reden kan ook zijn dat een stel gewoon geen behandeling wil.

Het drinken van koffie, thee en cafeïnehoudende frisdranken tijdens de zwangerschap zorgt niet voor een toename in gedragsproblemen bij kleuters. Dit blijkt uit onderzoek van de Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) studie. Het blijft verstandig om de richtlijn van het voedingscentrum –maximaal vier koppen koffie per dag- aan te houden omdat de invloed van cafeïne op andere gebieden in de vroege ontwikkeling nog niet duidelijk is.

Ruim 8000 vrouwen vulden in het begin van hun zwangerschap een vragenlijst in waarin werd gevraagd hoeveel koffie, thee en frisdrank zij in de afgelopen week hadden gedronken. Vijf jaar later vulden deze moeders en ook leerkrachten een vragenlijst in over het gedrag van de kinderen. De resultaten tonen aan dat het drinken van cafeïnehoudende dranken tijdens de zwangerschap het risico op
gedragsproblemen in de kleuterleeftijd niet vergroot.
Dit is goed nieuws voor zwangere vrouwen die graag koffie drinken. Het blijft echter verstandig om de richtlijn van het voedingscentrum -maximaal 4 koppen koffie per dag- aan te houden omdat de invloed van cafeïne op andere gebieden in de vroege ontwikkeling nog niet duidelijk is. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar effecten op de langere termijn en daarom is in de ABCD-studie de invloed van cafeïne tijdens de zwangerschap op gedragsproblemen bij kleuters onderzocht.

Naar schatting drinkt tussen de 75% en 93% van de zwangere vrouwen dagelijks cafeïnehoudende dranken. Cafeïne bereikt via de moederkoek de foetus en het is niet duidelijk of en hoe cafeïne de ontwikkeling van de foetus beïnvloedt. Er zijn wel aanwijzingen dat cafeïne zorgt voor een vertraagde groei van de foetus en een kortere zwangerschapsduur.

ABCD-studie
De ABCD-studie is opgezet door de GGD Amsterdam en het Academisch Medisch Centrum om te onderzoeken of bepaalde factoren tijdens de zwangerschap bepalend zijn voor de gezondheid van een kind bij de geboorte en op latere leeftijd. Binnen de studie is specifieke aandacht voor gezondheidsverschillen tussen etnische groepen. Zie voor meer informatie www.abcd-studie.nl. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de Universiteit van Tilburg.

Geboortecomplicaties wellicht al vóór conceptie te voorkomen

De eerste weken van de zwangerschap lijken cruciaal voor de rest van het leven van een ongeboren kind. Aanstaande moeders zouden daarom al vóór de zwangerschap hun levensgewoonten moeten aanpassen. Anders lopen zij een twee- tot driemaal verhoogd risico op een te vroeg of te klein geboren kind. Onderzoekers van de Generation R studie van Erasmus MC publiceren deze conclusies in het Journal of the American Medical Association.

Belangrijke oorzaken voor babysterfte zijn dat het kind te vroeg wordt geboren (vóór de 37e week) of een te laag geboortegewicht heeft (lichter dan 2500 gram). Deze factoren worden in belangrijk mate bepaald door de groei van het kind in de baarmoeder. De Generation R-onderzoekers hebben voor het eerst laten zien dat de groei van het kind in de baarmoeder al in de allereerste fase van de zwangerschap kan worden beïnvloed door de levensgewoonten van de moeder. Hiervoor hebben zij bij 1600 moeders echometingen verricht tussen de tiende en dertiende week van de zwangerschap.

De onderzoekers vonden dat vooral roken, maar ook een tekort aan foliumzuur en een hogere bloeddruk van de moeder in de eerste fase van de zwangerschap nadelige gevolgen kunnen hebben voor de groei van het kind. Voorheen werd aangenomen dat de groei van de foetus gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap bij alle kinderen redelijk gelijk was en dat levensgewoonten van de moeder hier weinig invloed op hadden. Nu is echter gebleken dat door invloed van de moeder het ongeboren kind vanaf het prille begin kan kampen met een groeiachterstand. Hierdoor bestaat een twee- tot driemaal verhoogd risico op een te vroeg of te klein geboren kind.

Ongunstige omstandigheden in de eerste periode van de zwangerschap kunnen leiden tot complicaties rondom de geboorte. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot babysterfte. Daarnaast kan het nadelige gevolgen hebben voor het verdere leven van het kind. Een kind dat te klein wordt geboren, vertoont gedurende de eerste twee jaar vaak een flinke inhaalgroei. Dat lijkt positief, maar uit ander onderzoek is al gebleken dat een dergelijke inhaalgroei weer een groter risico met zich meebrengt op hart- en vaatziekten, overgewicht en diabetes op volwassen leeftijd.

Gezien de grote risico’s van ongunstige omstandigheden in de allereerste weken van de zwangerschap zouden moeders vóór de zwangerschap hun leefgewoonten al moeten aanpassen, in plaats van pas in het begin van de zwangerschap zoals nu nog vaak gebeurt. De onderzoekers benadrukken daarom het belang van voorlichting. “Betere voorlichting vóór de conceptie is essentieel en kan mogelijk bijdragen aan het omlaag brengen van het relatief hoge aantal complicaties bij de geboorte in Nederland. Naar verwachting leidt dit ook tot het omlaag brengen van de babysterfte in Nederland”, aldus arts-onderzoeker Dennis Mook-Kanamori.

Erasmus MC start polikliniek voor nazorg aan vrouwen na zwangerschapsvergiftiging

Veel vrouwen die zwangerschapsvergiftiging hebben gehad, voelen zich na de bevalling geestelijk minder gezond. Dit geldt vooral voor vrouwen met ernstige zwangerschapsvergiftiging. Bijna de helft van hen geeft aan depressieve klachten te hebben. Dit concludeert Meeke Hoedjes in haar onderzoek dat zij uitvoerde bij het Erasmus MC en waarop zij morgen promoveert. Mede naar aanleiding van de resultaten is Erasmus MC een polikliniek gestart om deze vrouwen uitgebreide nazorg te verlenen.

Hoedjes, medisch psycholoog: “Zorgverleners zouden zich meer bewust moeten zijn van een eventuele slechte geestelijke gezondheid na zwangerschapsvergiftiging. Zij zouden vrouwen die daarvoor in aanmerking komen moeten doorverwijzen naar gespecialiseerde psychosociale zorg, zoals een medisch psycholoog of medisch maatschappelijk werk.”

Naast het verbeteren van de geestelijke gezondheid, is het voor vrouwen na zwangerschapsvergiftiging van groot belang om een gezonde leefstijl aan te nemen. Deze vrouwen hebben namelijk een verhoogd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten en diabetes type 2 op latere leeftijd. Veel vrouwen geven echter aan dat zij er niet in slagen om na de bevalling een gezonde leefstijl aan te nemen. Zo voldoet 38% van de vrouwen niet aan de beweegnorm na de bevalling. Ook hier gaat het met name om vrouwen met ernstige zwangerschapsvergiftiging. Onvoldoende herstel van de zwangerschapsvergiftiging wordt door deze vrouwen genoemd als belangrijke reden waardoor zij niet in staat zijn om gezonder te leven.

Bij deze vrouwen bestaat dan ook een behoefte aan hulp bij het verbeteren van hun leefstijl na de bevalling. Daartoe zou een leefstijlinterventie ontwikkeld moeten worden, die speciaal is gericht op deze groep vrouwen. Deze vrouwen zelf geven aan vooral behoefte te hebben aan begeleiding op maat. Zo zouden zij zelf willen bepalen waar de begeleiding wordt gegeven, wanneer daarmee wordt gestart, hoe lang deze duurt, en hoe vaak de begeleiding plaatsvindt. Terwijl een dergelijke interventie op maat wordt ontwikkeld, zouden vrouwen na zwangerschapsvergiftiging gebruik kunnen maken van een bestaande leefstijlinterventie die is ontwikkeld voor vrouwen na een zwangerschap.

Volgens Hoedjes zouden idealiter alle vrouwen met ernstige zwangerschapsvergiftiging uitgebreide nazorg aangeboden moeten krijgen. Het Erasmus MC heeft onlangs een spreekuur geopend waarmee een begin is gemaakt voor uitgebreidere nazorg voor vrouwen die hiervoor in aanmerking komen. Momenteel worden deze vrouwen alleen nog gezien door een gynaecoloog en een internist-vaatgeneeskundige, maar op termijn zullen ook een psycholoog en een diëtiste gaan uitmaken van het behandelend team.

Pin It